
日
蘭
蘭
辭
典
典
日蘭辭典+
日蘭辭典 (trefwoord)
dōnen・道念
zn. moraliteit v.; geweten o.; zedelijk gevoel o.
kan・感
zn. gevoel o.; bewondering (感心) v.
yakeru・燒ける
(焼ける) i.w. (1) [燃燒] branden; verbranden. (2) [パンが] gebakken worden; geroosterd worden. (3) [焦げる] schroeien; verschroeien; verschroeid worden. (4) [變色] verschieten. (5) [日に焦げる] verbrand zijn. (6) [胸が] branderig gevoel hebben; maagvlam hebben. (7) [妬む] jaloersch zijn. (8) [空が] gloeien; in vlam staan. ¶ 眞赤に燒けた roodgloeiend.
tsūkan・痛感
zn. smartelijk gevoel o. ¶ 痛感する pijnlijk beseffen; smartelijk gevoelen.
SUPPLEMENT (trefwoord)
kansō・感想
(znw, suru-ww) Iets over een bepaald onderwerp voelen en denken; een indruk hebben; gedachten hebben; gevoel hebben; reactie; ¶ …という感想を抱く ...to iu kansō wo idaku denken dat; het gevoel hebben dat ¶ それの感想は? Sore no kansō wa? Wat denk je ervan? (TTC) ¶ ゲームについてのご感想は? Gāmu ni tsuite no go-kansō wa? Wat vindt u van het spel? (TTC) ¶ 彼はその詩の感想を述べた。 Kare wa sono shi no kansō wo nobeta. Hij vertelde wat voor indruk het gedicht op hem maakte. (TTC)
shinkyō・心境
zn. gemoedstoestand; mening; instelling; gedachten. ¶ 心境の変化 verandering van gedachten. ¶ 心境が変化する van gedachten veranderen. ¶ それまでに再度心境が変化して、急きょ欠席ということがなければいいのですが。 Maar als in de tussentijd het niet gebeurd dat [mensen] opnieuw van gedachten veranderen en opeens niet verschijnen komt het in orde.
hyōhyō・飄々
(to-adj) (1) dwarrelend; zwevend; flapperend. (2) ronddwalend; rondlopend zonder doel; luchthartig; onbekommerd; niet gebonden door wereldse zaken. ¶ 何か飄々とはぐらかされてる気がするわ。 Nanka hyōhyō to hagurakasarete’ru ki ga suru wa. ♀ Ik heb het gevoel dat ik in de rondte wordt gestuurd. (TTC) ¶ 飄々と生きた趣味の自由人といった人柄を伝えている Hyōhyō to ikita shumi no jiyūjin to itta hitogara wo tsutaete iru. Hij gaf de indruk een vrije geest te zijn die niet gebonden was aan één plaats. (BCWK)
NB In gebruik: 飄々と hyōhyō to, 飄々とした hyōhyō to shita, 飄々として hyōhyō to shite, 飄々としながら hyōhyō to shinagara.
NB In gebruik: 飄々と hyōhyō to, 飄々とした hyōhyō to shita, 飄々として hyōhyō to shite, 飄々としながら hyōhyō to shinagara.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <gevoel>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
センス sensu gevoel; zin; besef
哀れ aware (1) medelijden; medeleven; begaanheid; deernis; compassie; mededogen; ontferming; erbarmen; deelneming; (2) ellende; (3) droefheid; smart; leed; triestheid; verdriet; aandoenlijkheid; (4) gevoel; sentiment; ontroering; pathos; (5) beklagenswaardig; meelijwekkend; deerniswekkend; erbarmelijk; (6) ellendig; belabberd; beroerd; armzalig; zielig; jammerlijk; (7) triestig; triest; droevig; smartelijk; aandoenlijk; aangrijpend; pakkend; (8) gevoelvol; ontroerend; pathetisch
察し sasshi (1) begrip; consideratie; inachtneming; (2) inzicht; gevoel; inlevingsvermogen; oordeelsvermogen; (3) vermoeden; gissing; veronderstelling
心地 kokochi (1) gevoel; gewaarwording; sensatie; (2) stemming; mood
心持ち kokoromochi (1) karakter; aard; mood; stemming; gemoedsgesteldheid; geestesgesteldheid; gemoedstoestand; houding; (2) gevoel; indruk; (3) een beetje; iets; wat; een kleinigheid; ietsje; een stukje
心気 shinki (1) stemming; gemoed; humeur; mood; gevoel; sentiment; (2) irritatie; sombere stemming; (3) irriterend; irritant; vervelend
心 kokoro (1) geest; ziel; (2) hart; innerlijk; inborst; aard; karakter; (3) gevoel; gevoelens; emotie; sentiment; hartstocht; (4) hartelijkheid; cordialiteit; warmte; vriendelijkheid; oprechtheid; eerlijkheid; (5) sympathie; genegenheid; medegevoel; deelneming; (6) aandacht; attentie; interesse; belangstelling; (7) geheugen; memorie; herinneringsvermogen; (8) wil; wilskracht; (9) intentie; bedoeling; (10) stemming; humeur; gemoedsgesteldheid; (11) betekenis; ware betekenis; zin; antwoord; het waarom
念 nen (1) gevoel; besef; gevoelen; (2) wens; verlangen
思い omoi (1) gedachte; gepeins; (2) zorg; zorgen; bezorgdheid; ongerustheid; (3) gevoel; gevoelen; (4) verlangen; wens; (5) liefde
