
日
蘭
蘭
辭
典
典
日蘭辭典+
日蘭辭典 (trefwoord)
enerugī・エネルギー
chikara・力
zn. (1) [力] kracht v. (2) [權力] macht v.; invloed m. (3) [能力] bekwaamheid v.; vermogen o. (4) [效果] doeltreffendheid v.; doelmatigheid v. (5) [助力] steun m. (6) [氣力] energie v.; geestkracht v. (7) [語勢] nadruk m.; klem v. ¶ 力の及ぶ限り naar zijn beste vermogen. ¶ 力に任せて uit alle macht. ¶ 人の力になる iemand tot steun zijn. ¶ 力を籠めて言ふ met nadruk zeggen. ¶ 力を落す den moed verliezen. ¶ 之に力を得て hierdoor aangemoedigd. ¶ 力の不滅 behoud van arbeidsvermogen. ¶ 熱の力 calorische energie.
genki・元氣
(元気) zn. energie v.; geestkracht v. ¶ 元氣がよい zich goed voelen; gezond zijn. ¶ 元氣がない zich onlekker gevoelen; niet in de stemming zijn; (俗) in de put zijn. ¶ 元氣づく moed vatten. ¶ 元氣をつける aanmoedigen; hart onder den riem steken.
yūshin・雄心
zn. mannelijke geest m.; energie v.
SUPPLEMENT (trefwoord)
kōkutsu・後屈
zn., suru-ww. achterovergebogen; achterover buigen. ¶ 今日はヨガの後屈のポーズのお話です。 Kyō wa yoga no kōkutsu no pōzu no hanashi desu. Vandaag ga ik het hebben over houdingen in yoga waarbij je achteroverbuigt. ¶ 後屈のポーズには、全身のエネルギーを活性化して、自分でも気づかなかった感情と出会う時があります。 Kōkutsu no pōzu ni wa, zenshin no enerugī wo kasseikashite, jibun de mo kizukanakatta kanjō to deau toki ga arimasu. Bij achterovergebogen houdingen activeer je energie in je hele lichaam en zul je op momenten emoties tegenkomen waarvan je zelf niet eens wist dat je ze had. (blog) NB antoniem: zenkutsu 前屈
TEKST EN UITLEG (trefwoord)
over:reiki・レイキ、靈氣、霊氣、霊気
※ De term reiki wordt in het Westen vaak opgevat als ‘universele levensenergie’, maar het oorspronkelijke Japanse woord waar het van is afgeleid (霊気 reiki) betekent zoiets als ‘mysterieuze atmosfeer; een wonderlijke stemming; een mysterieus voorteken’ (大辞林).
Afgaand op de Japanse wikipedia wordt de gelijknamige alternatieve geneeswijze Reiki in hedendaags Japan evenwel primair gespeld als レイキ, dat wil zeggen, geschreven met katakana (een van de twee syllabenschriften van het Japans) waardoor het een speciale nuance krijgt die het losmaakt van het originele woord dat gespeld wordt met kanji. Niettemin kan Reiki ook in kanji gespeld worden (vooroorlogse en naoorlogse kanji in wisselende combinaties): 靈氣, 霊氣 en 霊気.
Spelling in katakana is in het Japans vooral gebruikelijk voor woorden die uit andere talen zijn ontleend, maar er zijn ook Japanse woorden die in dat schrift gespeld worden (meestal met als doel een speciale nadruk of nuance, maar soms ook om simpelweg spelling met (vooral vooroorlogse) kanji te vermijden). In het geval van Reiki lijkt de keuze voor katakana spelling te zijn ingegeven door het internationale karakter van de methode (het is evenzeer of zelfs meer een Westers dan Japans verschijnsel).
De bedenker van Reiki, 臼井甕男 Mikao Usui, gaf zijn behandelmethode oorspronkelijk een benaming in schrijftaal sino-japans: 臼井靈氣療法學會 Usui Reiki ryōhō gakkai (Vereniging voor Usui's Reiki behandelwijze). Het is denkbaar dat Usui bij zijn keuze voor het woord 靈氣 reiki niet dacht aan de gangbare betekenis in het Chinees of het Japans, maar dat hij er een nieuwe lezing aan gaf op basis van de afzonderlijke karakters waarmee het originele woord gespeld wordt, maar daar heb ik geen verwijzingen voor kunnen vinden. Overigens vind ik het wel opvallend dat Usui, die de inspiratie voor zijn methode tijdens een ascetische Boeddhistische training op de berg Kuruma kreeg, koos voor een woord dat als een belangrijke betekenis in het Chinees ‘spirituele invloed van de bergen’ heeft (遠東漢英大辞典).
