日蘭辭典+

34 resultaten voor ‘antwoord’
日蘭辭典 (trefwoord)
aisatsu挨拶
zn. (1) [會釋] groet m. ¶ 挨拶する groeten. (2) [囘答] antwoord o.
kaitō囘答
kotae

(答え) zn. (1) [返答] antwoord o. (2) [解答] uitkomst v.; antwoord o.; oplossing v. (3) [效用] resultaat o.; uitwerking v. ¶ 答へる antwoorden; beantwoorden; antwoord geven. ¶ に答へて in antwoord op.... ¶ 身體にこたへる van invloed zijn op de gezondheid.

kōtei肯定

zn. bevestiging v. ¶ 肯定的 bevestigend; in bevestigenden zin. ¶ 肯定する bevestigen; „jaantwoorden.

kōtō口答
kotoba言葉

zn. (1) [言語] taal v.; woorden o.mv. (2) [語] woord o.; term v. (3) [地方語] dialect v. (4) [話] spraak v.; uitlating v.; opmerking v. (5) [言方] spreekwijze v.; uitdrukking v. ¶ 言葉通り woordelijk; letterlijk. ¶ 無益の言葉を費す woorden verspillen. ¶ 言葉を違へる zijn woord breken. ¶ 言葉を換へて云へば met andere woorden; m.a.w. ¶ 言葉を掛ける het woord richten; zich wenden. ¶ 言葉爭ひ woordenwisseling; redetwist. ¶ 言葉返し vinnig antwoord. ¶ 言葉書 uiteenzetting; epistel. ¶ 言葉敵 iemand om teegen te praten; aanspraak. ¶ 言質 eerewoord. ¶ 言質を與へる zijn woord verpanden. ¶ 言葉尻 verspreking. ¶ 言葉尻を取る iemand betrappen doordat hij zich verspreekt; iemand in zijn eigen woorden vangen. ¶ 言葉違へ inconsequentie; woordbreuk. ¶ 言葉違へをする zichzelf tegenspreken; inconsequent zijn; zich niet houden aan zijn woord; zijn woord breken. ¶ 言葉咎 critiek. ¶ 言葉添へをする een goed woordje doen. ¶ 言葉遣ひ uitdrukking; spreekwijze. ¶ 言葉多きは問少し holle vaten klinken het hardst; veel geschreeuw, weinig wol.

kou乞ふ、請ふ

(乞う、請う) t.w. vragen; verzoeken; bidden. ¶ を請ふ gast uitnoodigen. ¶ を請ふ ontslag vragen wegens hoogen leeftijd. ¶ 施を乞ふ bedelen. ¶ 人に物を乞ふ van iemand iets vragen. ¶ 助命を乞ふ om genade vragen. ¶ 貴答を乞ふ verzoeke beleefd om antwoord.

kuchigotae口答へ

zn. vinnig antwoord o.; wederwoord o.; tegenspraak v.; tegenwerping v.

kurushimu苦む

i.w. (1) [痛む] lijden. (2) [悩む] gekweld worden; zuchten onder. ¶ 返答に苦む niet weten, wat te antwoorden.

zennō前納

zn. vooruitbetaling v. ¶ 返信料前納電報 telegram met antwoord betaald; telegram R.P. (reponse payée).

tsukai使

(使い) zn. boodschap v.; (使者) boodschapper m.; looper m.; bode m. & v. ¶ 使を以て per bode. ¶ 使をする boodschap doen. ¶ 使の者に御返事御渡し下され度候 verzoeke uw antwoord aan brenger mede te geven.