息吹 ibuki (1) ademhaling; respiratie; (2) voorteken; teken; gevoel; zweem
情動 joudou (1) gevoel; sentiment; (2) emotie; gemoedsbeweging; gemoedsaandoening; gevoelsaandoening; aandoening; affect
情操 jousou gevoelen; gevoel
情 jou (1) gevoel; emotie; (2) menselijkheid; inleving; betrokkenheid; attentheid; mededogen; medeleven; (3) liefde; gehechtheid; affectie; genegenheid; hart; (4) lust; begeerte; (5) smaak; charme; karakter; (6) toestand; gesteldheid; situatie; (7) reden; grond
意 i (1) gevoel; gevoelen; betuiging; mening; gedachte; opinie; (2) voornemen; wil; zin; plan; [Belg.N.] gedacht; intentie; wens; (3) aandacht; attentie; zorg; behartiging; (4) voorkeur; zin; smaak; (5) zin; betekenis; bedoeling; teneur; strekking; inhoud; (6) goede gezindheid; genegenheid; (7) [boeddh.] geest; ziel
感 kan gevoel; emotie; indruk
感じ kanji (1) gevoel; (2) indruk
感情 kanjou gevoel; emotie; sentiment; affectie; aandoening
感覚 kankaku (1) gevoel; gevoelen; gewaarwording; zin; sensatie; (2) gevoeligheid; sensitiviteit
感触 kanshoku (1) gevoel bij aanraking; [m.b.t. stof] greep; (2) indruk; gevoel
気分 kibun (1) gevoel; gemoedstoestand; humeur; stemming; (2) atmosfeer
気合い kiai (1) bezieling; verve; drive; vuur; ijver; enthousiasme; energie; elan; dash; strijdlust; [sportt.] grinta; [i.h.b.] strijdkreet; (2) ademhaling; adem; [i.h.b.] timing; (3) sfeer; stemming; (4) aard; karakter; temperament; (5) gevoel; humeur
気味 kimi (1) gevoel; gewaarwording; (2) een gevoel van ~; een beetje ~; een zweem van ~; een tikkeltje ~
気息 kisoku (1) adem; ademhaling; ademtocht; [inform.] asem; (2) gevoel; stemming; karakter; aard; temperament
気持;気持ち kimochi gevoel; gewaarwording; indruk
気色 kishoku (1) gezichtsuitdrukking; gezicht; gelaatsuitdrukking; gelaat; gelaatstrekken; trekken; uitdrukking; expressie; blik; uiterlijk; mimiek; (2) gevoel; gemoedstoestand; geestestoestand; stemming; mood; bui; humeur; luim; (3) conditie; staat van gezondheid; gezondheidstoestand; (4) intentie; voornemen; (5) omstandigheden; situatie; (6) vormelijkheid
気 ke (1) tendens; karakter; (2) zweem; air; spoor; teken; (3) stemming; mood; (4) weersgesteldheid; (5) kwaal; (6) aanstalten tot bevallen; [i.h.b.] wee; [~が付く] in de kraam komen; (7) [aangehecht aan werkwoorden en keiyōshi] onbestemd; vaag; (8) [aangehecht aan keiyōshi;werkwoorden en keiyōdōshi] er de schijn van hebben dat …; (9) [aangehecht aan naamwoorden;de ren'yōkei van werkwoorden en de stam van keiyō(dō)shi] -achtig; zwemend naar; (a) gas; (b) gevoel; stemming; (c) schijn; indruk; air; (d) kwaal
潤い uruoi (1) vochtigheid; nattigheid; (2) financiële ruimte; (3) rijkheid; gevoel; warmte; charme; (4) gunst
知覚 chikaku waarneming; gewaarwording; perceptie; beleving; gevoel; zin
空 sora (1) lucht; luchtruim; (2) hemel; hemelruim; [form.;lit.t.] firmament; [lit.t.] hemelen; (3) [meton.] streek; oord; (4) stemming; gevoel; geest; (5) [~で] van buiten; uit het hoofd; (6) leugen; onwaarheid; valsheid; (7) onjuist …; verkeerd …; ten onrechte …; mis-; waan-; (8) geveinsd(e) …; gemaakt(e) …; voorgewend(e) …; gesimuleerd(e) …; quasi-; schijn-; pseudo-; nep-; (9) [~形容詞] danig …; behoorlijk …; zeer …
虫 mushi (1) insect; beestje; ongedierte; memel; (2) wurm; worm; rondworm; (3) kinderstuipen; (4) humeur; bui; gevoel; vlinders; kriebels; (5) gedrevene; (6) -erik; -erd
観念 kannen (1) idee; begrip; concept; notie; denkbeeld; gedachte; besef; gevoel; zin; [inform.] benul; (2) [fil.] intentie; (3) berusting; gelatenheid; resignatie; overgave; het voorbereid zijn; (4) [boeddh.] meditatie; mindfulness; anusmṛti
趣 shu (1) [boeddh.] gati; ± bestaanswereld; (a) zich begeven; (b) gedachte; zin; (c) smaak; gevoel; voorkomen; (d) [boeddh.] gati
Tijd: 1.46 sec. jiten.nl: 19 treffers, warandict: 32 treffers (zoekopdracht: 'gevoel').
2005-2026
