
日
蘭
蘭
辭
典
典
日蘭辭典+
日蘭辭典 (trefwoord)
mo・も
vw. & bw. (1) [も亦] ook. vw. (2) […も…も] zoowel als. (3) [も…もせぬ] noch. bw. (4) [とも] zelfs al ook; vw. indien. ¶ 孰れにても hoe het ook zij; of ... of niet. ¶ 英語も蘭語もどっちも解る hij verstaat Engelsch zoowel als Hollandsch. ¶ 君もそこに居たのか ben jij er ook geweest? ¶ 昨日も今日もない gisteren noch vandaag. ¶ 降っても照っても of het regent of dat het mooi weer is ...... ¶ 雨が降っても行きませう al regent het ook, ik ga toch. ¶ 早くも op zijn vlugst. ¶ 言ふも恐ろしいが hoewel het met spijt, het te moeten zeggen.
warui・惡い
(悪い) bn. (1) [惡い] slecht; verkeerd. (2) [非道な] zondig. (3) [不法な] onwettig. (4) [邪惡な] boos; boosaardig. (5) [いたづらな] baldadig; ondeugend. (6) [不吉な] kwaad; onheilspellend. (7) [不運な] ongelukkig; (8) [有害な] schadelijk. (9) [不健全な] ongezond. (10) [醜惡な] leelijk. (11) [粗末な] grof; inferieur. (12) [腐敗せる] rot. ¶ 口が惡い schelden; kwaad spreken. ¶ 更に惡い nog erger. ¶ 最も惡い allerergst. ¶ 耳が惡い hardhoorig. ¶ 胸が惡い zich niet lekker voelen; misselijk zijn. ¶ 香が惡い stinken. ¶ 體に惡い ongezond. ¶ 惡い事 zonde; verkeerdheid; misdaad; wangedrag. ¶ 價も安いが品も惡い goedkoop en slecht. ¶ 君の方が惡い jij hebt ongelijk; het is jouw schuld. ¶ 私が惡かつた het is mijn schuld; ik heb ongelijk.
SUPPLEMENT (trefwoord)
kimi・君
zn. (1) jij; je; (informeel) gozer; kerel; vriend; vent. ¶ 君の kimi no jouw. ¶ 君たち kimitachi jullie; mensen; makkers; lui. ¶ 田島くん・・・。君はもう少し品のいい話はできないのか? Tajima... Kimi wa mō shukoshi hin no ii hanashi wa dekinai no ka. Tajima... Kun je het niet een beetje beleefd [fatsoenlijk] houden? (TTC) ¶ 君たちは学生なんだ、こんなことをやれるのは今だけだ。 Kimitachi wa gakusei nan da, konna koto wo yareru no wa ima dake da. Jullie zijn studenten! Alleen nu kunnen jullie zoiets flikken! (TTC) (2) (archaïsch) monarch; vorst; heerser; meester.
NB Het gebruik van 君 kimi in bet. (1) is net als あなた anata aan regels gebonden. 君 kimi is meestal informeel en wordt vooral gebruikt door mannen voor een vriend, of iemand die lager in status is. Maar het wordt ook gebruikt door mannen om vrouwen aan te spreken, bijvoorbeeld door een superieur, of door een man voor zijn vrouw of vriendin. (Miura:109)
NB Het gebruik van 君 kimi in bet. (1) is net als あなた anata aan regels gebonden. 君 kimi is meestal informeel en wordt vooral gebruikt door mannen voor een vriend, of iemand die lager in status is. Maar het wordt ook gebruikt door mannen om vrouwen aan te spreken, bijvoorbeeld door een superieur, of door een man voor zijn vrouw of vriendin. (Miura:109)
ganbatte・頑張って
Uitdr. Houd vol! Geef niet op! Zet door! Doorzetten! Volhouden! ¶ 君なら成功できるよ、がんばって。僕は見捨てない。 ♂ Jij kunt het echt wel, houd vol. Ik zal je niet in de steek laten. ¶ できるだけがんばってやってみます。Ik zal mijn uiterste best doen. ¶ 彼はその難しい課題をがんばってやった。Hij bleef zijn best doen op die lastige lessen. ¶ 新しい仕事がんばってください。Zet hem op met je nieuwe baan / succes met je nieuwe baan.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <jij>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