Afgaand op de Japanse wikipedia wordt de gelijknamige alternatieve geneeswijze Reiki in hedendaags Japan evenwel primair gespeld als レイキ, dat wil zeggen, geschreven met katakana (een van de twee syllabenschriften van het Japans) waardoor het een speciale nuance krijgt die het losmaakt van het originele woord dat gespeld wordt met kanji. Niettemin kan Reiki ook in kanji gespeld worden (vooroorlogse en naoorlogse kanji in wisselende combinaties): 靈氣, 霊氣 en 霊気.
Spelling in katakana is in het Japans vooral gebruikelijk voor woorden die uit andere talen zijn ontleend, maar er zijn ook Japanse woorden die in dat schrift gespeld worden (meestal met als doel een speciale nadruk of nuance, maar soms ook om simpelweg spelling met (vooral vooroorlogse) kanji te vermijden). In het geval van Reiki lijkt de keuze voor katakana spelling te zijn ingegeven door het internationale karakter van de methode (het is evenzeer of zelfs meer een Westers dan Japans verschijnsel).
De bedenker van Reiki, 臼井甕男 Mikao Usui, gaf zijn behandelmethode oorspronkelijk een benaming in schrijftaal sino-japans: 臼井靈氣療法學會 Usui Reiki ryōhō gakkai (Vereniging voor Usui's Reiki behandelwijze). Het is denkbaar dat Usui bij zijn keuze voor het woord 靈氣 reiki niet dacht aan de gangbare betekenis in het Chinees of het Japans, maar dat hij er een nieuwe lezing aan gaf op basis van de afzonderlijke karakters waarmee het originele woord gespeld wordt, maar daar heb ik geen verwijzingen voor kunnen vinden. Overigens vind ik het wel opvallend dat Usui, die de inspiratie voor zijn methode tijdens een ascetische Boeddhistische training op de berg Kuruma kreeg, koos voor een woord dat als een belangrijke betekenis in het Chinees ‘spirituele invloed van de bergen’ heeft (遠東漢英大辞典).
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <energie>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
エネルギー enerugii (1) energie; (2) [nat.] arbeidsvermogen
エネルギー保存 enerugiihozon [nat.] behoud van arbeidsvermogen; energie
エネルギー保存の法則 enerugiihozonnohousoku [nat.] wet van behoud van arbeidsvermogen; energie
エネルギー保存則 enerugiihozonsoku [nat.] wet van behoud van arbeidsvermogen; energie
パワー pawaa (1) kracht; power; vermogen; sterkte; macht; [veroud.] mogendheid; (2) energie; fut; pit; uithoudingsvermogen; uithouding; drive; dynamiek; vuur; animo
パンチ panchi (1) pons; ponsmachine; ponstang; drevel; doorslag; perforator; kniptang; (2) vuistslag; slag; stoot; klap; (3) slagvaardigheid; doortastendheid; pit; energie; kracht; fut; [bokssp.] punch; jab; (4) [cul.] punch; bowldrank; bowl; krambamboeli
元気 genki (1) energie; vitaliteit; levenskracht; fut; pit; pittigheid; veerkracht; kracht; (2) geestkracht; wilskracht; energieke vastbeslotenheid; (3) gezondheid; welzijn; kracht; energie; (4) moed; dapperheid; flinkheid; onverschrokkenheid; vermetelheid; vuur; kloekheid; (5) vrolijkheid; opgeruimdheid; blijheid; lichte stemming; (6) energiek; levendig; vol levenskracht; vol fut; pittig; veerkrachtig; krachtig; (7) vol van geestkracht; vol van wilskracht; vastbesloten; vastberaden; vast van wil; kordaat; (8) gezond; niet ziek; verkerend in een toestand van fysiek en psychisch welbevinden; verkerend in een toestand van volkomen welzijn; (9) moedig; dapper; onverschrokken; koen; flink; vermetel; vol vuur; kloek; (10) vrolijk; opgeruimd; in lichte stemming; blij
力 chikara (1) kracht; macht; energie; force; invloed; potentie; [i.h.b.] geweld; [volkst.] forsie; (2) sterkte; kracht; moed; (3) hulp; behulp; middelen; (4) kracht; inspanning; moeite; (5) vermogen; kunnen; capaciteit; bekwaamheid; vaardigheid
