日蘭辭典+

21 resultaten voor ‘lichten’
日蘭辭典 (trefwoord)
ao
zn. blauw o.; groen (綠) o. ¶ 青葉 groen; groene bladeren. ¶ 青光り phosporescentie. ¶ 青光する phosphoresceeren; lichten (海). ¶ 青貝 parelmoer. ¶ 青臭い (未熟) groen; nog niet droog achter de ooren; onervaren. ¶ 青物 groente. ¶ 青物屋 groentenboer. ¶ 青菜 bladgroente; loof van knolraap. ¶ 青二才 baar; groen. ¶ 青書生 groen; noviet. ¶ 青筋 ader. ¶ 青空 blauwe hemel. ¶ 青空の下にて onder den blooten hemel; in de open lucht. ¶ 青空色の hemelsblauw; azuur. ¶ 青息吐息 hijgen. ¶ 蒼白い bleek.
ukiagekōji浮上工事

zn. lichtingsarbeid o.; lichtingswerk o. ¶ 浮上げる lichten; weder vlottend maken; uit het water ophalen; (他の部分より高くする) “en reliefbrengen; opwerken.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <lichten>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
光る hikaru (1) schijnen; gloeien; lichten; stralen; gloren; fonkelen; licht verspreiden; (2) schitteren; blinken; glimmen; glanzen; glinsteren; scintilleren; [fig.] klateren; [w.g.] glimpen; [lit.t.] glimmeren; [veroud.] brallen; (3) uitblinken [boven iets anders]; (er bovenuit) schitteren; uitsteken; afsteken; sterk uitkomen; uitstralen (boven); overstralen; zich onderscheiden
吊るし上げる tsurushiageru (1) hangend in de hoogte heffen; omhoogtillen; optillen; omhooghijsen; ophijsen; lichten; omhoogtrekken; optrekken; (2) publiekelijk ter verantwoording roepen; met vragen bestormen; voor het veemgericht brengen; het vuur na aan de schenen leggen; duchtig aan de tand voelen; op de rooster leggen; spitsroeden doen lopen; aan de kaak stellen; aan het kruis nagelen; met pek en veren besmeuren; tussen lemmer en heft van het knipmes nemen
射す sasu schijnen; lichten; gloeien; stralen
差す sasu (1) schijnen; lichten; gloeien; stralen; (2) [m.b.t. blos enz.] te voorschijn komen; over zich krijgen; zich manifesteren; (3) [m.b.t. boze macht enz.] varen in; [form.] vaardig worden over; (4) gieten; schenken; uitschenken; inschenken; serveren; vullen; [m.b.t. oogdruppels e.d.] toedienen; (5) aanbrengen; opdoen; [m.b.t. olie] smeren; (6) toevoegen; bijvoegen; erbij doen; (7) [m.b.t. paraplu e.d.] opsteken; omhoogbrengen; omhoogsteken; omhoog houden; (8) [m.b.t. zwaard] aangorden; aandoen; (9) [scheepv.] voortbomen; doen varen; doen voortbewegen; [w.g.;lit.t.] doen reilen; (10) [m.b.t. borrel] aanbieden; bieden; schenken; offreren
引き上げる hikiageru (1) omhoog halen; omhoogbrengen; optrekken; ophalen; ophijsen; (2) boven brengen; lichten; aan de oppervlakte brengen; [i.h.b.] bergen; (3) [値段を] verhogen; doen stijgen; optrekken; (4) bevorderen; in rang verhogen; promoveren
引き下ろす hikiorosu (1) naar beneden trekken; neerhalen; neertrekken; [m.b.t. vlag] strijken; neerhalen; [m.b.t. gestrand schip] vlot trekken; brengen; (2) [m.b.t. hooggeplaatste personen] onderuithalen; wippen; ten val brengen; uit het zadel werpen; lichten; afzetten; verwijderen
徴兵する chouheisuru oproepen (voor militaire dienst); lichten; inlijven; opnemen in krijgsdienst; onder de wapenen brengen; voor de dienst aanwijzen