ああた aata [inform.;♀] jij
わい wai (1) [Kansai-regiolect] [♂] ik; (2) je; jij
ユー yuu (1) (de letter) u; U; (2) [stofn.] U [= uranium;uraan]; (3) u; jij
主 noshi jij; je; gij; ge
其方 sochira (1) daar; daarginds; ginds; ginder; bij u; jullie; jou; [i.h.b.] dat; die daar; (2) u; jij; jullie
其方 sotchi (1) daarginds; ginds; ginder; daar; bij jullie; jou; [i.h.b.] dat; die daar; (2) jij; jullie
君 kimi (1) heerser; keizer; monarch; meester; (2) jij; je; [veroud.] gij; ge
売り言葉に買い言葉 urikotobanikaikotoba leer om leer; met gelijke munt betalen; terugbetalen; het met gelijke munt betaald zetten; van hetzelfde laken een pak geven; [Belg.N.] van hetzelfde laken een broek geven; een koekje van eigen deeg geven; lik op stuk geven; de jij-bak toepassen; jij-bakken
子 shi (1) kind; [i.h.b.] jongen; (2) deugdzame man; meester; [i.h.b.] Confucius; (3) zǐ [± traktaat;één van de vier categorieën boeken in het Klassiek Chinees]; (4) burggraaf; (5) rente; interest; (6) [go-spel] schijf waarmee men go speelt; (7) jij; je; (8) -er; -or; -aar; -eur [maakt van een zelfst. naamw. een nomen agentis]; (9) [Nara;Heian-gesch.] [achtervoegsel bij namen van edelvrouwen]; (10) [honoratief achtervoegsel bij persoonsnamen]; (11) [achtervoegsel na de eigen naam ten teken van bescheidenheid]; (a) kind; zoon; dochter; telg; (b) ei; vrucht; (c) deeltje; (d) heer; leraar; meester; (e) man; mens; (f) vrouwe …; (g) ding; zaak; iets; (h) burggraaf; (i) [astrol.] rat
彼方;貴方 anata u; jij; [gew.] gij; [gew.] ge
御主 onushi jij; je
御主 onoshi (1) jij; je; (2) zichzelf
御前;お前 omae [spreekt.;inf.] jij; je; [gew.] gij; [gew.] ge
御宅 otaku (1) uw huis; uw thuis; uw woning; uw adres; (2) uw gezin; (3) uw echtgenoot; uw man; de heer des huizes; (4) u; jij; je; [Belg.N.] gij; [Belg.N.] ge
御自分 gojibun (1) zelf; in hoogsteigen persoon; hoogstpersoonlijk; (2) [veroud.] u; gij; jij
我;吾 ware (1) ik; (2) je; jij; [veroud.] ge; gij; (3) zelf; zichzelf
手前;点前 temae (1) aan deze zijde; aan deze kant; vóór; (2) bekwaamheid; vaardigheid; vakkundigheid; deskundigheid; (3) (点前) [m.b.t. theeceremonie] etiquette; protocol; ceremonieel; ceremoniële handelingen; procedure; (4) [ter] wille [van]; -halve; [in het] belang [van]; [uit] consideratie [voor]; [uit] eerbied [voor]; [uit] achting [voor]; [uit] piëteit [jegens]; (5) ik; (6) jij; [Belg.N.] gij; [Belg.N.] ge
手前 temee (1) ik; (2) jij; je; [Belg.N.] gij; [Belg.N.] ge
此方 konata (1) hier; hierheen; (2) jij; je; (3) sedert; sinds; vanaf; (4) tevoren; eerder; (5) hij; zij; deze; (6) ik
汝 unu (1) [min.] jij; (2) zich; zichzelf; (3) [= uitroep van verontwaardiging] tss; wel allemachtig!; jemig nog toe!
汝 nare [veroud.] gij; jij
汝;爾 nanji [veroud.] gij; jij
貴君 kikun [♂] jij
貴方 anta [inform.] u; jij; [gew.] gij; [gew.] ge
貴様 kisama [inform.;min.] jij; je; [Belg.N.] gij; [Belg.N.] ge
Tijd: 2.36 sec. jiten.nl: 10 treffers, warandict: 25 treffers (zoekopdracht: 'jij').
2005-2026
