日蘭辭典+

22 resultaten voor ‘aanwijzen’
日蘭辭典 (trefwoord)
shidō指導
zn. leiding v.; aanwijzing v. ¶ 指導する leiding geven; leiden; den weg wijzen. ¶ 指導の任に當る de leiding op zich nemen.
yubi

zn. vinger m.; teen (趾) m.; toon m. ¶ 指の尖 vingertoppen. ¶ 指でいぢる vingeren. ¶ 指さきで aanwijzen. ¶ 指を染める een poging doen; de hand aan de ploeg slaan. ¶ 指のある gevingerd.

yadowari宿割

zn. inkwartiering v.; aanwijzing van logies. ¶ 宿割する logies aanwijzen; inkwartieren.

wariate割當

(割当) zn. toewijzing v.; aandeel o. ¶ 割當てる toewijzen; toebedeelen; aandeel geven; geven; aanwijzen.

ukenin請人

zn. borg m. ¶ 請人になる borg staan; zich borg stellen. ¶ 請人を立てる een borg aanwijzen.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <aanwijzen>
割り当てる wariateru toewijzen; aanwijzen; toebedelen; toekennen; bestemmen; reserveren; verdelen; uitdelen; omslaan
向く muku (1) zich keren tot; zich wenden tot; zich richten tot; kijken naar; zich omdraaien naar; aanwijzen; (2) uitkijken op; uitzien op; uitzicht hebben op; (3) geschikt zijn voor; passen bij; geknipt zijn voor; (4) [gedachten enz. die] uitgaan naar
命じる meijiru (1) bevelen; een bevel geven; gebieden; ordonneren; verordonneren; verordineren; verordenen; een order geven; instructies geven; instrueren; dicteren; gelasten; last geven; commanderen; opdragen; opdracht geven; voorschrijven; (2) benoemen; aanstellen; aanwijzen; designeren; [veroud.] appointeren
命ずる meizuru (1) bevelen; een bevel geven; gebieden; ordonneren; verordonneren; verordineren; verordenen; een order geven; instructies geven; instrueren; dicteren; gelasten; last geven; commanderen; opdragen; opdracht geven; voorschrijven; (2) benoemen; aanstellen; aanwijzen; designeren; [veroud.] appointeren
宛てがう ategau (1) aanbrengen; aanleggen; zetten; leggen; houden aan; (2) toewijzen; aanwijzen; toekennen; toebedelen; bestemmen; reserveren; (3) geven; voorzien van; leveren; verschaffen; verlenen; aanreiken; bezorgen; aan de hand doen; [仕事を] gunnen; (4) voor iem. uitkiezen
指し示す sashishimesu aanduiden; aanwijzen; aangeven; beduiden; wijzen; tonen
指す sasu (1) richten; wijzen; aanwijzen; aanduiden; aangeven; (2) bedoelen; refereren aan; (3) zich op weg begeven naar; koers zetten naar; gaan naar; gericht zijn naar; aanhouden op; (4) [m.b.t. schaakspel] spelen; [m.b.t. schaakstuk] een zet doen; (ver)zetten; (5) verklikken; aangeven; aanbrengen; [inform.] klikken; [Barg.] baldoveren
指名する shimeisuru aanstellen; benoemen; aanwijzen; [枢機卿に] creëren
指命する shimeisuru aanstellen; benoemen; aanwijzen; designeren; [veroud.] appointeren
指定する shiteisuru aanwijzen; bepalen; bestemmen; vaststellen; designeren; [m.b.t. datum;tijd] vastleggen; [m.b.t. datum] prikken; [jur.;veroud.] appointeren
指差しする yubisashisuru met de vinger wijzen; nawijzen; aanwijzen
指差する shisasuru met de vinger wijzen; nawijzen; aanwijzen
指摘する shitekisuru aantonen; aanwijzen; aanduiden; wijzen op; opmerken; signaleren; releveren; aangeven
指示する shijisuru (1) aanduiden; aanwijzen; aangeven; wijzen (op); indiceren; duiden op; (2) instrueren; gelasten; opdragen
shi (a) vinger; teen; (b) met de vinger wijzen; aanwijzen; aanduiden
示す shimesu (1) tonen; laten zien; te zien geven; vertonen; [jur.] overleggen; [jur.] produceren; [m.b.t. voorbeeld;voorwaarde;bewijs] geven; [i.h.b.] bewijzen; (2) laten; doen blijken; tentoonspreiden; te kennen geven; aan de dag leggen; kenbaar; duidelijk maken; uiten; blijk geven; betonen; tot uitdrukking brengen; (3) wijzen; aanwijzen; aanduiden; aangeven; duiden; aantonen; indiceren; beduiden
表示する hyōjisuru (1) aanwijzen; aanduiden; aangeven; wijzen; indiceren; tonen; aantonen; vertonen; weergeven; markeren; laten zien; blijk geven; doen blijken; (2) tabellarisch weergeven; tabuleren; tabelleren
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.27 sec. jiten.nl: 5 treffers, warandict: 17 treffers (zoekopdracht: 'aanwijzen'). 
2005-2026