
日
蘭
蘭
辭
典
典
日蘭辭典+
日蘭辭典 (titelwoord)
au・逢ふ
(逢う、会う、遇う、遭う) i.w. (1) [出合] ontmoeten. (2) [邂逅] tegenkomen. (3) [面會] zich onderhouden met. (4) [經驗に] ondergaan; ondervinden; ervaren; lijden. ¶ 酷い目に遭う slecht behandeld worden; leed ondervinden. ¶ 難船に遭う schipbreuk lijden. ¶ 逢ひに行く tegemoet gaan; bezoeken. ¶ 二つの川が此處で會う twee rivieren komen hier samen. ¶ 彼に遭ったことがない ik heb hem nog nooit ontmoet.
au・合ふ
(合う) i.w. (1) [適合] passen. (2) [一致] het eens zijn; eensgezind zijn. (3) [符號] overeenstemmen; uitkomen; beantwoorden aan. (俗) kloppen. (4) [氣候食物が] goed bekomen; goed zijn voor. (5) [調律] harmonieeren; goed samenklinken. (6) [正當] juist zijn; goed loopen (時計が). ¶ 上衣が合はない de jas past niet. ¶ 意見が合ふ van dezelfde opinie zijn. ¶ 勘定が合はない de rekening klopt niet. ¶ 人相書に合って居る stemt overeen met het signalement; beantwoordt aan de beschrijving. ¶ 御口に合ひますか is het naar uw smaak? ¶ 蝦が性に合はない kreeft bekomt mij niet goed; ik kan niet tegen kreeft. ¶ 此のピアノは調子が合はない deze piano is ontstemd. ¶ 間に合ふ op tijd zijn.
日蘭辭典 (trefwoord)
gūzen・偶然
bw. onverwachts; toevallig. ¶ 偶然に合ふ toevallig ontmoeten. ¶ 偶然の onverwachtsch; onverwacht; toevallig.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <au>
うわーっ uwā (1) bah [= uitroep van verrassing;afkeer]; (2) eek; au; ai; o wee [= uitroep van angst;pijn]
ぎゃっ gya (1) ah!; o!; eek!; whoua! [= uitroep van verrassing;schrik]; (2) au!; ai!; aaa! [= uitroep van pijn]; (3) jak!; yak!; ulgh!; ieuw! [= uitroep van afkeer]; (4) [schreeuw van een pasgeboren baby]
アア;唖々;嗚呼 ā (1) zo; dermate; dusdanig; (2) (alleen 唖々) kra kra [nabootsing van het geluid dat de kraai maakt]; (3) (alleen 嗚呼) o; ah; och; ach; aha; helaas; eilaas; (4) (alleen 嗚呼) hei; hé; zeg; hoi; hè; dag; hallo; (5) (alleen 嗚呼) ja; yep; hm; oké; OK; in orde; akkoord; afgesproken; (6) (alleen 嗚呼) hm; wel; eh; (7) (alleen 嗚呼) ai; au; (8) (alleen 嗚呼) oef; poe; hé; pf; oeh; bah
会う au ontmoeten; zien; treffen; [突然~] aantreffen; stoten op; tegen het lijf lopen
合う au (1) passen; gepast zijn; passend zijn; geschikt zijn; zitten; (2) goed staan; passen; betamen; behoren; voegen; sieren; (3) overeenstemmen; overeenkomen; stroken; matchen; beantwoorden aan; in overeenstemming zijn; harmoniëren; samengaan; samenvallen; coïncideren; (4) kloppen; juist zijn; correct zijn; [帳尻が] sluiten; gelijk uitkomen; (5) [時計が] gelijklopen; (6) renderen; lonend zijn; de moeite lonen
嗚呼 ā (1) ha [= triomfantelijk gelach]; (2) o; hoho; hé; sjonge; asjemenou; nee maar; wel [= drukt verrassing uit]; (3) ach; och; ah; au; ai [= drukt verdriet uit]; (4) a; o; hoera; joepie [= drukt vreugde uit]; (5) tja; nou [= drukt twijfel uit]; (6) boe; nou moe; bah; pf [= drukt bezwaar;protest uit]; (7) hé; hei; hallo; hela; hola; hédaar; zeg; pst; ahoi [= aanroep]; (8) ja; yep; hm; oké; OK [= drukt instemming uit]
嗟乎 ā (1) o; wau; sjonge; amai [= drukt bewondering uit]; (2) ach; och; ah; au; ai [= drukt verdriet uit]