動力 douryoku beweegkracht; drijfkracht; dynamiek; energie; kracht
勢い ikioi (1) kracht; (2) energie; vitaliteit; gezondheid; zwier; gedrevenheid; (3) macht; invloed; gezag; autoriteit; (4) drang; vaart; impuls; impetus; prikkel; (5) natuurlijke gang van zaken; loop der dingen; tendens; trend; (6) strekking; stemming; toon; (7) vanzelfsprekend; daaruit volgend; als natuurlijk gevolg; voortvloeiend; onvermijdelijk; noodzakelijk; volgens de natuurlijke gang der zaken
勢 sei (a) kracht; macht; energie; vitaliteit; (b) natuurkracht; (c) situatie; staat; toestand; (d) teelbal; (e) [mil.] troepensterkte; (f) [Jap.gesch.] provincie Ise 伊勢
息 iki (1) adem; het ademen; ademhaling; [inform.] asem; (2) energie; kracht; (3) toon
意気 iki (1) energie; lust; zin; [Belg.N.] goesting; graagte; geestdrift; ijver; enthousiasme; (2) lef; durf; moed; pit; spirit; flinkheid; karakter; moreel; daadkracht; (3) aard; karakter; gemoed; hart
根 kon (1) wortel; oorsprong; grondslag; begin; origine; bron; (2) [boeddh.] indriya; ± vermogens; (3) uithouding; volharding; vitaliteit; (4) geslachtsorgaan; [i.h.b.] mannelijk lid; (5) [wisk.] wortel van een vergelijking; (6) [wisk.] wortel; (7) [chem.] radicaal; groep; (a) [biol.] wortel; (b) basis; oorsprong; origine; (c) energie; vermogen; (d) [boeddh.] indriya; (e) [wisk.] wortel
気力 kiryoku (1) wilskracht; karakter; [sportt.] moraal; (2) energie; vaart; drive; kracht; vitaliteit; gedrevenheid; (3) ruggengraat; doorzettingsvermogen; moed; durf; pit; lef
気合い kiai (1) bezieling; verve; drive; vuur; ijver; enthousiasme; energie; elan; dash; strijdlust; [sportt.] grinta; [i.h.b.] strijdkreet; (2) ademhaling; adem; [i.h.b.] timing; (3) sfeer; stemming; (4) aard; karakter; temperament; (5) gevoel; humeur
気骨 kikotsu [fig.] ruggengraat; wilskracht; geestkracht; energie; vastberadenheid; flinkheid; karakter; moed; durf; spirit; pit
活力 katsuryoku levenskracht; vitaliteit; energie; activiteit
活気 kakki kracht; energie; vitaliteit; levendigheid; activiteit; bedrijvigheid
活況 kakkyou activiteit; tekenen van activiteit; levendig voorkomen; leven; drukte; animo; roerigheid; tierigheid; dynamiek; fut; pep; pit; energie
消費電力 shouhidenryoku (1) verbruikte elektriciteit; energie; stroom; (2) elektriciteitsverbruik; energieverbruik; stroomverbruik
生気 seiki levenskracht; levensenergie; vitaliteit; energie; levendigheid; leven
精力 seiryoku (1) energie; vitaliteit; levendigheid; vuur; vurigheid; temperament; fut; pit; dynamiek; kracht; elan; (2) potentie; seksueel vermogen
精気 seiki (1) geest (der schepping); adem; (2) geestkracht; energie; kracht
精 sei (1) ziel; geest; (2) spirit; energie; fut; pit; vitaliteit; levendigheid; (3) essentie; wezen; kwintessens; (4) sperma; zaad; (5) gedetailleerd; omstandig; nauwkeurig; minutieus; (a) fijn; nauwkeurig; (b) rijst pellen; (c) raffineren; (d) puurheid; essentie; het zuiverste; (e) wezen; ziel; (f) energie; fut; pit; (g) bezieling; vuur; ijver; elan; drive
英気 eiki energie; vitaliteit; levendigheid
行動力 koudouryoku daadkracht; energie; werkkracht; doortastendheid; doorzettingsvermogen; voortvarendheid; dynamisme
阻喪 sosou verlies van kracht; energie; fut; [意気;士気~] ontmoediging; demoralisatie; moedeloosheid; neerslachtigheid
馬力 bariki (1) paardenkracht; kracht (als) van een paard; (2) kar; sleperswagen; vrachtkar; (3) vermogen; kracht; vitaliteit; energie; (4) [veroud.;natuurk.] paardenkracht [eenheid van vermogen]; pk; HP [-> horsepower]; CV [-> cheval-vapeur]
Tijd: 1.42 sec. jiten.nl: 7 treffers, warandict: 29 treffers (zoekopdracht: 'energie').
2005-2026
