日蘭辭典+

24 resultaten voor ‘straf’
日蘭辭典 (trefwoord)
mukui
(報い) zn. (1) [報償] vergelding v.; belooning v. (2) [] straf v. ¶ 報いる vergelden; beloonen. ¶ を以って報いる kwaad met goed vergelden; vurige kolen op het hoofd stapelen.
ukeru受ける
t.w. (1) [受納] ontvangen; nemen. (2) [受止める] pakken; tegenhouden. (3) [檢査] ondergaan; ervaren. (4) [蒙る] krijgen; lijden. (5) [許可等] krijgen; verkrijgen. ¶ 命を受ける bevel krijgen. ¶ 檢査を受ける onderzocht worden. ¶ 受ける gestraft worden. ¶ 俸給を受ける tractement ontvangen. ¶ 治療を受けてゐる onder geneeskundige behandeling.
kōmuru蒙る
t.w. (1) [受ける] krijgen; ontvangen. (2) [損害等を] lijden; ondergaan. (3) [被る] dragen. ¶ を蒙る gunsten ontvangen. ¶ を蒙る beschuldigd worden. ¶ 損害を蒙る verlies leiden. ¶ を蒙る straf ondergaan.
tsumi
zn. (1) [罪惡] zonde v. (2) [犯罪] vergrijp o.; misdrijf o.; misdaad v. (3) [咎め] schuld v.; blaam v. (4) [過失] fout v.; misstap m. misdraging v.; overtreding v.; wangedrag o. (5) [] straf v. ¶ 服する schuld bekennen. ¶ より救ふ redden van de zonde. ¶ 犯す misdrijf begaan. ¶ を負はす beschuldigen. ¶ を免れる straf ontloopen. ¶ 贖ふ schuld boeten. ¶ ある schuldig; zondig; misdadig. ¶ なき onschuldig. ¶ する straffen.
kabau庇ふ

t.w. behoeden; beschermen; beschutten. ¶ 罪人を庇ふ misdadiger verbergen; misdadiger voor straf vrijwaren.

yurushi

zn. (1) [許可] vergunning v.; verlof o. (2) [宥怒] vergeving v.; vergiffenis v. (3) [放免] verschooning v.; kwijtschelding v. (4) [免許] licentie v. ¶ 許す vergunnen; veroorloven; toelaten; (宥怒) vergeven; vergiffenis schenken; (放免) verschoonen; straf kwijtschelden; (認める) toegeven; erkennen; (緩くする) verslappen; verlichten. ¶ 許し得べき vergefelijk; verschoonbaar; toelaatbaar. ¶ 其筋から許されて met vergunning van de bevoegde autoriteiten. ¶ 入學を許す tot een school toelaten. ¶ 願を許す verzoek inwilligen; verzoek toestaan. ¶ 罪を赦す zonden vergeven. ¶ 時間の許す限り voor zoover de tijd het toelaat.

yurumeru緩める

t.w. (1) [繩等を] losmaken; vieren. (2) [速力を] verlangzamen; vertragen. (3) [稀薄] verdunnen. ¶ 手を緩める loslaten; laten schieten; houvast verliezen. ¶ 心を緩める aandacht laten verslappen. ¶ 罰を緩める straf verlichten. ¶ 腹を緩める purgeeren; laxeeren. ¶ 手綱を緩める teugels vieren. ¶ 緩み verslapping; vertraging; vermindering van spanning; verlichting; verzachting. ¶ 緩む losraken; slapper worden; minder worden; vertraagd worden; verzacht worden. ¶ 腹が緩む loslijvig zijn; diarrhee hebben.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <straf>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
お仕置き oshioki (1) straf; bestraffing; tuchtiging; kastijding; (2) pak voor de broek; pak slaag; rammel; ransel; afranseling; [kindert.] billenkoek; (3) terechtstelling; executie
ペナルティー penarutii straf; boete; penaliteit
処罰 shobatsu bestraffing; straf
kei straf; bestraffing; [jur.] penaliteit; [arch.] peine
刑罰 keibatsu straf; bestraffing; tuchtiging; [jur.] penaliteit; [arch.] straffe; [arch.] peine
因果 inga (1) oorzaak en gevolg; [boeddh.] hetu-phala; (2) vergelding; straf; nemesis; (3) karma; lot; gesternte; (4) noodlot; tegenspoed; ongeluk; pech; doem; (5) onfortuinlijk; ongelukkig; onzalig; gedoemd; noodlottig
律令 ritsuryou [Chin.;Jap.gesch.] straf- en bestuurswetgeving; penale en administratieve rechtsbepalingen
悪報 akuhou (1) vergelding; straf; (2) slecht nieuws; slechte tijding; onheilsboodschap; ongelukstijding; jobstijding
懲戒処分 choukaishobun disciplinaire maatregel; straf; tuchtmaatregel
懲罰 choubatsu (1) straf; bestraffing; (2) [jur.] disciplinaire maatregel; straf; tuchtmaatregel; tuchtstraf
kyuu (1) [geneesk.] moxibustie; (2) kastijding; straf; tuchtiging
祟り tatari (1) vloek; (2) vergelding; straf
zai (a) misdrijf; zonde; (b) straf; (c) fout
tsumi (1) wandaad; vergrijp; misdrijf; delict; [i.h.a.] misdaad; crime; [Lat.] crimen; (2) zonde; (3) schuld; verantwoordelijkheid; (4) sanctie; straf; strafmaatregel; veroordeling; (5) verschrikkelijk; wreed; afschuwelijk; schandalig; onheus; gemeen
罰則 bassoku straf; strafbepaling; penaliteit
bachi boete; [goddelijke] vergelding; straf
batsu straf; bestraffing; tuchtiging; [arch.] straffe
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.13 sec. jiten.nl: 7 treffers, warandict: 17 treffers (zoekopdracht: 'straf'). 
2005-2026