打倒する datousuru omverwerpen; ten val brengen; wippen; ten gronde richten; onderuithalen; uit het zadel werpen; lichten
抜く nuku (1) dringen in; doordringen; penetreren; (2) inhalen; voorbijstevenen; achter zich laten; het verder brengen dan; overtreffen; voorbijstreven; te boven gaan; de loef afsteken; uitsteken boven; overvleugelen; [i.h.b. sportt.] verslaan; (3) uittrekken; trekken; [een fles enz.] opentrekken; (4) eruit halen; te voorschijn halen; uitlichten; uitpikken; uitkiezen; selecteren; uitzoeken; [i.h.b.] pikken; [i.h.b.] stelen; (5) verwijderen; wegnemen; lichten; uithalen; [i.h.b. van bad;ballon enz.] laten leeglopen; lozen; (6) besparen; daarlaten; overslaan; weglaten; achterwege laten; (7) [een blanco plek enz.] uitsparen; openlaten; (8) innemen; veroveren; (9) ten einde toe ~; uit-; af-; ~ tot de lust daartoe voorbij is [gebruikt als werkwoordelijk suffix]; (10) overslaan; (11) masturberen
拐帯する kaitaisuru aan de haal gaan met; ervandoor gaan met; achteroverdrukken; verduisteren; zich heimelijk toe-eigenen; gaan strijken met; lichten; [volkst.] kiepelen; [volkst.] rauzen; [Barg.] reetsemen; [gew.] op zijn kaak slaan
掲げる kakageru (1) [櫛で] opkammen; in de hoogte kammen; (2) [簾を] oprollen; omrollen; [裾を] opstropen; omstropen; [gew.] opsloven; [gew.] opstroppen; (3) [火を] opstoken; aanwakkeren; aanstoken; aanjagen; (4) in de hoogte heffen; steken; opheffen; hoog opsteken; lichten; tillen; optillen; ophijsen; hijsen; oplaten; (5) [fig.] [迷いを] opheffen; lichten; uit de weg ruimen; doen verdwijnen; (6) afficheren; in de kijker plaatsen; bekendmaken; afkondigen; melden; ophangen; [Belg.N.] uithangen; [政策;理想を] huldigen; (7) [記事を] publiceren; voeren; brengen; opgeven
揚陸する yourikusuru [scheepv.] landen; aan land; wal zetten; ontschepen; lossen; lichten
明ける akeru (1) [夜が] het wordt dag; het begint te dagen; lichten; de morgen daagt; breekt aan; (2) [年が] het wordt nieuwjaar; een nieuw jaar begint; (3) [期間が] verstrijken; verlopen; aflopen; [梅雨が] ten einde lopen; erop zitten; gedaan zijn; over zijn; voorbij zijn; [喪が] uit de rouw gaan; de rouw afleggen; [年季が] volleerd zijn; (4) openlijk vertellen; er rond voor uitkomen; (5) [埒を] doen vooruitgaan; (6) [芸妓が] terugkeren van een klant
照る teru (1) [m.b.t. zon of maan] schijnen; lichten; (2) mooi; fraai; helder weer zijn
発光する hakkousuru licht geven; uitstralen; lichten; luminesceren
碇を上げる ikariwoageru het anker ophalen; ophijsen; opwinden; lichten; winden; thuishalen; hieuwen; hijsen
稲光がする inabikarigasuru lichten; bliksemen; weerlichten; [i.h.b.] heien; [gew.] blikken; [gew.] flikkeren; [i.h.b.;gew.] heilichten; [i.h.b.;gew.] zeebranden
脱ぐ nugu uittrekken; uitdoen; [z'n hoed enz.] afnemen; afzetten; afdoen; lichten; (zich) ontdoen (van); van het lijf doen; afleggen; [het harnas] afgorden
陸揚げする rikuagesuru [scheepv.] landen; aan land; wal zetten; ontschepen; lossen; lichten
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.39 sec. jiten.nl: 2 treffers, warandict: 19 treffers (zoekopdracht: 'lichten'). 
2005-2026