日蘭辭典+

16 resultaten voor ‘boord’
日蘭辭典 (trefwoord)
fune
zn. schip o.; boot v. ¶ 乘る scheep gaan; aan boord gaan. ¶ の中で aan boord. ¶ に醉ふ zeeziek zijn. ¶ を漕ぐ roeien; knikkebollen (居眠りする).
zajō suru坐乘する

(坐乗する) i.w. aan boord zijn.

watashi渡し

zn. (1) [渡すこと] overvaart v.; overtocht m. (2) [交付] overdracht v.; overhandiging v.; levering v. (3) [渡船] veerboot v.; pont v. (4) [渡船場] veer o. ¶ 渡守 veerman. ¶ 渡錢 veergeld. ¶ 本船渡 levering aan boord; levering f. o. b. (free on board). ¶ 此の普請は一切渡しでやらせた de bouw is geheel geschied als aangenomen werk.

tsumikomi積込

(積み込み) zn. lading v.; verscheping v. ¶ 積込値段 prijs, geleverd franco boord. ¶ 積込む laden; inladen; aan boord nemen.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <boord>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
コレラ korera [geneesk.] cholera; Aziatische braakloop; [Ind.N.;euf.] goochelaar; [veroud.;volkst.] bort; boord; boort; boors; boorts
fuku (1) hangrol; (2) [maatwoord voor hangrollen;kakemono's]; (a) breedte; omvang; (b) rand; boord; (c) hangrol
水涯 suigai waterkant; waterzijde; oever; boord
hashi (1) uiteinde; tip; top; punt; spits; eind; (2) kant; boord; rand; zoom; uithoek; uiterste; buitenrand; buitenkant; grens; (3) stukje; flard; snipper; splinter
hashi (1) uiteinde; einde; tip; staart; (2) rand; kant; boord; zoom; marge; grens; uithoek; hoek; [gew.] uitkant; (3) eindje; fragment; stukje; (4) flard; gedeelte; (5) begin; eerste; (6) [bouwk.] buitenkant; buitenzijde; voor; voorgedeelte; [i.h.b.] straatzijde; straatkant; (7) aanhef; voorwoord; voorbericht; inleiding; (8) aanvang; start; begin; (9) bescheiden positie; status; (10) lagere prostituee; (11) […~に] terwijl; en daarnaast
ha (1) rand; kant; boord; zoom; zijde; (2) rest; wat overblijft; (a) rand; rest
fuchi rand; boord; zoom; kant; randje; zijkant; buitenkant; bovenrand; [i.h.b.] oever; [i.h.b.] montuur; [fig.;lit.t.] trans
heri (1) rand; uiterste; (2) [帽子の] rand; boord; zoom; [紙面の] marge; [道路の] berm; [織物の] zelfkant; boordsel; (3) [astron.] schijfrand; rand; (4) [biol.] limbus
gen (1) [scheepv.] boord; scheepsboord; zijde; zij; scheepszijde; (2) [plantk.] [花弁の] rand; boord; zoom; limbus; (a) scheepsboord
船;舟 fune (1) schip; boot; vaartuig; schuit; bodem; boord; [lit.t.] hulk; [meton.] kiel; (2) tobbe; kuip; vloot; tank; (3) sashimi-schoteltje; (4) [maatwoord voor sashimi-schotels e.d.]
suso slip; zoom; boord; sleep; [ずぼんの] omslag; [山の] voet
車載 shasai aan boord van een wagen; boord-; aangebracht binnen de auto
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.4 sec. jiten.nl: 4 treffers, warandict: 12 treffers (zoekopdracht: 'boord'). 
2005-2026