日蘭辭典+

21 resultaten voor ‘verbranden’
日蘭辭典 (trefwoord)
dabi荼毘
zn. crematie v.; lijkverbranding v.; asch v. ¶ 荼毘所 crematorium. ¶ 荼毘に附す cremeeren; verbranden.
hi

zn. (1) [太陽] zon v. (2) [一日] dag m. (3) [付] datum m. (4) [] tijd m. (5) [場合] geval o. ¶ が昇る de zon gaat op. ¶ 入る de zon gaat onder. ¶ にあたる in de zon zijn. ¶ に燒ける door de zon verbrand zijn. ¶ が暮れる het loopt tegen den avond. ¶ を暮らす den dag doorbrengen. ¶ に增し van dag tot dag; elken dag. ¶ 一日 met den dag. ¶ per dag. ¶ 有事のには in geval van nood.

zenshō全燒

(全焼) zn. totale verwoesting door brand. ¶ 全燒する totaal verbranden; geheel afbranden.

yaku燒く

(焼く) t.w. (1) [燃やす] verbranden. (2) [放火] in brand steken; aansteken. (3) [焦がす] schroeien; zengen. (4) [焙る] bakken; poffen; roosteren. (5) [陶器を] bakken. (6) [炭を] branden. (7) [寫眞を] afdrukken. (8) [死骸を] cremeren. i.w. (9) [妬む] jaloersch zijn.

yakikorosu燒殺す

(焼殺す) t.w. levend doen verbranden; den vuurdood doen sterven.

yakitsukusu燒盡す

(焼尽す) t.w. opbranden; verbranden.

yakiuchi燒打

(焼打) zn. verbranding v. ¶ 燒打をする verbranden; platbranden.

yakisuteru燒棄てる

(焼棄てる) t.w. in het vuur gooien; verbranden.

yakeochiru燒落る

(焼落る) i.w. instorten door het vuur; verbranden en neerstorten.

yakeru燒ける

(焼ける) i.w. (1) [燃燒] branden; verbranden. (2) [パンが] gebakken worden; geroosterd worden. (3) [焦げる] schroeien; verschroeien; verschroeid worden. (4) [變色] verschieten. (5) [日に焦げる] verbrand zijn. (6) [胸が] branderig gevoel hebben; maagvlam hebben. (7) [妬む] jaloersch zijn. (8) [空が] gloeien; in vlam staan. ¶ 眞赤に燒けた roodgloeiend.

yakeshini燒死

(焼死) zn. vuurdood m.; dood door verbranding. ¶ 燒死する in de vlammen omkomen; levend verbranden.

uyūnikisuru烏有に歸する

(烏有に帰する) i.w. tot asch vergaan; totaal verbranden.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <verbranden>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
日焼けする hiyakesuru (1) bruinen; bruin worden; een bruinverbrande; gebronsde; zongebruinde huid krijgen; een kleurtje krijgen; (2) rood worden; verbranden; een zongebrande; roodverbrande huid krijgen
火葬にする kasounisuru cremeren; verassen; verbranden
焚く;焼く;炷く;薫く taku (1) stoken; doen branden; [i.c.m. すとーぶを] aansteken; [i.c.m. ふらっしゅ;すとろぼを] gebruiken; [i.c.m. 火を] maken; (2) verbranden; in brand steken; in vlam zetten; (3) [badwater enz.] warmen; verwarmen; verhitten; heet; warm maken; [oneig.] klaarmaken; (4) (炷く;薫く)[i.c.m. 香を] branden
焦がれる kogareru (1) hunkeren; smachten; snakken; dorsten; vurig; hevig verlangen; door verlangen verteerd worden; (2) begeren; vurig ambiëren; streven naar; z'n zinnen zetten op; (3) aanbranden; verbranden; verzengen; verschroeien; zengen; (4) door zonnestralen bruin worden; door de zon bruin kleuren; bruinen; (5) van wierook doordrongen raken; (6) […~] smachtend …; popelend …; met smart …; met verlangen …; ongeduldig …
焼き尽くす yakitsukusu (tot de grond toe) afbranden; platbranden; verbranden; in de as leggen; verteren; verslinden
焼く;妬く yaku (1) branden; verbranden; in brand steken; in de hens steken; cremeren; verassen; aan de vlammen prijsgeven; incinereren; (2) verhitten; heet maken; doen gloeien; [m.b.t. metaal] roosten; (3) verkolen; (ver)schroeien; (ver)zengen; [m.b.t. aardewerk] bakken; blakeren; [m.b.t. kristalzouten] decrepiteren; [m.b.t. zouten] afknappen; (4) grillen; grilleren; roosteren; barbecueën; braden; bakken; [m.b.t. maïs] poffen; toast maken van; (5) [gezegd van de zon m.b.t. iems. huid;vel] bruinen; (6) [m.b.t. foto's] afdrukken; [m.b.t. cd-rom] branden; (7) [m.b.t. wond] uitbranden; cauteriseren; [m.b.t. een wrat] afbranden; (8) [iem.] benijden
焼ける yakeru (1) afbranden; verbranden; in vlammen opgaan; door brand vernietigd worden; uitbranden; door vuur verwoest worden; wegbranden; opbranden; (2) gegrild worden; gegrilleerd worden; geroosterd worden; gebarbecued worden; gebraden worden; gebakken worden; [m.b.t. maïs] gepoft worden; doorbakken worden; (3) bruinen [door de zon] ; bruin worden; verbruinen; rood worden; verbranden; zonverbrand raken; zongebruind raken; (4) verkleuren; verschieten; dof worden; [m.b.t. metaal] aanslaan; mat worden; verbleken; vervagen; tanen; (5) heet worden door de zon; geschroeid worden; schroeien; verschroeien; broeien; gloeien; gloeiend worden; zengen; verzengen; (6) het zuur hebben; brandend maagzuur hebben; een opspelende maag hebben; (7) benijden; door jaloezie verteerd worden; jaloers raken; afgunstig worden; (8) [m.b.t. vulkaan] uitbarsten; (9) smachten naar; (10) zich aantrekken; piekeren; deren; (11) zich (de maag) overladen voelen
shou branden; verbranden
燃やす moyasu verbranden; aansteken; aanmaken; in brand steken; in vlam zetten; in de hens steken; in de hens zetten; doen (ont)branden; doen (op)vlammen; aan de vlammen prijsgeven; verassen
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.56 sec. jiten.nl: 12 treffers, warandict: 9 treffers (zoekopdracht: 'verbranden'). 
2005-2026