日蘭辭典+

31 resultaten voor ‘bepalen’
日蘭辭典 (trefwoord)
yotei豫定

(予定) zn. voorafgaande afspraak v.; verwachting v.; plan o. ¶ 豫定案 programma. ¶ 豫定の vooraf vastgesteld; afgesproken; verwacht; geschat; geraamd. ¶ 豫定する vooruit bepalen; vooraf vaststellen; afspreken; ramen; schatten. ¶ 豫定保險證券 open polis.

SUPPLEMENT (trefwoord)
sayūsuru左右する
(ww.) (1) [支配する] beheersen; macht hebben over; in de hand hebben. (2) [影響を与える] beïnvloeden; bepalen; een belangrijke factor zijn; een rol spelen. ¶ 天候が明日の試合を最も左右するだろう。 Tenkō ga ashita no shiai wo mottomo sayūsuru darō. Het weer zal de belangrijkste factor zijn in de wedstrijd van morgen. ¶ 音楽家としての成功を左右するのは、才能である。 Ongakuka to shite no seikō wo sayūsuru no wa, sainō de aru. De bepalende factor voor het succes van een musicus, is talent. ¶ 競馬は馬の能力だけでなく、ジョッキーの技術に左右される。 Keiba no uma no sairyoku dake de naku, jokkii no gijutsu ni sayūsareru. Bij paardenrennen speelt niet alleen de kracht van het paard een rol, maar ook de vaardigheid van de jockey. (yamasv) 彼の返事は彼の気分に左右される。 Kare no henji wa kare no kibun ni sayūsareru. Zijn antwoord wordt bepaald door zijn stemming. ¶ 大衆の意見が大統領の決定を左右するtaishū no iken ga daitōryō no kettei wo sayūsuru. De publieke opinie beïnvloed de beslissingen van de president. (TTC)
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <bepalen>
一定する itteisuru vastleggen; bepalen; vastzetten; uniformeren; standaardiseren; consolideren
修飾する shūshokusuru (1) versieren; sieren; tooien; decoreren; ornamenteren; verfraaien; embellisseren; opsmukken; (2) [taalk.] (nader) bepalen; staan bij
制定する seiteisuru opstellen; bepalen; vaststellen; (tot wet) verheffen
取り決める torikimeru beslissen; vastleggen; afspreken; overeenkomen; [日時を] bepalen; [約束を] afsluiten; sluiten
定める sadameru (1) beslissen; vastleggen; [日を] prikken; bepalen; vaststellen; [veroud.] decideren; [目標を] stellen; [狙いを] aanleggen; (2) [法を] instellen; [法が] voorzien; regelen; bepalen; vaststellen; stipuleren; voorschrijven; (3) [身を] zich vestigen; zich settelen; een geregeld leven gaan leiden; (4) [天下を] tot vrede brengen; vrede doen hebben; pacificeren; [veroud.] bevredigen; [乱を] neerslaan; bedaren
tei (a) vastzetten; fixeren; onbeweeglijk blijven; (b) vaststellen; bepalen; (c) zich decideren; beslissen; oordelen; (d) bedaren; kalmeren
左右する sayūsuru (1) zich niet uitspreken; een ontwijkend antwoord geven; geen definitieve keuze maken; eromheen draaien; rond de pot draaien; [uitdr.] een slag om de arm houden; [uitdr.;gall.;Belg.N.] warm en koud blazen; (2) beheersen; controleren; macht uitoefenen over; heersen over; domineren; [fig.] regeren over; in bedwang hebben; [uitdr.] eronder hebben; [uitdr.] in de hand hebben; [uitdr.] in handen hebben; [uitdr.] onder controle hebben; [uitdr.] onder de duim houden; [uitdr.] de boventoon voeren over; beslissen; bepalen; [uitdr.] het voor het zeggen hebben; [uitdr.] de baas spelen over; (3) [uitdr.] naar zijn hand zetten; beïnvloeden; inwerken op; invloed hebben op; invloed uitoefenen op
指定する shiteisuru aanwijzen; bepalen; bestemmen; vaststellen; designeren; [m.b.t. datum;tijd] vastleggen; [m.b.t. datum] prikken; [jur.;veroud.] appointeren
据える;居える sueru (1) plaatsen; installeren; zetten; leggen; stellen; (2) bevestigen; monteren; vastzetten; (3) een functie doen innemen; plaats doen nemen; installeren; bevestigen; aanstellen als; benoemen tot; (4) [目を] vestigen op; fixeren op; concentreren op; [度胸を] vatten; verzamelen; scheppen; [腰を] toeleggen; [腹を] bepalen; besluiten
採寸する saisunsuru de maat nemen; bepalen; opmeten; aanmeten; opnemen
