日蘭辭典+

40 resultaten voor ‘lichaam’
日蘭辭典 (trefwoord)
karada
(体) zn. (1) [身體] lichaam o.; lijf v. (2) [體質] gestel o. ¶ 體に好い goed voor de gezondheid. ¶ 體の lichamelijk. ¶ 體中 over het geheele lichaam. ¶ あの人は體が丈夫だ hij heeft een sterk gestel. ¶ 體附き gestalte; houding; figuur.
jitai自體
(自体) zn. (1) [同體] eigen lichaam o. bw. (2) [實際] werkelijk; feitelijk.
ittai一體
(一体) zn. één lichaam o.; bw. per slot van rekening; eigenlijk; inderdaad; alles wel beschouwd. ¶ 一體に over het algemeen; alles samen genomen. ¶ 全國一體不作だ de oogst is slecht over het geheele land. ¶ この騷ぎ一體どうしたのか waar is nu eigenlijk al die deining over.
dantai團體
(団体) zn. groep v.; lichaam o.; gezelschap o.; gemeenschap o. ¶ 團體乘車券 gezelschapsbiljet.
shōshi硝子

zn. glas o. ¶ 硝子體 glasachtig lichaam.

sōtai總體

(総体) zn. geheel o.; massa v.; het geheele lichaam o. ¶ 總體の geheel; totaal. ¶ 總體に over het geheel; in ’t algemeen; alles bijeengerekend; alles samengenomen. ¶ 總體に出來がよかった over het geheel genomen is het wel geslaagd. ¶ 總體で in ’t geheel; totaal.

kotai固體

(固体) zn. vast lichaam o. ¶ 固體化する vast worden; stollen.

kōtai光體

(光体) zn. lichtgevend lichaam o.

kōzō構造

zn. bouw m. ¶ 人體の構造 bouw van het menschelijk lichaam. ¶ 構造式 structuurformule.

kukan軀幹
zetsuen絶緣

(絶縁) zn. (1) [縁切] verbreking van relaties. (2) [電氣] isolatie v. ¶ 絶緣する betrekkingen afbreken; isoleeren. ¶ 絶緣線 geïsoleerde draad. ¶ 絶緣體 isoleerend lichaam. ¶ 絶緣物 isolator.

zenshin全身

zn. het geheele lichaam o.; bw. ten voeten uit. ¶ 全身畫 portret ten voeten uit. ¶ 全身に van top tot teen; over het geheele lichaam. ¶ 全身これ愛 zij is één en al liefde.

yūtai no有體の

(有体の) bn. materieel; stoffelijk. ¶ 有體物 stoffelijk lichaam. ¶ 有體化する belichaamd worden; materialiseeren. ¶ 有體財產 stoffelijke goederen; materieele rijkdom.

yūri游離

zn. afscheiding v.; isolatie v. ¶ 游離する vrijkomen; zich afscheiden. ¶ 游離せる鹽素 vrij chloor. ¶ 游離させる vrijlaten; doen vrijlaten; afscheiden; loslaten. ¶ 肉體を游離せる靈魂 geest, die niet meer aan het lichaam gebonden is.

yūki有機

bn. organisch. ¶ 有機體 organisch lichaam; organisme. ¶ 有機化學 organische scheikunde. ¶ 有機幼體 microbe.

waga

vnw. ons; mijn. ¶ 我國 ons land. ¶ 我身 het eigen lichaam. ¶ 我が子の惡事は見えぬ elk meent zijn uil een valk te zijn.

wagami我身

zn. mijn eigen lichaam o.; het eigen lichaam o.

tsukuri

zn. lichaam van een Chineesch karakter; Chineesch karakter zonder klassenhoofd.

tsuitake衝丈

(対丈) zn. lengte van het lichaam.