嗟夫 ā (1) o; wau; sjonge; amai [= drukt bewondering uit]; (2) ach; och; ah; au; ai [= drukt verdriet uit]
嗟 ā (1) o; wau; sjonge; amai [= drukt bewondering uit]; (2) ach; och; ah; au; ai [= drukt verdriet uit]
噫 ā (1) ha [= triomfantelijk gelach]; (2) o; hoho; hé; sjonge; asjemenou; nee maar; wel [= drukt verrassing uit]; (3) ach; och; ah; au; ai [= drukt verdriet uit]; (4) a; o; hoera; joepie [= drukt vreugde uit]; (5) tja; nou [= drukt twijfel uit]; (6) boe; nou moe; bah; pf [= drukt bezwaar;protest uit]; (7) hé; hei; hallo; hela; hola; hédaar; zeg; pst; ahoi [= aanroep]; (8) ja; yep; hm; oké; OK [= drukt instemming uit]
於乎 ā (1) ha [= triomfantelijk gelach]; (2) o; hoho; hé; sjonge; asjemenou; nee maar; wel [= drukt verrassing uit]; (3) ach; och; ah; au; ai [= drukt verdriet uit]; (4) a; o; hoera; joepie [= drukt vreugde uit]; (5) tja; nou [= drukt twijfel uit]; (6) boe; nou moe; bah; pf [= drukt bezwaar;protest uit]; (7) hé; hei; hallo; hela; hola; hédaar; zeg; pst; ahoi [= aanroep]; (8) ja; yep; hm; oké; OK [= drukt instemming uit]
於戯 ā (1) ha [= triomfantelijk gelach]; (2) o; hoho; hé; sjonge; asjemenou; nee maar; wel [= drukt verrassing uit]; (3) ach; och; ah; au; ai [= drukt verdriet uit]; (4) a; o; hoera; joepie [= drukt vreugde uit]; (5) tja; nou [= drukt twijfel uit]; (6) boe; nou moe; bah; pf [= drukt bezwaar;protest uit]; (7) hé; hei; hallo; hela; hola; hédaar; zeg; pst; ahoi [= aanroep]; (8) ja; yep; hm; oké; OK [= drukt instemming uit]
逢う au tegenkomen; meemaken
遭う;遇う au tegenkomen; meemaken; beleven; [事故に] krijgen; [困難に] ondervinden; stoten op; stuiten op; geconfronteerd worden met; [災難に] te kampen hebben met; het hoofd moeten bieden aan
金 kin (1) goud; [chem.] Au; (2) metaal; (3) goudgeld; goudmunt; [i.h.a.] geld; valuta; (4) [shōgi] gouden generaal; (5) gouddraad; (6) bladgoud; (7) goudkleur [= de kleur █]; (8) teelbal; testikel; (9) jīn [= 4e fase binnen de wǔxíng 五行]; (10) vrijdag; [onmyōdō] metaal-dag; (11) Kim; (12) [Chin.gesch.] Jīn-dynastie (1115-1234); (13) [Chin.gesch.] Latere Jīn-dynastie (1616-1636); (14) karaat [= maatwoord voor goudgehalte]; (a) metaal; ijzerwaren; wapens; (b) goud; goudkleur; (c) karaat; (d) prachtige; waardevolle zaak; (e) geld; centen; valuta; (f) Jīn-dynastie; (g) [shōgi] gouden generaal; (h) [Chin.astron.] jīn [= één der zeven hemellichamen]; (i) [wǔxíng] jīn [i.h.b.] westen; herfst
鳴呼 ā (1) ha [= triomfantelijk gelach]; (2) o; hoho; hé; sjonge; asjemenou; nee maar; wel [= drukt verrassing uit]; (3) ach; och; ah; au; ai [= drukt verdriet uit]; (4) a; o; hoera; joepie [= drukt vreugde uit]; (5) tja; nou [= drukt twijfel uit]; (6) boe; nou moe; bah; pf [= drukt bezwaar;protest uit]; (7) hé; hei; hallo; hela; hola; hédaar; zeg; pst; ahoi [= aanroep]; (8) ja; yep; hm; oké; OK [= drukt instemming uit]
Tijd: 1.21 sec. jiten.nl: 5 treffers, warandict: 16 treffers (zoekopdracht: 'au').
2005-2026
