日蘭辭典+

13 resultaten voor ‘branden’
日蘭辭典 (trefwoord)
kuyurasu薰らす
(燻らす) t.w. rooken. ¶ を薰らす wierook branden.
yaku燒く

(焼く) t.w. (1) [燃やす] verbranden. (2) [放火] in brand steken; aansteken. (3) [焦がす] schroeien; zengen. (4) [焙る] bakken; poffen; roosteren. (5) [陶器を] bakken. (6) [炭を] branden. (7) [寫眞を] afdrukken. (8) [死骸を] cremeren. i.w. (9) [妬む] jaloersch zijn.

yakitsuke燒付

(焼付) zn. (1) [陶器の] verglazing v. (2) [鍍金] vergulden o. (3) [寫眞の] afdrukken o. ¶ 燒附硝子 gebrand glas. ¶ 燒附ける verglazen; inbakken; vergulden; branden; afdrukken.

yakedo火傷

zn. brandwond v. ¶ 火傷する zich branden; brandwonden oploopen.

yakeru燒ける

(焼ける) i.w. (1) [燃燒] branden; verbranden. (2) [パンが] gebakken worden; geroosterd worden. (3) [焦げる] schroeien; verschroeien; verschroeid worden. (4) [變色] verschieten. (5) [日に焦げる] verbrand zijn. (6) [胸が] branderig gevoel hebben; maagvlam hebben. (7) [妬む] jaloersch zijn. (8) [空が] gloeien; in vlam staan. ¶ 眞赤に燒けた roodgloeiend.

yake

(焼) zn. branden o.; gloed m.; (自暴) wanhoop v.; vertwijfeling v. ¶ 自暴で uit wanhoop. ¶ 自暴を起す wanhopig zijn; vertwijfelen. ¶ やけに熱い wanhopig warm; vreeselijk warm.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <branden>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
ぴりぴりする piripirisuru (1) pijnlijk zijn; zeer; pijn doen; steken; prikken; prikkelen; branden; (2) bloednerveus zijn; gespannen zijn; iebel; ibbel zijn; ongedurig zijn; op scherp staan; over z'n toeren zijn
点す tobosu (1) [行灯を] aansteken; ontsteken; branden; (2) [女を] vrijen met; [i.h.b.] aanranden; verkrachten
点す tomosu (1) [蝋燭を] aansteken; ontsteken; branden; (2) [女を] vrijen met; [i.h.b.] aanranden; verkrachten
焼く;妬く yaku (1) branden; verbranden; in brand steken; in de hens steken; cremeren; verassen; aan de vlammen prijsgeven; incinereren; (2) verhitten; heet maken; doen gloeien; [m.b.t. metaal] roosten; (3) verkolen; (ver)schroeien; (ver)zengen; [m.b.t. aardewerk] bakken; blakeren; [m.b.t. kristalzouten] decrepiteren; [m.b.t. zouten] afknappen; (4) grillen; grilleren; roosteren; barbecueën; braden; bakken; [m.b.t. maïs] poffen; toast maken van; (5) [gezegd van de zon m.b.t. iems. huid;vel] bruinen; (6) [m.b.t. foto's] afdrukken; [m.b.t. cd-rom] branden; (7) [m.b.t. wond] uitbranden; cauteriseren; [m.b.t. een wrat] afbranden; (8) [iem.] benijden
shou branden; verbranden
燃える moeru (1) branden; in brand staan; laaien; [Barg.] fikken; (2) gloeien; vol gloed zijn; blaken; (3) vlammen [van woede]; branden [van hartstocht]; henzen; stikken [van jaloezie]
燃焼する nenshousuru branden; ontbranden
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.78 sec. jiten.nl: 6 treffers, warandict: 7 treffers (zoekopdracht: 'branden'). 
2005-2026