日蘭辭典+

30 resultaten voor ‘verwarring’
日蘭辭典 (trefwoord)
yami
zn. (1) [暗黑] duisternis v. (2) [憂愁] droefheid v.; somberheid v. (3) [亂世] verwarring v. ¶ 闇の duister; donker; somber.
awateru慌てる
i.w. in de war zijn; overstuur zijn; tegenwoordigheid van geest verliezen; (俗) zijn kop kwijt zijn. ¶ 慌てさす zenuwachtig maken; in verwarring brengen; agiteeren
rōbai狼狽
zn. verwarring v.; consternatie v.; algemeene schrik m.; paniek v. ¶ 狼狽する in de war zijn; het hoofd kwijt zijn.
konmei昏迷
zn. verwarring v. ¶ 昏迷する verward zijn; verstomd staan; de kluts kwijt zijn.
wakuran惑亂

(惑乱) zn. verwarring v.; dwaling v. ¶ 惑亂する in de war brengen; misleiden; op een dwaalweg brengen.

urotae狼狽

zn. verwarring v. ¶ 狼狽者 iemand, die gauw de kluts kwijt raakt. ¶ うろたへる in de war zijn; de kluts kwijt zijn; tegenwoordigheid van geest verliezen; overstuur zijn.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <verwarring>
どさくさ dosakusa verwarring; chaos; wanorde; confusie; gewoel; tumult; beroering; rumoer
ボケ boke (1) verwarring; versuffing; versuftheid; sufheid; (2) warhoofd; sufferd; sukkel; kluns; dwaas; leeghoofd; stommeling; idioot; onnozelaar; domoor; dommerik; domkop; uilskuiken; onnozele hals; ezel; (3) domste van een komisch duo; (4) ouderdomsverwarring; ouderdomszwakte; seniele aftakeling; seniliteit; kindsheid; dementie; (5) seniele; demente grijsaard; dementerende; (6) [hand.] onverwachte koersnotering; [i.h.b.] lagere koersnotering; verslapping; inzinking; (7) [barg.] leugen; (8) [barg.] valsheid; misleiding; bedrog; bedriegerij; (9) [barg.] aubergine; (10) [plantk.] Japanse kwee; Chaenomeles speciosa; (11) Boké
乱れ midare (1) wanorde; verwarring; wanordelijkheid; verwardheid; war; wirwar; verstoring; warrigheid; chaos; (2) [心の] onrust; verwarring; opgewondenheid; agitatie; gewoel; (3) [秩序の] opschudding; ordeverstoring; beroering; tumult; woeligheid; oproer; troebelen; onlusten; woelingen; ongeregeldheden; ontwrichting; (4) [nat.] turbulentie; (5) storm; onweer; (6) onregelmatige tempering (van metaal); (7) [Kamigata-regiolect] bedelarij; (8) [nō-jargon] Midare-dans; (9) Midare
動揺 dōyō (1) schok; stoot; stoting; hort; hobbeling; [m.b.t. schip] wiegeling; rolling; deining; slingering; oscillatie; daver; beving; schudding; huivering; (2) schommeling; fluctuatie; slingerbeweging; (3) weifeling; wankeling; aarzeling; [fig.] waling; (4) woeling; onrust; opschudding; agitatie; gisting; [fig.] fermentatie; opgewondenheid; opwinding; woeligheid; turbulentie; tumult; beroering; roerigheid; roering; commotie; beweging; verwarring; perturbatie; consternatie; [veroud.] alteratie
困惑 konwaku verwarring; verwardheid; ontsteltenis; onthutsing; consternatie; perplexiteit; perplexheid; verlegenheid; gêne; confusie
困難 konnan (1) moeilijkheid; hindernis; obstakel; (2) nood; ontbering; beproeving; (3) beproeving; moeite; ongeluk; bezoeking; (4) verwarring; verlegenheid; het niet goed weten wat men moet doen; (5) moeilijk; niet gemakkelijk; problematisch; (6) vervelend; lastig; hinderlijk; onaangenaam; naar; (7) gênant; lastig; verlegen makend; ongemakkelijk; ongelukkig; pijnlijk; [Belg.N.;spreekt.] ambetant; (8) hard; bitter; doornig; vol doornen en distels; moeilijk; verdrietelijk
大荒れ ōare (1) zware; hevige; vliegende storm; stormweer; [veroud.] tempeest; (2) chaos; ontreddering; ontheistering; (opperste; volstrekte) verwarring; grote wanorde; ordeloosheid