支配する shihaisuru (1) heersen (over); regeren; besturen; gebieden (over); onderhouden; de heerschappij hebben; voeren; macht uitoefenen; hebben (over); het bewind voeren (over); overheersen; (pre)domineren; [uitdr.] de scepter zwaaien; voeren; [uitdr.] aan het roer staan; [uitdr.] aan de touwtjes trekken; [uitdr.] de lakens uitdelen; [uitdr.] de dienst uitmaken; [uitdr.] het voor het zeggen hebben; (2) beheersen; bepalen; controleren; leiden; dirigeren; de leiding hebben (over)
明確化する meikakukasuru duidelijk maken; bepalen; verduidelijken; verklaren; ophelderen; verhelderen; specificeren; [w.g.] specifiëren
期する kisuru (1) [時期;期限を] vastleggen; bepalen; prikken; (2) [必勝を] zich vast voornemen; daadwerkelijk plannen; z'n zinnen zetten op; (3) [生還を] verwachten; hopen op; uitkijken naar; tegemoet zien; afwachten; rekenen op; voorzien; anticiperen; zich voorbereiden op; (4) [再会を] beloven; afspreken
期す kisu (1) [時期;期限を] vastleggen; bepalen; prikken; (2) [必勝を] zich vast voornemen; daadwerkelijk plannen; z'n zinnen zetten op; (3) [生還を] verwachten; hopen op; uitkijken naar; tegemoet zien; afwachten; rekenen op; voorzien; anticiperen; zich voorbereiden op; (4) [再会を] beloven; afspreken
査定する sateisuru (1) schatten; taxeren; ramen; aanslaan; (2) vaststellen; bepalen
決める;極める kimeru beslissen; bepalen; besluiten; vaststellen
決定する ketteisuru vaststellen; beslissen; bepalen
決定付ける ketteizukeru beslissen; uitmaken; bepalen; beslechten
測る hakaru (1) meten; opmeten; uitmeten; afmeten; [de temperatuur enz.] opnemen; [de maat e.d.] nemen; [de grootheid enz.] bepalen; berekenen; uitrekenen; (2) inschatten; opmaken; raden; (trachten te) doorgronden; peilen; ramen; polsen; [fig.] sonderen
特定する tokuteisuru specificeren; preciseren; precies omschrijven; precies noemen; precies aanduiden; determineren; vaststellen; bepalen; [w.g.] specifiëren
確定する kakuteisuru (1) beslist worden; vastgelegd worden; vastgesteld worden; bepaald worden; uitgemaakt worden; [veroud.] gedecideerd worden; afgesproken worden; (2) beslissen; vastleggen; vaststellen; bepalen; uitmaken; [veroud.] decideren; afspreken
算定する santeisuru berekenen; taxeren; ramen; beramen; begroten; becijferen; calculeren; bepalen; taxeren; schatten
見定める misadameru nagaan; nakijken; vaststellen; bepalen; verifiëren; zich vergewissen van; zich verzekeren van; zich zekerheid verschaffen; onderzoeken; controleren; checken
見据える misueru (1) staren; turen; spieden; starogen; strak aankijken; aanzien; aanstaren; aanblikken; aangapen; aandachtig kijken; bekijken; bezien; de ogen fixeren op; de blik vestigen; concentreren op; gadeslaan; (2) goed bekijken; onderzoeken; nagaan; zich vergewissen van; vaststellen; bepalen
見積もる mitsumoru (1) met timmermansoog schatten; beoordelen; (2) ramen; een schatting maken; begroten; berekenen; uitrekenen; taxeren; aanslaan; [損害を] bepalen; vaststellen
規定する kiteisuru regelen; bepalen; verordenen; voorschrijven; voorzien; stipuleren; bedingen; [veroud.] verordineren
計る hakaru (1) meten; opmeten; uitmeten; afmeten; [de temperatuur;de tijd enz.] opnemen; [de maat e.d.] nemen; [de grootheid enz.] bepalen; berekenen; uitrekenen; (2) peilen; schatten; polsen; [fig.] sonderen; gronden; raden; inschatten; [ook fig.] taxeren; hoogte nemen; opnemen; opmaken; ramen; begroten; calculeren; (3) plannen; beramen; beproeven; (4) bedriegen; bedotten; beetnemen
謳う utau (1) bezingen; lofzingen; lofprijzen; prijzen; loven; roemen; verheerlijken; huldigen; (2) duidelijk vermelden; bepalen; uitdrukkelijk stellen
量る hakaru (1) meten; wegen; [het volume enz.] bepalen; (2) inschatten; opmaken; raden; (trachten te) doorgronden; peilen; ramen; polsen; [fig.] sonderen
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.29 sec. jiten.nl: 2 treffers, warandict: 29 treffers (zoekopdracht: 'bepalen'). 
2005-2026