日蘭辭典+

50 resultaten voor ‘kracht’
日蘭辭典 (trefwoord)
chikara
zn. (1) [] kracht v. (2) [權] macht v.; invloed m. (3) [能力] bekwaamheid v.; vermogen o. (4) [效果] doeltreffendheid v.; doelmatigheid v. (5) [助] steun m. (6) [氣力] energie v.; geestkracht v. (7) [語勢] nadruk m.; klem v. ¶ の及ぶ限り naar zijn beste vermogen. ¶ に任せて uit alle macht. ¶ 人のになる iemand tot steun zijn. ¶ を籠めて言ふ met nadruk zeggen. ¶ を落す den moed verliezen. ¶ 之にを得て hierdoor aangemoedigd. ¶ 不滅 behoud van arbeidsvermogen. ¶ calorische energie.
otoko
zn. (1) [子] man m.; volwassen man (大人) m. (下僕) bediende m.; knecht m.; mannelijkheid (子の意氣) v. (2) [情夫] minnaar m. ¶ の mannelijk. ¶ 盛り bloei van de mannelijke kracht; kracht van het leven. ¶ になる (が) climacterische leeftijd bereiken. ¶ 今度赤ちゃんですかですか is het een jongen of een meisje? ¶ 知らず maagdelijk.
yaseude瘦腕
(痩せ腕; 瘠せ腕) zn. magere arm m.; geringe bekwaamheid v.; zwakke kracht v.
nenriki念力
zn. wilskracht v.
zensokuryoku全速力
zn. volle kracht v.; volle vaart v. ¶ 全速力で zoo snel mogelijk; met volle vaart.
guiguiぐいぐい
bw. met kracht; met rukken.
jinryoku人力
zn. menschelijke kracht v. ¶ 人力に餘る onuitvoerbaar; boven ’s menschen krachten. ¶ 人力の及ばぬ bovenmenschelijke krachten.
ko-ude小腕

zn. zwakke arm m.; onvoldoende kracht v. ¶ 小腕で兩親を養つて居る hij onderhoudt zijn beide ouders met zijn zwakke krachten.

kukkyō屈强

(屈強) zn. (1) [强いこと] kracht v.; sterke lichaamsbouw m. (2) [勝れた] uitstekendheid v. ¶ 屈强な sterk; gespierd; voortreffelijk (勝れた).

kyōdo强度

(強度) zn. kracht v.; intensiteit v.; hevigheid v.; sterkte v. ¶ 强度の強 sterk; hevig; intens; krachtig.

kyōjaku强弱

(強弱) zn. sterkte of zwakheid; mate van kracht.

zenryoku全力

zn. alle macht v.; alle krachten v.mv. ¶ 全力を盡す zijn uiterste best doen; alle krachten inspannen. ¶ 全力を盡して met alle macht; met hart en ziel.

yosei餘勢

(余勢) zn. vaart v.; verkregen snelheid v.; nog aanwezige kracht v.; resteerend arbeidsvermogen o.

wanryoku腕力

zn. physieke kracht v.; spierkracht v. ¶ 腕力に訴へる zijn toevlucht nemen tot geweld. ¶ 腕力を用ひる geweld gebruiken. ¶ 腕力の制裁を加へる eigen rechter zijn. ¶ 腕力政治 recht aan den sterkste.

tsuyoi强い

(強い) bn. (1) [強健] sterk; krachtig. (2) [堅牢] stevig; solide. (3) [力の] krachtig; gespierd. (4) [勇壯] dapper; moedig. (5) [激烈] hevig. ¶ 強く云ふ met nadruk zeggen; den nadruk leggen. ¶ 強める versterken. ¶ 強めて言ふ nog sterker zeggen. ¶ 強み kracht. ¶ 強さ kracht; intensiteit; hevigheid; sterkte. ¶ 電流の強さ stroomsterkte.

tsukusu盡す

(尽くす) t.w. (1) [消費] verbruiken; opgebruiken; uitputten. (2) [果す] volbrengen; vervullen; voleindigen; voltooien. i.w. (3) [盡力する] zich inspannen. ¶ 喰ひ盡す opeten. ¶ 國の爲に盡す zijn krachten geven aan het vaderland. ¶ 深切を盡す zich uitputten in vriendelijkheid. ¶ 百方手を盡す geen middel onbeproefd laten. ¶ 己の分を能く盡す zijn taak goed volbrengen. ¶ 言語に盡し難き onbeschrijfelijk.

