RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <wereld>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
De weergave van het Japans van de resultaten hieronder is gespeld in een vorm van
waapuro-spelling. De spelling komt overeen met de originele spelling in
hiragana in het Japans. De verschillen met de
Hepburn-spelling van de overige resultaten zijn eenvoudig:
| spelling |
uitspraak |
| uu |
lang aangehouden /oe/ (Hepburn spelling: ū) |
| ou |
lang aangehouden /o/ (Hepburn spelling: ō) |
| (soms, als in 酔う you "dronken zijn") uitspraak: /o/ + /oe/ |
| ei |
lang aangehouden /ee/ (dit is identiek in Hepburn spelling) |
| ha |
/ha/ (identiek aan Nederlands en Hepburn spelling) |
| alleen voor het partikel は: uitspraak /wa/ |
| he |
/he/ (identiek aan Nederlands en Hepburn spelling |
| alleen voor het partikel へ: uitspraak /e/ |
[verberg]
この世 konoyo (1) deze wereld; dit bestaan; ondermaanse wereld; het leven hier op aarde; dit aardse bestaan; het tijdelijke; (2) heden; hier en nu; (3) maatschappij; samenleving; wereld
グローバル guroobaru wereld-; mondiaal; wereldomvattend; wereldomspannend; wereldwijd
ワールド waarudo wereld
万国 bankoku (1) alle landen; (2) de hele wereld; (3) internationaal; wereld-
世の中;世間 yononaka wereld; het leven; tijden; tijdperk
世俗 sezoku (1) aardse; wereldse; wereldlijke dingen; (2) wereld; gepeupel; gemeen; gewone volk; massa; vulgus; grauw
世界 sekai (1) wereld; (2) wereld(je); kringen; rijk; domein; scene; (3) [boeddh.] wereld
世界的 sekaiteki (1) wereldwijd; mondiaal; globaal; internationaal; wereld-; (2) van wereldformaat
世間 seken (1) wereld; samenleving; maatschappij; leven; (2) het publiek; het openbaar; de mensen; medemensen; men; ze; (3) omgeving; leefomgeving; leefwereld; kennissenkring; (4) [boeddh.] loka [= wereld;universum]; (5) [boeddh.] laukika [= het wereldse;mondaine]
世 sei (1) [achtervoegsel waarmee de rang- of volgorde in een generatie;positie;titel enz. wordt aangegeven]; (a) generatie; [i.h.b.] periode tijdens dewelke men familiehoofd was; (b) voorgeslacht; (c) tijdsinterval; tijdperk; (d) wereld; leven; (e) [geol.] tijdvak; epoque
世 se (a) wereld; maatschappij; (b) leven; generatie; (c) [boeddh.] loka; wereld
世 yo (1) mensenleven; leven; levensduur; levenstijd; generatie; (2) tijdperk; tijd; era; [i.h.b.] heerschappij; regering; (3) familiehoofdschap; patriarchaat; (4) [boeddh.] leven; bestaan; existentie; (5) [boeddh.] lekenbestaan; lekenwereld; seculiere; profane wereld; (6) samenleving; maatschappij; leven; wereld; (7) maatschappelijke positie; stand; (8) tijdsgeest; tijdstroom; trend; (9) levensonderhoud; kost; (10) periode; tijd; gelegenheid; moment; (11) land; rijk; (12) relatie; liaison; liefdesbetrekking
国際 kokusai (1) internationale betrekkingen; diplomatieke verhoudingen; (2) internationaal; wereldwijd; universeel; wereld-; grensoverschrijdend
国際的 kokusaiteki internationaal; wereldwijd; universeel; wereld-; grensoverschrijdend
地球 chikyuu aarde; wereld; aardbol; [uitdr.] 's werelds rond; [uitdr.] aardse perk; [arch.] aardkloot; [w.g.] globe; geo-
壇 dan (1) platform; verhoging; [Belg.N.] verhoog; (2) podium; estrade; rostrum; (3) [boeddh.] maṇḍala; (a) verhoogde plaats; (b) kringen; scene; wereld
天下 tenka (1) wereld; ondermaanse; (2) hele; ganse land; geheel het land; rijk; (3) bewind; regering; heerschappij
天地 tenchi (1) hemel en aarde; (2) heelal; universum; (3) wereld; schepping; natuur; (4) gebied; terrein; wereld; land; (5) boven- en onderkant
巷 chimata (1) wegsplitsing; wegkruising; kruispunt; tweesprong; kruisweg; scheiweg; (2) grens; scheidslijn; scheiding; perk; (3) straat; binnenstad; centrum; (4) wereld; maatschappij; publiek; man in de straat; (5) plaats van handeling; toneel; terrein
景気 keiki (1) wereld; dingen; zaken; tijden; (2) conjunctuur; toestand; gesteldheid van de economie; omstandigheden van de handel; marktsituatie; (3) welvaart; bloei; voorspoed
生物界 seibutsukai fauna en flora; wereld; rijk der levende natuur; planten- en dierenrijk; planten- en dierenwereld
界 kai (1) omsloten ruimte; gebied; terrein; veld; domein; zone; sector; rijk; (2) vereniging; gezelschap; gemeenschap; kring; wereld; (3) grens; scheiding; (4) [boeddh.] dhātu; (5) liniëring; lijn [op papier]; (6) hulplijn; hulpstreep; (7) [biol.] Rijk; regnum; (8) [geol.] groep [lithostratigrafische eenheid]; (a) scheiding; afbakening; grens; (b) ruimte; sfeer; groep; gemeenschap
社会 shakai (1) samenleving; gemeenschap; [Lat.] civitas; [attr.] gemeenschaps-; (2) maatschappij; wereld; [Lat.] societas; [attr.] sociaal …; [attr.] socio-; (3) kring; wereldje; bevolkingsgroep; milieu; sector; (4) maatschappijleer