RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <hemel>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
De weergave van het Japans van de resultaten hieronder is gespeld in een vorm van
waapuro-spelling. De spelling komt overeen met de originele spelling in
hiragana in het Japans. De verschillen met de
Hepburn-spelling van de overige resultaten zijn eenvoudig:
| spelling |
uitspraak |
| uu |
lang aangehouden /oe/ (Hepburn spelling: ū) |
| ou |
lang aangehouden /o/ (Hepburn spelling: ō) |
| (soms, als in 酔う you "dronken zijn") uitspraak: /o/ + /oe/ |
| ei |
lang aangehouden /ee/ (dit is identiek in Hepburn spelling) |
| ha |
/ha/ (identiek aan Nederlands en Hepburn spelling) |
| alleen voor het partikel は: uitspraak /wa/ |
| he |
/he/ (identiek aan Nederlands en Hepburn spelling |
| alleen voor het partikel へ: uitspraak /e/ |
[verberg]
あれ are [drukt verrassing;ontgoocheling;argwaan uit] hé!; wat nou?; kijk eens aan!; nee maar!; dat is me (toch) wat!; o nee!; 't is niet waar!; nou zeg!; kom nou!; wow!; hemel!
スカイ sukai (1) hemel; (2) Skye
三才 sansai (1) hemel; aarde en mensheid; (2) alle dingen in het universum; (3) voorhoofd; kin en neus; (4) drie genieën; (5) drie jaar oud
上の空 uwanosora (1) hogere regionen; hemel; atmosfeer; (2) onaandachtig; onoplettend; onachtzaam; afwezig; absent; afgetrokken; verstrooid; wezenloos
上空 joukuu hoog in de lucht; hemel; luchtruim; [verk.] ruim; [w.g.] luchtruimte
中空 chuukuu (1) [~に] in de lucht; hemel; (2) [~の] hol; leeg vanbinnen
中空 nakazora (1) [~の] in de lucht; hemel; (2) onderweg; (3) onrustig; zenuwachtig; (4) onaf; onvolkomen; (5) halfslachtig; halfbakken; onzorgvuldig; nonchalant; slordig
乾 ken (1) het trigram hemel ☰; (a) hemel
大空 oozora (1) hemel; luchtruim; [lit.t.] uitspansel; [lit.t.] zwerk; [lit.t.] firmament; (2) Ōzora [= gemeente in het oosten van Hokkaidō]; (3) halfslachtig; nonchalant; onberekenbaar; wispelturig; (4) vaag; onbestemd; flou
天上 tenjou (1) hemel; (2) hemelrijk; (3) hemelvaart; [i.h.b.] dood; (4) summum; het ultieme; (5) eerste verdieping; bovenverdieping
天国 tengoku hemel; paradijs
天理 tenri (1) natuurwet; wetten van de natuur; Hemel; (2) Tenri
天界 tenkai (1) hemel; hemels gebied; [form.] firmament; (2) [chr.] hemelrijk; koninkrijk der hemelen; (3) [boeddh.] divya [= hemel]
天空 tenkuu hemel; lucht
天竺 tenjiku (1) India; (2) hemel; (3) hoogte; top; (4) [verk.] soort ruwe katoenen stof van Indiase origine; (5) [prefix dat de uitlandse;niet-Japanse origine van het grondwoord aangeeft]; (6) te heet; te pikant
天蓋 tengai (1) [boeddh.] baldakijn; (2) [zenboeddh.] biezen klokhoed van een bedelmonnik; [meton.] bedelmonnik; (3) [boeddh.] octopus; (4) hemel; [lit.t.] uitspansel; [lit.t.] zwerk; [lit.t.] firmament
天 ten (1) hemel; lucht; firmament; uitspansel; (2) hemel; empyreum; (3) Hemel; God; Voorzienigheid; Providentie
宇 u (1) [= maatwoord voor gebouwen;daken;tenten]; (a) dakrand; dak; huis; (b) hemel; zwerk; uitspansel
晴天 seiten mooi; lekker; fraai; helder weer; zondagsweer; heldere lucht; hemel; zondagshemel
極楽 gokuraku (1) [boeddh.] Sukhāvatī [= het reine land van Amitābha]; (2) paradijs; hemel; rijk van gelukzaligheid; opperste zaligheid
玄 gen (1) zwart; (2) hemel; (3) [Chin.fil.] xuán; duisternis; (4) diepzinnig en subtiel; (5) negende maand van de maankalender; (6) [prostitutiejargon] arts; [i.h.b.] (als arts verklede) monnik; (a) zwart; (b) diepzinnig; duister; (c) ver; (d) noorden
空中 kuuchuu (1) lucht; hemel; (2) ruimte
空模様 soramoyou (1) hemelgesteldheid; luchtgesteldheid; weersgesteldheid; weerstoestand; weersituatie; weer; hemel; lucht; (2) [fig.] ontwikkelingen; situatie; omstandigheden
空路 soraji (1) hemel; lucht; (2) troosteloze reis; beproevende tocht
空 kuu (1) lucht; hemel; (2) leegte; leegheid; ledigheid; (3) luchtledige; vacuüm; (4) ijdelheid; ijdele waan; (5) leeg; ledig; (6) ijdel; nietig; futiel; (7) vruchteloos; tevergeefs; nutteloos
空 sora (1) lucht; luchtruim; (2) hemel; hemelruim; [form.;lit.t.] firmament; [lit.t.] hemelen; (3) [meton.] streek; oord; (4) stemming; gevoel; geest; (5) [~で] van buiten; uit het hoofd; (6) leugen; onwaarheid; valsheid; (7) onjuist …; verkeerd …; ten onrechte …; mis-; waan-; (8) geveinsd(e) …; gemaakt(e) …; voorgewend(e) …; gesimuleerd(e) …; quasi-; schijn-; pseudo-; nep-; (9) [~形容詞] danig …; behoorlijk …; zeer …
青天井 aotenjou (1) het blauw gewelf; het azuren gewelf; hemel; (2) [beurst.;株価が] buitensporig hoog