日蘭辭典+

29 resultaten voor ‘leer’
日蘭辭典 (trefwoord)
yaso耶蘇
(イエス) zn. Jezus m. ¶ 耶蘇受難像 crucifix. ¶ 耶蘇紀元後 na Christus; Anno Domini (羅馬語). ¶ 耶蘇教 christelijke leer; christendom. ¶ 耶蘇 de christelijke landen.
hyōshi表紙
zn. boekband m.; boekomslag m. ¶ 表紙を附ける inbinden. ¶ 革表紙の in leder gebonden boek; boek met leeren band.
jasetsu邪說

zn. verkeerde theorie v. [→ketterse leer]

kyōdō敎導

(教導) zn. onderwijs o.; leerling v.; onderrichter o. ¶ 敎導する onderrichten; leiden; leeren. ¶ 敎導者 leeraar; herder ¶ 敎導團 school voor onderofficieren.

kyōgi敎義

(教義) zn. dogma o.; leer v.

kyōhō敎法

(教法) zn. godsdienst m.; leer v.

yūseigaku優生學

(優生学) zn. leer der rasverbetering v.

yūishinron唯信論

zn. leer van de zaligheid door geloof.

yūishinron唯心論

zn. leer van den geest; onstoffelijkheidsleer v.

yūiriron唯理論

zn. rationalisme o.; leer van de rede v.

yuikakuron唯覺論

(唯覚論) zn. sensualisme o.; leer van het zinnelijk waarneembare o.

yoshū豫習

(予習) zn. voorbereiding v.; leeren van lessen.

yōmeigaku陽明學

(陽明学) zn. leer van Wang Yang Ming.

urikotoba賣言葉

(売言葉) zn. beleedigende woorden o.mv.; onhebbelijkheid v. ¶ 賣言葉に買言葉 weder vergelding; leer om leer.

un-ō蘊奧

(蘊奥) zn. grondig beginsel o. geheime leer v.

tsuya

(艶) zn. glans m.; luister m. ¶ 艶を掛ける laten glanzen; doen glimmen. ¶ 艶ある glanzend; glimmend. ¶ 艶のある聲 welluidende stem; aangenaam geluid. ¶ 艶種 amourette (佛語). ¶ 光澤出しする glanzen; pollijsten. ¶ 艶革 verlakt leer. ¶ 艶革靴 lakschoenen. ¶ 艶消しの mat. ¶ 艶消硝子 matglas. ¶ 艶々した glanzend; helder; (顔色) frisch; gezond.

tsukainarasu使馴らす

(使い慣らす) t.w. temmen; gedwee maken; leeren gehoorzamen.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <leer>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
原理 genri (1) principe; grondstelling; grondbeginsel; beginsel; hoofdwaarheid; fundamentele waarheid; fundamentele stelling; fundament; basis; grondslag; (2) theorie; geheel van grondregels; leer
学説 gakusetsu theorie; leer; doctrine
教え oshie (1) onderwijs; het lesgeven; onderricht; les; instructie; lering; (2) leer; voorschrift; doctrine
kyou geloof; leer
梯子;階子;梯 hashigo (1) ladder; leer; trapleer; [i.h.b.] trap; (2) tocht (waarbij men de ene gelegenheid na de andere bezoekt); [i.h.b.] kroegentocht; boemel
武道 budou (1) Japanse vecht- en zelfverdedigingsdisciplines; oosterse vechtkunsten; krijgskunsten; budo; (2) leer; weg van de samoerai
理論 riron theorie; leer
kawa (1) huid; vel; [i.h.b.] leder; leer; (2) boomschors; schors; bast; (3) schil; pel; vel
見習い minarai (1) proef; leer; leerlingschap; opleiding in de praktijk; stage; (2) proeftijd; leertijd; opleidingstijd; [i.h.b.] noviciaat; novitiaat; [gew.] probatie; (3) leerjongen; leermeisje; leerling; persoon op proef; op proef aangenomen employé; voorlopig aangestelde; stagiair; aspirant; [i.h.b.] novice; noviet
setsu (1) mening; visie; opvatting; opinie; inzicht; idee; oordeel; (2) theorie; stelling; leer; (3) gerucht; verhaal; [er is] sprake [van]; (4) [maatwoord voor meningen;theorieën;geruchten]
道;路;途;径 michi (1) weg; baan; route; straat; (2) reis; reisroute; koers; tocht; (3) zeden; juist gedrag; ware pad; pad der deugd; plicht; gerechtigheid; (4) leer; juiste weg [van het boeddhistische geloof enz.]; (5) methode; middel; stap; uitweg; manier; kunst; (6) onderwerp; materie; terrein; branche; vakgebied; (7) loop; gang; proces
kawa leer; leder; bewerkte dierenhuid [in tegenstelling tot 皮 (かわ) ("huid") verwijst 革 (かわ) ("leer") naar huid die reeds bewerkt is tot leer]
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.34 sec. jiten.nl: 17 treffers, warandict: 12 treffers (zoekopdracht: 'leer'). 
2005-2026