SUPPLEMENT (trefwoord)
kōkutsu後屈
zn., suru-ww. achterovergebogen; achterover buigen. ¶ 今日はヨガの後屈のポーズのおですKyō wa yoga no kōkutsu no pōzu no hanashi desu. Vandaag ga ik het hebben over houdingen in yoga waarbij je achteroverbuigt. ¶ 後屈のポーズには、全身のエネルギーを活性化して、自分でも気づかなかった感情と出会うがあります。 Kōkutsu no pōzu ni wa, zenshin no enerugī wo kasseikashite, jibun de mo kizukanakatta kanjō to deau toki ga arimasu. Bij achterovergebogen houdingen activeer je energie in je hele lichaam en zul je op momenten emoties tegenkomen waarvan je zelf niet eens wist dat je ze had. (blog) NB antoniem: zenkutsu 前屈

zenra全裸
(znw, no-adj) geheel ongekleed zijn; spiernaakt; poedelnaakt. ¶ 全裸体 zenratai spiernaakt lichaam.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <lichaam>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
ボディー bodī (1) lichaam; lijf; body; [i.h.b.] romp; (2) carrosserie; bak; casco; romp; (3) [kleding] lijfje; (4) [bokssp.] buik
一体 ittai (1) (één) lichaam; eenheid; (2) standbeeld; sculptuur; (3) stijl; vorm; trant; (4) [in combinatie met een vraagwoord] in hemelsnaam; in godsnaam; verdorie; nu eigenlijk; (5) om de waarheid te zeggen; per slot van rekening; strikt genomen
三輪 sanrin (1) drie wielen; (2) [boeddh.] drie schijven (van metaal; water en wind; waarop de aarde rust); (3) [boeddh.] lichaam; prediking en ideeën (waarmee de Boeddha de mensheid onderricht); (4) [boeddh.] driewiel-conditie [= schenker;ontvanger en gift]
karada lichaam
体;躰 tai (1) lichaam; lijf; (2) staat; toestand; gesteldheid; (3) vorm; voorkomen; gedaante; stijl; (4) wezen; essentie; substantie; aard; natuur; (5) [taalk.] substantief; substantivum; (6) sterkte; kloekheid; ruggengraat; (7) [ikebana] bovenste leidtak; (8) [wisk.] lichaam; (9) [maatwoord voor goden- en boeddhabeelden;lijken e.d.]; (a) lichaam; ledematen; (b) gedaante; vorm; (c) figuur; voorwerp; (d) wezen; essentie; substantie; (e) orgaan; organisatie; (f) lichamelijke opvoeding
団体 dantai (1) groep; gezelschap; ploeg; korps; [sportt.] team; [sportt.] equipe; (2) organisatie; vereniging; groepering; corporatie; lichaam; associatie
図体 zūtai postuur; gestalte; lichaamsbouw; bouw; lichaamsvorm; lichaam; [Belg.N.] carrure
容姿 yōshi figuur; lichaamsvorm; bouw; lichaam; lijf; uiterlijk; voorkomen; aanschijn; verschijning
物体 buttai (1) voorwerp; object; ding; (2) [fil.] lichaam
社団 shadan vereniging; genootschap; gezelschap; verbond; corporatie; associatie; lichaam; maatschappij; [veroud.] sociëteit
肉体 nikutai lichaam; [fig.;bijb.] vlees
血肉 ketsuniku (1) vlees en bloed; [i.h.b.] lichaam; [bijb.] gebeente en vlees; (2) bloedverwant; familielid; [arch.] maag
身体 shintai lichaam; lijf; fysiek; gestel; body; donder; [volkst.] bast; [volkst.] flikker
shin (1) lichaam; lijf; (2) zelf; eigen; (3) maatschappelijke positie; status; (4) hoofddeel
mi (1) lichaam; lijf; lijfje; karkas; donder; [volkst.] flikker; [volkst.] sodeflikker; [vulg.] sodemieter; [Barg.] gebbe; [veroud.] ziel; (2) filet; visfilet; visvlees; vlees; vis [bot- of graatloos stuk vlees of vis]; (3) de eigen persoon; het zelf; zichzelf; (4) iemands positie; iemands plaats; iemands situatie; rang; stand; (5) lichaam van een mes; lemmet; lemmer; kling; blad [van bijl;zaag]; (6) pot [i.t.t. deksel]; houder; vat
ku (1) [maatwoord voor boeddhistische beelden]; (a) lichaam; lijf
mukuro (1) dood lichaam; lijk; kadaver; kreng; (2) [i.h.b.] dood lichaam zonder hoofd; dode romp; (3) vermolmde boomstam; (4) lijf; lichaam; [i.h.b.] torso; tors
遺体 itai lijk; mensenlijk; kadaver; [euf.] lichaam
骨肉 kotsuniku (1) gebeente en vlees; lichaam; (2) bloedverwant; nauwe verwant; vlees en bloed
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.22 sec. jiten.nl: 21 treffers, warandict: 19 treffers (zoekopdracht: 'lichaam'). 
2005-2026