崩れ kuzure (1) afbrokkeling; verbrokkeling; afkalving; instorting; ineenstorting; ineenzakking; inzakking; inzinking; verval; erosie; collaps; val; ondergang; ruïne; bouwval; puin; (2) ontregeling; verwarring; (3) ontbinding; het uiteengaan; (4) [beurst.] crash; krach; ineenstorting; debacle; keldering; (5) [mil.] desintegratie; (6) voormalige …; aan lager wal geraakte …; … die op zijn; haar retour is; … wiens ster verbleekt is; … die heeft afgedaan; … die zijn; haar beste tijd heeft gehad; (7) -flop; -mislukking; -debacle; -fiasco; -puinhoop
当惑 tōwaku verwarring; onthutsing; verbijstering; ontsteltenis; verwardheid; bedremmeldheid; verlegenheid; gêne; perplexheid; perplexiteit
惚け boke (1) verwarring; versuffing; versuftheid; sufheid; (2) warhoofd; sufferd; sukkel; kluns; dwaas; leeghoofd; stommeling; idioot; onnozelaar; domoor; dommerik; domkop; uilskuiken; onnozele hals; ezel; (3) domste van een komisch duo; (4) ouderdomsverwarring; ouderdomszwakte; seniele aftakeling; seniliteit; kindsheid; dementie; (5) seniele; demente grijsaard; dementerende; (6) [hand.] onverwachte koersnotering; [i.h.b.] lagere koersnotering; verslapping; inzinking; (7) [barg.] leugen; (8) [barg.] valsheid; misleiding; bedrog; bedriegerij
戸惑い tomadoi bedremmeldheid; perplexiteit; verlegenheid; verbijstering; ontstelling; verwarring; verbluffing
kure (1) donker; duister; schaduw; (2) somberheid; somberte; (3) wanorde; chaos; verwarring
混乱 konran verwarring; verwarde toestand; wanorde; chaos; ongeordendheid; ordeloosheid; verschrikkelijke rommel; bende; keet; troep; zooi; baaierd; maalstroom
混同 kondō verwarring; [ook jur.] confusie; vermenging; schuldvermenging
混沌 konton (1) [Chin. myth.] chaos; oersoep; baaierd; ongevormde massa; verwarring; wanorde; wirwar; warboel; [bijb.] tohoe wabohoe; (2) beschadiging wegens onnodige bemoeienis; inmenging die meer slecht dan goed doet; verschlimmbesserung; (3) [Chin.myth.] Hùndùn; (4) chaotisch; ongeordend; wanordelijk; verward; confuus; woest; (5) onrustig; turbulent; woelig; roerig; roezig
混濁 kondaku (1) [水の] troebelheid; drabbigheid; vertroebeling; (2) [世の中の] wanorde; verwarring; warrigheid; confusie; (3) [意識の] dofheid; schemerigheid; wazigheid
混迷 konmei verwarring; wanorde; beroering; chaos; tumult
混雑 konzatsu (1) verwarring; wanorde; chaos; ordeloosheid; (2) drukte; gedrang; opstopping; stremming; ophoping; (3) verwikkeling; complicatie; samenloop
無秩序 muchitsujo (1) wanorde; verwarring; ordeloosheid; verwardheid; chaos; [i.h.b.] wetteloosheid; anomie; (2) wanordelijk; verward; ordeloos; onordelijk; chaotisch; [i.h.b.] wetteloos; anomisch
無茶苦茶 muchakucha (1) warboel; wirwar; chaos; verwarring; wanorde; (2) verward; chaotisch; wanordelijk; warrig; in de war; door elkaar; overhoop; pêle-mêle; (3) blind; roekeloos; onzinnig; onredelijk; irrationeel; wild
狼狽 rōbai verbijstering; ontzetting; paniek; consternatie; ontsteltenis; verwarring; [veroud.] alteratie
紛糾 funkyū verwarring; warrigheid; warboel; wanorde; wirwar; imbroglio; chaos; war; knoop; complicatie; verstrikking
転倒;顛倒 tentō (1) buiteling; tuimeling; [gew.] tuimel; (2) verwarring; ontsteltenis; (3) inversie; omkering; reversie; de wereld op z'n kop
錯乱 sakuran verwarring; gekheid; gestoordheid; krankzinnigheid; waanzin
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.3 sec. jiten.nl: 6 treffers, warandict: 24 treffers (zoekopdracht: 'verwarring'). 
2005-2026