日蘭辭典+

42 resultaten voor ‘eind’
日蘭辭典 (trefwoord)
kekkyoku結局
zn. eind v.; uitslag m.; resultaat o.; uitkomst v.; bw. ten slotte; ten laatste; eindelijk. ¶ 結局どうなりました en wat was het resultaat?; en hoe liep het af?
hate

(果て) zn. (1) [結果] gevolg o.; resultaat o. (2) [運命] lot o. (3) [限界] grens v.; einde o. ¶ 議論の果 het resultaat van de discussie. ¶ 世界の果 het eind van de wereld. ¶ 果は ten slotte; per slot van rekening. ¶ 果から果まで van het eene eind tot het andere. ¶ 擧句の果に en het ergste van alles was......

shijū始終

bw. van begin tot eind; voortdurend; steeds; gestadig. ¶ 始終する voortduren.

kugiri句切り

zn. (1) [句讀] interpunctie v.; indeeling van zinnen. (2) [終結] einde v. ¶ 句切點 punt.

kureru暮れる

i.w. (1) [夜になる] donker worden; beginnen te schemeren. (2) [終る] ten einde loopen; eindigen; afloopen. ¶ 泪に暮れる in tranen zijn. ¶ 全く途方に暮れる niet meer weten, wat te doen; geen uitweg meer zien.

kure暮れ

zn. (1) [日暮] zonsondergang m.; vallen van den avond. (2) [歲末] einde v.; afloop m.; einde van het jaar (年末).

zettaisetsumei絶體絶命

(絶体絶命) zn. wanhopige toestand m.; uiterste o. ¶ 絶體絶命になる geen raad meer weten; ten einde raad zijn; wanhopig zijn.

yukiatari行當

(行当) zn. eind van den weg. ¶ 行當りばつたり主義 luchtige levensopvatting; geen zorgen voor den dag van morgen.

yukidomari行止

zn. doodloopende straat v.; onvermijdelijk einde o.; uiterste grens v. ¶ 行止る niet verder kunnen.

yūhi雄飛
yomikiri讀切

(読切) zn. (1) [讀終ること] doorlezing v. (2) [句讀] zinsverdeeling v.; punctuatie v.; plaatsing der leesteekens. ¶ 話の讀切 eind van een verhaal. ¶ 讀切小説 complete roman. ¶ 讀切る uitlezen; geheel doorlezen.

uchidome打止

zn. einde o.; sluiting v.

tsumari詰り

(詰まり) zn. einde o.; bw. ten slotte; waar het op neerkomt; eigenlijk; om kort te gaan; in ’t kort.

tsukiru盡きる

(尽きる) i.w. uitgeput zijn; afgeloopen zijn; ten einde zijn. ¶ 盡きせぬ onuitputtelijk.