SUPPLEMENT (trefwoord)
sayūsuru左右する
(ww.) (1) [支配する] beheersen; macht hebben over; in de hand hebben. (2) [影響を与える] beïnvloeden; bepalen; een belangrijke factor zijn; een rol spelen. ¶ 天候が明日の試合を最も左右するだろう。 Tenkō ga ashita no shiai wo mottomo sayūsuru darō. Het weer zal de belangrijkste factor zijn in de wedstrijd van morgen. ¶ 音楽家としての成功を左右するのは、才能である。 Ongakuka to shite no seikō wo sayūsuru no wa, sainō de aru. De bepalende factor voor het succes van een musicus, is talent. ¶ 競馬は馬の能力だけでなく、ジョッキーの技術に左右される。 Keiba no uma no sairyoku dake de naku, jokkii no gijutsu ni sayūsareru. Bij paardenrennen speelt niet alleen de kracht van het paard een rol, maar ook de vaardigheid van de jockey. (yamasv) 彼の返事は彼の気分に左右される。 Kare no henji wa kare no kibun ni sayūsareru. Zijn antwoord wordt bepaald door zijn stemming. ¶ 大衆の意見が大統領の決定を左右するtaishū no iken ga daitōryō no kettei wo sayūsuru. De publieke opinie beïnvloed de beslissingen van de president. (TTC)
SUPPLEMENT (trefwoord)
succes

(znw, het)

seikoo 成功 (algemeen gebruikt); shusse 出世 (succes in levensloop of carrière); jooshubi 上首尾 (goed resultaat); ooatari 大当たり (doel treffen, scoren); kookekka 好結果 (goed resultaat); hitto ヒット (hit in muziek, sport).

¶ Het experiment was een succes. Jikken wa seikoo datta. 実験成功だった。(TTP)
¶ Ik wens je succes. Go-seikoo wo inorimasu.成功を祈ります。(TTP)
¶ Het was een groot succes. Daiseikoo datta.成功だった。(TTP)
¶ Satoo behaalde succes op eigen kracht, niet geholpen door zijn goede afkomst. Satou-san wa iegara de naku jitsuryoku de shusse shimashita. 佐籐さんは家柄でなく実力出世しました。(TTP)
¶ Ik heb het project met succes afgerond Chooryaku, jooshubi ni owarimashita 調略、上首尾に終わりました (Twitter)
¶ Een onverwacht succes Sooteigai no kookekka 想定外の好結果 (twitter)
¶ Het is een verrassend succes, nietwaar? Bikkuri no kookekka da naa びっくりの好結果だなぁ (twitter)
¶ Een succesnummber van Inna dat ook in Japan een zekere mate van erkenning geniet. Nihon de mo ninchido no aru Inna no hitto kyoku. 日本でも認知度のあるInnaのヒット。(Twitter)

In seikoo is de /ei/ niet die van “beide,” maar de /ee/ in “geef”.

[Dit lemma gebruikt oo-spelling.]

