
日
蘭
蘭
辭
典
典
日蘭辭典+
日蘭辭典 (trefwoord)
ate・當
(当て) zn. (1) [信賴] vertrouwing v. (2) [目的] doel o. (3) [期待] verwachting v.; hoop v. (4) [手掛り] leidraad m. ¶ 當になる betrouwbaar; geloofwaardig. ¶ 當もなく doelloos. ¶ 當が外れる zijn doel missen; teleurgesteld worden. ¶ 當にする vertrouwen op. ¶ を當にして op grond van.
shinzuru・信ずる
(信じる) t.w. gelooven; vertrouwen. ¶ 信じ難き ongeloofelijk. ¶ 信ずべき geloofwaardig; betrouwbaar. ¶ 風評を信ずる geloof hechten aan een gerucht. ¶ 容易に信ず lichtgeloovig zijn.
shinpyō・信憑
zn. vertrouwen o. ¶ 信憑する vertrouwen; gelooven; vertrouwen stellen in. ¶ 信憑すべき geloofwaardig; betrouwbaar; authentiek. ¶ 神憑狂 godsdienstwaanzin. ※
renchoku・廉直
daijōbu・大丈夫
(1) [安全] veiligheid v. (2) [確實] zekerheid v. ¶ 大丈夫の veilig; zeker; betrouwbaar. ¶ 大丈夫です maak u niet ongerust; ge kunt erop rekenen.
kuchigatai・口堅い
bn. betrouwbaar in het bewaren van geheimen.
yoridokoro・據所
(拠所) zn. bewijsgrond m.; autoriteit v. ¶ 據所ある authentiek; gegrond; betrouwbaar. ¶ 據所なき onbetrouwbaar; ongegrond; uit de lucht gegrepen.
utagai・疑
zn. (1) [疑念] twijfel m.; wantrouwen o. (2) [嫌疑] achterdocht v.; argwaan m.; verdenking v. (3) [疑問] vraag v.; kwestie v. ¶ 疑を抱く argwaan koesteren. ¶ 疑を解く twijfel uit den weg ruimen; geruststellen. ¶ 疑を容れず ontwijfelbaar; betrouwbaar. ¶ 疑なく ongetwijfeld; buiten kijf; stellig. ¶ 虎列刺の疑あり het wordt verdacht een geval van cholera te zijn. ¶ 疑深い argwanend; achterdochtig; ergdenkend; ongeloovig; wantrouwend.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <betrouwbaar>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
堅実 kenjitsu vast; solide; stabiel; staag; degelijk; betrouwbaar; gezond
大丈夫 daijoubu (1) veilig; buiten gevaar; zonder risico; betrouwbaar; zeker; in veiligheid; ongedeerd; alles kits; in orde; okay; met ~ gaat alles goed; (2) geen nood; maak je geen zorgen; niks aan de hand; reken er maar op; wees er maar zeker van; (wees maar) gerust; wees maar niet bezorgd; er kan niets (mee) gebeuren; wees daar niet ongerust over; trek je er niets van aan; [inform.] dat zit wel goed
大丈夫な daijoubuna (1) veilig; beveiligd; zeker; (2) stevig; secuur; betrouwbaar; onfeilbaar
当てになる ateninaru betrouwbaar; geloofwaardig; fideel; vertrouwd; geaccrediteerd; degelijk; solide; authentiek; deugdelijk; zeker; gewis; stellig
律儀 richigi (1) eerlijkheid; integriteit; oprechtheid; rechtschapenheid; sinceriteit; getrouwheid; betrouwbaarheid; (2) eerlijk; integer; oprecht; rechtschapen; betrouwbaar; serieus; consciëntieus; gewetensvol; plichtsgetrouw
忠実な chuujitsuna trouw; loyaal; getrouw; toegewijd; trouwhartig; betrouwbaar
甲斐甲斐しい kaigaishii (1) behendig; vaardig; efficiënt; vlot; bekwaam; (2) toegewijd; nauwgezet; ijverig; diligent; naarstig; vlijtig; (3) effectief; succesvol; afdoend; doeltreffend; (4) betrouwbaar; serieus; consciëntieus; vertrouwenswaardig; vertrouwenswaard
確 kaku (1) zeker; vast; gewis; stellig; (2) duidelijk; precies; (a) zeker; vast; (b) vaststaand; onbetwistbaar; onwrikbaar; (c) [afk.] zeker; betrouwbaar
確か;慥か tashika (1) zeker; vaststaand; positief; afdoend; gewis; verzekerd; onomstotelijk; onweerlegbaar; ontegenzeglijk; ontwijfelbaar; onmiskenbaar; onbetwistbaar; pertinent; (2) betrouwbaar; te vertrouwen; geaccrediteerd; gewaarborgd; solide; gedegen; authentiek; onfeilbaar; nimmer falend; feilloos; (3) [i.c.m. 頭;気 e.d.] gezond; o.k.; degelijk; wel; in orde; (4) exact; precies; juist; nauwkeurig; (5) zeker; beslist; vast (en zeker); stellig; natuurlijk; inderdaad; toegegeven; ongetwijfeld; met zekerheid; zonder twijfel; naar alle waarschijnlijkheid; gegarandeerd; voorwaar; welzeker; zonder mankeren; [form.] voorzeker; weliswaar; (6) als ik (het) me goed herinner; als ik het wel heb; ik geloof; meen; denk; ik maak me sterk
確かな;慥かな tashikana (1) zeker; vaststaand; positief; afdoend; gewis; verzekerd; onomstotelijk; onweerlegbaar; ontegenzeglijk; ontwijfelbaar; onmiskenbaar; onbetwistbaar; pertinent; (2) betrouwbaar; te vertrouwen; geaccrediteerd; gewaarborgd; solide; gedegen; authentiek; onfeilbaar; nimmer falend; feilloos; (3) [m.b.t. 頭;気] gezond; degelijk; (4) exact; precies; juist; nauwkeurig
確りした;聢りした shikkarishita (1) stevig; vast; hecht; strak; (2) betrouwbaar; geloofwaardig; te vertrouwen; solide; stabiel; degelijk; bezadigd; bezonnen; beraden; nuchter
確実 kakujitsu (1) zekerheid; betrouwbaarheid; (2) zeker; veilig; betrouwbaar; (3) natuurlijk
誠意のある seiinoaru oprecht; eerlijk; trouwhartig; getrouw; betrouwbaar
頼もしい tanomoshii (1) betrouwbaar; geloofwaardig; te vertrouwen; geaccrediteerd; solide; authentiek; (2) beloftevol; veelbelovend; hoopgevend; belofterijk; goeds voorspellend; hoopvol stemmend
Tijd: 1.38 sec. jiten.nl: 8 treffers, warandict: 14 treffers (zoekopdracht: 'betrouwbaar').
2005-2026