tsukiatari突當

(突き当たり) sn. eind van een straat; botsing (衝突). ¶ 突當る botsen tegen (衝突); aan het eind komen van (行詰る). ¶ 電信柱に突當る tegen een telegraafpaal aan loopen. ¶ 突當つて左へ曲る aan het eind van de straat links afslaan.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <eind>
エンド endo (1) einde; slot; besluit; (2) einde; uiteinde; eind; (3) en; (4) endo-
ストップ sutoppu (1) stop; halt; eind; einde; beëindiging; (2) stopplaats; halte; halteplaats
ファイナル fainaru (1) [sportt.] finale; eindwedstrijd; (2) laatste; eind-; slot-; beslissend
下端 katan (1) ondereind; ondereinde; benedeneind; benedeneinde; lagereind; lagereinde; onderkant; ondervlak; bodem; [ページ;書物の] eind; onderrand; [帆柱の] hiel; hieling; voet; (2) [wisk.] ondergrens; minorante
仕舞の;仕舞いの;終いの;了いの shimaino laatste; eind-; slot-; afsluitend
saki (1) (puntig) uiteinde; eind; punt; spits; tip(je); top(je); [m.b.t. processie enz.] kop; hoofd; (2) toekomst; wat komen moet; wat te wachten staat; vooruitzicht; aspect; verschiet; wat de toekomst in petto heeft; [fig.] voorland; (3) vervolg; wat volgt; wat later komt; volgende gebeurtenis; (4) wat verder; wat voorop; (5) plaats van bestemming; -bestemming; (6) wederpartij; (onderhandelings)partner; de ander; (7) [attr.] vorig; voormalig; vroeger; voorgaand; voorafgaand
区切り;句切り kugiri (1) eind; einde; (2) pauze; punt; (3) interpunctie; het interpungeren; punctuatie; (4) [maatwoord voor pauzes]
大詰め ōzume (1) [ton.] laatste bedrijf; slottoneel; (2) einde; eind; slot; laatste loodjes; eindfase; eindstadium
尻;臀;後 shiri (1) bil; achterwerk; achterste; gat; zitvlak; [inform.] kont; [inform.] krent; [volkst.] reet; poeper; [inform.;Belg.N.] poep; derrière; posterieur; partes posteriores; achtereind; achterlichaam; [fig.] heup; [euf.] bips; [meton.] kadetje; [euf.] achterdeel; [euf.] fundament; [scherts.] achtersteven; [scherts.] achterkwartier; [scherts.] batterij; [vulg.] hol; [Barg.] togus; [fig.] het tweede gezicht; (2) achterdeel; achterlijf; achterstel; [m.b.t. paard] achtergestel; [m.b.t. paard] achterhand; bilstuk; staartstuk; [m.b.t. vogel] stuit; (3) verste deel; uiteinde; queue; [fig.] staart; [fig.] sluitstuk; [fig.] uitloper; [m.b.t. stuk draad] eind; [i.h.b.] laatsten; [i.h.b.] achtersten; [i.h.b.] minsten in rang; (4) bodem; ondervlak; benedenkant; onderkant; onderzijde
打ち切り uchikiri einde; eind; beëindiging; halt
暮れ;暮 kure (1) zonsondergang; het vallen van de nacht; het vallen van de avond; avondschemering; schemer; schemering; halfduister; laatste zonlicht; (2) jaareinde; einde van het jaar; (3) einde; eind; afloop
最終の saishūno laatste; eind-; slot-; finaal
末端の mattanno eind-; terminaal; [biol.] eindstandig; [anat.] distaal
果て hate (1) einde; eind; end; (2) uiterste grens; limiet; (3) slot; laatste; uitkomst; eindresultaat; conclusie; (4) einde van de rouw
決着 ketchaku conclusie; besluit; eind; einde; beëindiging; slot; afronding; beklinking
hashi (1) uiteinde; tip; top; punt; spits; eind; (2) kant; boord; rand; zoom; uithoek; uiterste; buitenrand; buitenkant; grens; (3) stukje; flard; snipper; splinter
端末 tanmatsu (1) uiteinde; einde; eind; verste punt; uiterste; slot; (2) [comp.] terminal; eindstation
終わりの owarino laatste; eind-; slot-
終幕 shūmaku (1) [ton.] laatste scène; afloop van de voorstelling; (2) einde; eind; slot; ontknoping
終止 shūshi (1) einde; eind; beëindiging; slot; terminatie; (2) [muz.] toonsluiting; toonval; cadens
終盤 shūban (1) [go;shōgi] eindspel; laatste gedeelte van een go- of shōgi-partij; (2) eindfase; slotfase; laatste fase; laatste rechte lijn; eind; stuk; laatste loodjes
終結 shūketsu einde; eind; besluit; beëindiging
結び musubi (1) knoop; strik; verbinding; (2) einde; eind; slot; besluit; (3) [cul.] rijstballetje; rijst uit het vuistje
結局 kekkyoku uitkomst; afloop; eind; slot; resultaat; uitslag; tenslotte; ten laatste; uiteindelijk; ten lange leste; eindelijk; op het laatst; in laatste instantie
結末 ketsumatsu (1) einde; eind; slot; afloop; besluit; conclusie; (2) eindresultaat; uitkomst; (3) [悲劇の] ontknoping
ketsu (1) besluit; einde; eind; (2) slotvers; laatste vers; versregel; (3) [boeddh.] bandhana; samyojana; gehechtheid; (4) [maatwoord voor aaneengeregen munten;munteenheid ter waarde van 1.000 mon 文]; (a) rijgen; samenbinden; (b) monteren; organiseren; (c) bundelen; samenvatten; (d) consolideren; stremmen; (e) besluiten; aflopen; (f) verstoppen
臨終 rinjū eind; einde; levenseinde; uiteinde; laatste ogenblik; uur; sterfbed; doodbed; doodsbed; stervensuur; dood
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.5 sec. jiten.nl: 15 treffers, warandict: 27 treffers (zoekopdracht: 'eind'). 
2005-2026