SUPPLEMENT (trefwoord)
sayūsuru左右する
(ww.) (1) [支配する] beheersen; macht hebben over; in de hand hebben. (2) [影響を与える] beïnvloeden; bepalen; een belangrijke factor zijn; een rol spelen. ¶ 天候が明日の試合を最も左右するだろう。 Tenkō ga ashita no shiai wo mottomo sayūsuru darō. Het weer zal de belangrijkste factor zijn in de wedstrijd van morgen. ¶ 音楽家としての成功を左右するのは、才能である。 Ongakuka to shite no seikō wo sayūsuru no wa, sainō de aru. De bepalende factor voor het succes van een musicus, is talent. ¶ 競馬は馬の能力だけでなく、ジョッキーの技術に左右される。 Keiba no uma no sairyoku dake de naku, jokkii no gijutsu ni sayūsareru. Bij paardenrennen speelt niet alleen de kracht van het paard een rol, maar ook de vaardigheid van de jockey. (yamasv) 彼の返事は彼の気分に左右される。 Kare no henji wa kare no kibun ni sayūsareru. Zijn antwoord wordt bepaald door zijn stemming. ¶ 大衆の意見が大統領の決定を左右するtaishū no iken ga daitōryō no kettei wo sayūsuru. De publieke opinie beïnvloed de beslissingen van de president. (TTC)
seikai正解
(znw) (1) het juiste antwoord; de juiste verklaring [interpretatie]; correct; juist; goed. ¶ 正解をまるで囲みなさいSeikai wo maru de kakominasai. Omcirkel het juiste antwoord alsjeblieft. (TTC) ¶ そっか!!それ正解だよね Sokka! Sore ga seika da yo ne! Ja toch! Zo is het toch! (twitter) (2) (als evaluatie achteraf) de juiste beslissing; de juiste keuze. ¶ どんどんひどくなっていく今日は出かけなくて正解だったAme ga dondon hidoku natte iku. Kyō wa dekakenakute seikai datta. De regen wordt steeds erger. Ik ben blij dat we niet weg zijn gegaan. (yamasv)
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <antwoord>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
お返事 ohenji antwoord; reactie
レス resu (1) antwoord; reactie; weerklank; respons; (2) löss; Limburgse klei; (3) Les; (4) -loos; -vrij
反応 hannou reactie; antwoord; respons; weerwerk; feedback
受け答え ukekotae antwoord; respons; reactie; repliek
回答 kaitou antwoord; beantwoording
報復 houfuku (1) wraak; weerwraak; wraakneming; vergelding; wedervergelding; revanche; retaliatie; leer om leer; (2) [pol.] represaille; tegenmaatregel; retorsie; (3) antwoord; repliek; reactie
対応 taiou (1) overeenkomst; overeenstemming; correspondentie; [comp.] compatibiliteit; afgestemdheid; samengang; coördinatie; (2) equivalentie; gelijkwaardigheid; (3) antwoord; reactie; respons; omgang; hantering; behandeling; bejegening; aanpak
kokoro (1) geest; ziel; (2) hart; innerlijk; inborst; aard; karakter; (3) gevoel; gevoelens; emotie; sentiment; hartstocht; (4) hartelijkheid; cordialiteit; warmte; vriendelijkheid; oprechtheid; eerlijkheid; (5) sympathie; genegenheid; medegevoel; deelneming; (6) aandacht; attentie; interesse; belangstelling; (7) geheugen; memorie; herinneringsvermogen; (8) wil; wilskracht; (9) intentie; bedoeling; (10) stemming; humeur; gemoedsgesteldheid; (11) betekenis; ware betekenis; zin; antwoord; het waarom
応答 outou respons; reactie; responsie; weerklank; weerwerk; gehoor; antwoord; repliek; [Eng.] response
応酬 oushuu (1) uitwisseling; geven en nemen; (2) antwoord; respons; reactie; (3) uitwisseling van drank
ou (a) antwoord; respons; (b) instemming; (c) reactie; respons; (d) passen; overeenstemmen
挨拶 aisatsu (1) groet; begroeting; groetenis; saluut; salutatie; compliment; [m.b.t. brief] aanhef; (2) speech; toespraak; rede; paar woorden; kort woord; (3) antwoord; repliek; reactie; verontschuldiging; kennisgeving; aanzegging; aankondiging; waarschuwing; [Belg.N.] verwittiging; (4) [yakuzajargon] beantwoording; wraak; revanche; vergelding; (5) [ironische aanduiding van een belediging] fraai compliment
答え kotae (1) antwoord; weerwoord; repliek; bescheid; (2) respons; reactie; response; (3) oplossing; antwoord op een vraagstuk; (4) echo; weergalm; weerklank
答弁;答辯 touben antwoord; repliek; weerwoord; verweer; verantwoording
答案 touan (1) antwoord; oplossing; (2) antwoordblad; [i.h.b.] examenformulier; [Belg.N.] examenkopij
tou (a) antwoorden; repliceren; (b) antwoord; oplossing
kai (1) uitleg; interpretatie; (2) [wisk.] oplossing; (3) antwoord; (4) [Kanbun] verweerschrift; apologie; (a) in stukken vallen; uit elkaar vallen; (b) vrijlaten; losmaken; opheffen; (c) toelichten; uitleggen; (d) begrijpen; inzien; (e) mening; idee; excuus; (f) verzoening
言い返し iikaeshi (1) weerwoord; repliek; antwoord; riposte; (2) herhaling
返し kaeshi (1) het teruggeven; teruggave; terugbetaling; wisselgeld; (2) [お~] tegengeschenk; tegenprestatie; wederdienst; (3) beantwoording; antwoord; repliek; weerwoord; [i.h.b.] antwoordgedicht; (4) nawind; nagolf; nabeving; naschok; (5) het omdraaien; het draaien in tegenovergestelde richting; (6) [veroud.] refrein; (7) [veroud.] weerhaak
返事;返辞 henji antwoord; repliek; respons; responsie; beantwoording; reactie; [i.h.b.] weerwoord; sjoege
返答 hentou antwoord; repliek; reactie; beantwoording
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.7 sec. jiten.nl: 13 treffers, warandict: 21 treffers (zoekopdracht: 'antwoord'). 
2005-2026