
日
蘭
蘭
辭
典
典
日蘭辭典+
日蘭辭典 (trefwoord)
kunizakai・國境
(国境) zn. landsgrenzen v.mv.; grens v.
kyō-iki・境域
zn. grens v.
kyōkai・境界
zn. grens v.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <grens>
フロンティア furontia (1) grens; grensgebied; (2) onontgonnen gebied
ラインズマン rainzuman [sportt.] linesman; lijnrechter; [voetb.] grensrechter; [verk.] grens; [scherts.] grensjager; [scherts.] vlaggenist; assistent-scheidsrechter
一線 issen (1) een lijn; (2) linie; scheidslijn; scheidingslijn; grenslijn; grens; (3) [mil.] frontlijn; frontlinie; strijdlinie; gevechtslinie
一線を画する issen'okakusuru een lijn; grens; scheidingslijn trekken; een onderscheid maken; demarqueren
仕切り shikiri (1) afbakening; grens; grenslijn; afscheiding; scheidingslijn; scheidslijn; demarcatielijn; (2) schot; tussenschot; middelshot; plaat; paneel; scherm; (3) afdeling; sectie; afscheiding; gescheiden ruimte; compartiment; vakje; beschot; (4) afrekening; afsluiting van een rekening; (5) [sumojargon] het zich in (aanvals)positie stellen
切り kiri (1) einde; besluit; slot; (2) grens; limiet; perken; (3) laagste kwaliteit
制限 seigen beperking; limiet; restrictie; voorbehoud; limitatie; begrenzing; grens; limit
区域 kuiki (1) grens; limiet; perken; (2) zone; district; territorium
区画 kukaku (1) afdeling; deel van een gebied; sector; zone; district; sectie; compartiment; kavel; kaveling; perceel; (2) afbakening; begrenzing; grensscheiding; grenslijn; scheidingslijn; scheidslijn; demarcatie; afpaling; grens; (3) [maatwoord voor sectoren;zones;districten]
区 ku (1) grens; begrenzing; verdeling; afschutting; (2) stadsdistrict; district; (3) buurt; wijk; stadswijk; zone
埒 rachi (1) heining; omheining; schutting; (2) afbakening; afscheiding; grens; (3) ren; kraal; (a) heining; omheining; (b) perk; gebied; begrenzing
域 iki (1) gebied; domein; (2) grenzen; perken; (3) niveau; peil; (a) grens; terrein; gebied; (b) land; streek
境界 kyōkai grens
境 kyō (1) plaats; streek; gebied; (2) gemoedstoestand; stemming; staat; (3) omgeving; situatie; (4) [boeddh.] viṣaya [= cognitief object]; vastu [= ding]; (a) grens; (b) gebied; terrein; domein; (c) situatie; toestand; (d) [boeddh.] viṣaya; gebied van de zintuigen
境;界 sakai grens; grenslijn; scheidingslijn; scheidslijn; begrenzing; afscheiding; demarcatie
巷 chimata (1) wegsplitsing; wegkruising; kruispunt; tweesprong; kruisweg; scheiweg; (2) grens; scheidslijn; scheiding; perk; (3) straat; binnenstad; centrum; (4) wereld; maatschappij; publiek; man in de straat; (5) plaats van handeling; toneel; terrein
枠 waku (1) raam; raamwerk; kozijn; lijst; kader; omlijsting; rand; (2) omtreklijn; omlijning; contour; [記事の] kader; (3) limiet; grens; begrenzing; beperking; (4) quota; contingent; (maximum; geplafonneerd) aantal; (5) spoel; klos; (6) [maatwoord voor kaders;lijsten;ramen]; (7) [maatwoord voor starthokken of -boxen bij paardenrennen;hondenrennen enz.]
狭間 hazama (1) smalle opening; gat; spleet; kier; gleuf; reet; [生と死の~] grens; (2) dal; vallei; bergengte; ravijn; kloof; nauwe doorgang; engte; defilé; (3) schietgat; schietopening; embrasure; kijkgat; moordgat; (4) tussenruimte; tussentijd; interval; interstitie
界 kai (1) omsloten ruimte; gebied; terrein; veld; domein; zone; sector; rijk; (2) vereniging; gezelschap; gemeenschap; kring; wereld; (3) grens; scheiding; (4) [boeddh.] dhātu; (5) liniëring; lijn [op papier]; (6) hulplijn; hulpstreep; (7) [biol.] Rijk; regnum; (8) [geol.] groep [lithostratigrafische eenheid]; (a) scheiding; afbakening; grens; (b) ruimte; sfeer; groep; gemeenschap
程 hodo (1) mate; graad; grootte; omvang; maat; gematigdheid; (2) grens; limiet; perken; (3) positie; status; stand; (4) hoedanigheid; gesteldheid
端 hashi (1) uiteinde; tip; top; punt; spits; eind; (2) kant; boord; rand; zoom; uithoek; uiterste; buitenrand; buitenkant; grens; (3) stukje; flard; snipper; splinter
端 hashi (1) uiteinde; einde; tip; staart; (2) rand; kant; boord; zoom; marge; grens; uithoek; hoek; [gew.] uitkant; (3) eindje; fragment; stukje; (4) flard; gedeelte; (5) begin; eerste; (6) [bouwk.] buitenkant; buitenzijde; voor; voorgedeelte; [i.h.b.] straatzijde; straatkant; (7) aanhef; voorwoord; voorbericht; inleiding; (8) aanvang; start; begin; (9) bescheiden positie; status; (10) lagere prostituee; (11) […~に] terwijl; en daarnaast
範囲 han'i bereik; omvang; bestek; sfeer; veld; kader; terrein; domein; gebied; kring; perken; grens; reikwijdte; scope; extensie; draagwijdte; [fig.] dracht; omvang; strekking; gamma
線 sen (1) lijn; streep; [i.h.b.] grens; niveau; (2) lijn; [i.h.b.] omtrek; trekken; contour; beloop; (3) [spoorw.] spoor; perron; [luchtv.;scheepv.] lijn; route; vaart; [telef.] lijn; (4) [meetk.] lijn; (5) [pol.] lijn; koers; politiek; spoor; (6) aard; karakter; (7) [maatwoord voor lijnen;sporen]
辺境 henkyō grensland; grensgebied; grens; [veroud.] mark
関 seki (1) grenspost; grensovergang; controlepost; doorlaatpost; controlestation; controle; (2) afsperring; perk; grens; barrière; dam; wering; (3) [sumojargon] hoogstgeplaatste sumoworstelaar; (4) [boogschieten] laatste boogschutter van de reeks; heksluiter; hekkensluiter; (5) [go-spel] patstelling; (6) Seki; (7) Seki; (a) grens; tolhuis
限り kagiri (1) limiet; grens; (2) […~] (zoveel; zolang; zo goed; zo hoog; etc.) als …
限度 gendo grens; limiet; beperking; begrenzing; plafond; bovengrens
限界 genkai (1) grens; limiet; perken; (2) voorbehoud; beperkende voorwaarde; beperking; begrenzing; restrictie
限 gen (a) afbakenen; limiteren; (b) limiet; grens
際涯 saigai limiet; grens; uiterste; einde
際限 saigen grens; einde; limiet; beperking; perk; begrenzing
Tijd: 1.22 sec. jiten.nl: 8 treffers, warandict: 32 treffers (zoekopdracht: 'grens').
2005-2026
