
日
蘭
蘭
辭
典
典
日蘭辭典+
日蘭辭典 (trefwoord)
fushinjin・不信心
zn. ongeloof o. ¶ 不信心の ongeloovig. ¶ 不信心者 ongeloovige; atheist.
fushin・不審
zn. (1) [疑問] twijfel m. (2) [嫌疑] verdenking v. ¶ 不審に思ふ vreemd vinden; verdacht vinden. ¶ 不審の念を起こす achterdocht opwekken. ¶ 不審がる betwijfelen; in twijfel trekken. ¶ 不審さうな顏をする ongeloovig gezicht zetten.
utagai・疑
zn. (1) [疑念] twijfel m.; wantrouwen o. (2) [嫌疑] achterdocht v.; argwaan m.; verdenking v. (3) [疑問] vraag v.; kwestie v. ¶ 疑を抱く argwaan koesteren. ¶ 疑を解く twijfel uit den weg ruimen; geruststellen. ¶ 疑を容れず ontwijfelbaar; betrouwbaar. ¶ 疑なく ongetwijfeld; buiten kijf; stellig. ¶ 虎列刺の疑あり het wordt verdacht een geval van cholera te zijn. ¶ 疑深い argwanend; achterdochtig; ergdenkend; ongeloovig; wantrouwend.
Tijd: 1.47 sec. jiten.nl: 3 treffers, (zoekopdracht: 'ongeloovig').
2005-2026