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <kracht>
こく koku body; karakter; kracht; pit; [ワインの] corps
パワー pawā (1) kracht; power; vermogen; sterkte; macht; [veroud.] mogendheid; (2) energie; fut; pit; uithoudingsvermogen; uithouding; drive; dynamiek; vuur; animo
パンチ panchi (1) pons; ponsmachine; ponstang; drevel; doorslag; perforator; kniptang; (2) vuistslag; slag; stoot; klap; (3) slagvaardigheid; doortastendheid; pit; energie; kracht; fut; [bokssp.] punch; jab; (4) [cul.] punch; bowldrank; bowl; krambamboeli
フォース fōsu (1) kracht; (2) [mil.] macht; strijdkracht; krijgsmacht; leger; (3) [comp.] Forth [= programmeertaal]; (4) Force; (5) Fosses
元気 genki (1) energie; vitaliteit; levenskracht; fut; pit; pittigheid; veerkracht; kracht; (2) geestkracht; wilskracht; energieke vastbeslotenheid; (3) gezondheid; welzijn; kracht; energie; (4) moed; dapperheid; flinkheid; onverschrokkenheid; vermetelheid; vuur; kloekheid; (5) vrolijkheid; opgeruimdheid; blijheid; lichte stemming; (6) energiek; levendig; vol levenskracht; vol fut; pittig; veerkrachtig; krachtig; (7) vol van geestkracht; vol van wilskracht; vastbesloten; vastberaden; vast van wil; kordaat; (8) gezond; niet ziek; verkerend in een toestand van fysiek en psychisch welbevinden; verkerend in een toestand van volkomen welzijn; (9) moedig; dapper; onverschrokken; koen; flink; vermetel; vol vuur; kloek; (10) vrolijk; opgeruimd; in lichte stemming; blij
元気付ける genkizukeru bemoedigen; aanmoedigen; sterken; opbeuren; opmonteren; opwekken; opkikkeren; verkwikken; oppeppen; encourageren; stimuleren; moed geven; inspreken; kracht; nieuwe levenskracht geven; weer op krachten doen komen; iemands moed schragen; het moreel weer opvijzelen; opfleuren; doen opleven; doen opluiken [gew.] het hart opdraaien
利き kiki (1) uitwerking; effect; werkzaamheid; doeltreffendheid; kracht; werking; effectiviteit; [薬の~] geneeskracht; (2) het dominant-zijn
chikara (1) kracht; macht; energie; force; invloed; potentie; [i.h.b.] geweld; [volkst.] forsie; (2) sterkte; kracht; moed; (3) hulp; behulp; middelen; (4) kracht; inspanning; moeite; (5) vermogen; kunnen; capaciteit; bekwaamheid; vaardigheid
ryoku -kracht; -vermogen; -macht; -capaciteit
効き目;利き目 kikime uitwerking; effect; werkzaamheid; doeltreffendheid; kracht; werking
効力 kōryoku (1) effect; effectiviteit; uitwerking; resultaat; nuttig effect; (2) geldigheid; validiteit; waarde; het in voege zijn; kracht; het van kracht zijn; het van kracht worden; inwerkingtreding
効能 kōnō uitwerking; effect; werkzaamheid; doeltreffendheid; kracht; werking; effectiviteit; [薬の~] geneeskracht
動力 dōryoku beweegkracht; drijfkracht; dynamiek; energie; kracht
勢い ikioi (1) kracht; (2) energie; vitaliteit; gezondheid; zwier; gedrevenheid; (3) macht; invloed; gezag; autoriteit; (4) drang; vaart; impuls; impetus; prikkel; (5) natuurlijke gang van zaken; loop der dingen; tendens; trend; (6) strekking; stemming; toon; (7) vanzelfsprekend; daaruit volgend; als natuurlijk gevolg; voortvloeiend; onvermijdelijk; noodzakelijk; volgens de natuurlijke gang der zaken
勢力 seiryoku macht; kracht; sterkte; invloed; influentie; overwicht
sei (a) kracht; macht; energie; vitaliteit; (b) natuurkracht; (c) situatie; staat; toestand; (d) teelbal; (e) [mil.] troepensterkte; (f) [Jap.gesch.] provincie Ise 伊勢
(1) levensbloei; kracht; bloei van z'n leven; manbaarheid; volle mannelijke leeftijd; zomer des levens; (2) kwiek; kloek; manhaftig; (3) maatwoord voor de keren dat moxibustie wordt toegepast; [i.h.b.] dosis moksa; (a) levensbloei; (man in de) kracht; bloei van z'n leven; (b) dapper; manhaftig; kloek; (c) schitterend; groot
壮年 sōnen bloei; kracht; fleur van z'n leven; z'n topjaren
威力 iryoku macht; kracht; vermogen
強勢 kyōsei (1) nadruk; klem; kracht; beklemtoning; accentuering; (2) klemtoon; accent
iki (1) adem; het ademen; ademhaling; [inform.] asem; (2) energie; kracht; (3) toon
te (1) hand; [volkst.] jat; [inform.] klauw; krauwel; [Barg.] fietsen; (2) arm; (3) poot; [i.h.b.] voorpoot; (4) handvat; oor; (5) [meton.] hand; arbeidskracht; kracht; hulpkracht; hulp; helper; (6) [meton.] iems. handen; iems. bezit; (7) handschrift; schrift; (8) middel; truc; foefje; manoeuvre; techniek; (9) verwonding; wond; (10) [将棋の] zet; (11) [トランプの] hand; kaarten; (12) richting; kant; zijde; (13) soort; slag; merk; (14) vaardigheid; bekwaamheid; (15) betrekking; band; (16) hand-; handgemaakt; handgemaakte …; (17) hand-; meeneem-; (18) [~keiyōshi;keiyōdōshi] [beklemtonend voorvoegsel]; (19) in de richting van …; -waarts; (20) [noemt een zekere kwaliteit]; (21) [RYK~] -er [achtervoegsel waarmee nomina agentis gevormd worden]; (22) [maatwoord voor shogi-;schaakzetten]
有効 yūkō (1) effectiviteit; geldigheid; doeltreffendheid; doelmatigheid; werkzaamheid; kracht; nut; probaatheid; (2) rechtsgeldigheid; het van kracht zijn; het vigeren; (3) [m.b.t. judo] yuko; (4) geldig; doeltreffend; effectief; werkzaam; afdoend; nuttig; probaat; (5) rechtsgeldig; geldig; van kracht; vigerend
気力 kiryoku (1) wilskracht; karakter; [sportt.] moraal; (2) energie; vaart; drive; kracht; vitaliteit; gedrevenheid; (3) ruggengraat; doorzettingsvermogen; moed; durf; pit; lef
活気 kakki kracht; energie; vitaliteit; levendigheid; activiteit; bedrijvigheid
浮力 furyoku [natuurk.] drijfvermogen; opwaartse druk; kracht; [飛行船の] hefvermogen; stijgkracht; stuwkracht; draagkracht
精力 seiryoku (1) energie; vitaliteit; levendigheid; vuur; vurigheid; temperament; fut; pit; dynamiek; kracht; elan; (2) potentie; seksueel vermogen
精気 seiki (1) geest (der schepping); adem; (2) geestkracht; energie; kracht
馬力 bariki (1) paardenkracht; kracht (als) van een paard; (2) kar; sleperswagen; vrachtkar; (3) vermogen; kracht; vitaliteit; energie; (4) [veroud.;natuurk.] paardenkracht [eenheid van vermogen]; pk; HP [-> horsepower]; CV [-> cheval-vapeur]
shirushi (1) voorteken; voorbode; aankondiging; indicatie; teken; symptoom; (2) bovennatuurlijke werkzaamheid; kracht; (3) effect; werkzaamheid; uitwerking; doeltreffendheid; effectiviteit; (4) zinvolheid
高度 kōdo (1) hoogte; (2) sterkte; kracht; krachtigheid; intensiteit; (3) hoge mate; grote mate; hoog peil; (4) sterk; krachtig; intens; hevig; in hoge graad; in hoge mate; (5) geavanceerd; hoog ontwikkeld; gesofisticeerd; gesofistikeerd; (6) in hoge mate; in grote mate; in hoge graad; in een hoog peil
tamashī (1) ziel; geest; (2) kracht; geest; pit; fut; spirit
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.57 sec. jiten.nl: 18 treffers, warandict: 32 treffers (zoekopdracht: 'kracht'). 
2005-2026