日蘭辭典+

26 resultaten voor ‘groen’
日蘭辭典 (trefwoord)
ao
zn. blauw o.; groen (綠) o. ¶ 青葉 groen; groene bladeren. ¶ 青光り phosporescentie. ¶ 青光する phosphoresceeren; lichten (海). ¶ 青貝 parelmoer. ¶ 青臭い (未熟) groen; nog niet droog achter de ooren; onervaren. ¶ 青物 groente. ¶ 青物屋 groentenboer. ¶ 青菜 bladgroente; loof van knolraap. ¶ 青二才 baar; groen. ¶ 青書生 groen; noviet. ¶ 青筋 ader. ¶ 青空 blauwe hemel. ¶ 青空の下にて onder den blooten hemel; in de open lucht. ¶ 青空色の hemelsblauw; azuur. ¶ 青息吐息 hijgen. ¶ 蒼白い bleek.
aoi青い
bn. blauw; groen; bleek (蒼白); (未熟) onrijp; groen.
aozumu青ずむ
i.w. blauw worden; groen worden.
mujaki無邪氣
(無邪気) zn. onschuld v.; onnoozelheid v.; naïviteit v. ¶ 無邪氣の onschuldig; onnoozel; naïef; eenvoudig van hart.
kusa

zn. gras o.; kruid (雜草) o. ¶ 草を刈る gras snijden; gras maaien. ¶ 庭の草を取る in den tuin het onkruid wieden. ¶ 草場 grasveld. ¶ 草花 bloemen. ¶ 草花屋 bloemist. ¶ 草葉の蔭で in het graf; onder de groene zoden.

yatara ni矢鱈に

bw. zonder onderscheid; in het wild; onmatig; zonder zich rekenschap te geven. ¶ 誰とでも矢鱈に交際を求める met iedereen aanknopen. ¶ 矢鱈に本を讀む rijp en groen lezen.

wakaba若葉

zn. jong groen o.

wakai若い

bn. (1) [若い] jong; jeugdig. (2) [未熟] onrijp; groen. (3) [年下] jonger. ¶ 若い時 jeugd; jongheid. ¶ 若い時から van jongsaf. ¶ 若い時は二度ない men is maar eens jong. ¶ 若者 jongmensch; jongeling. ¶ 若衆 jongmensch; jongelui (複數).

uiui-shii初々しい
ubu初心

zn. onnoozelheid v.; onschuld v.; onwetendheid v.; onervarenheid v. ¶ 初心な onnoozel; onschuldig; naief; onervaren; groen.

SUPPLEMENT (trefwoord)
kiiroi黄色い
bw. geel. ¶ 青いバナナを黄色くする化学薬品 een chemisch middel dat groene bananen geel kleurt. ¶ 黄色がかった赤色 een gelig rood; geelachtig rood. ¶ 黄色い壁のこじんまりとした部屋 een knus kamertje met gele muren.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <groen>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
みどり midori (1) uitkiezing; selectie; (2) opvoering van fragmenten uit kabuki- of jōruri-stukken; (3) groen; groene kleur; (4) groen loof; groene gewassen; (5) Midori
グリーン guriin (1) groen; (2) groengebied; (3) [golf] green; (4) Green; Greene; Grin; Glyn; (5) groen; milieuvriendelijk; milieuveilig; eco-
乳臭い chichikusai (1) melkachtig; de geur van melk hebbend; (2) groen; onrijp; onervaren; onvolwassen; kinderlijk; kinderachtig; infantiel; pas uit de dop; pas komen kijken; halfrijp; halfwas; nog niet droog achter de oren; nog nat achter de oren
ubu (1) naïef; ingénu; argeloos; onschuldig; bleu; nog niet droog achter de oren; (2) onervaren; groen; onbedreven; ongeoefend
幼稚 youchi (1) kindsheid; vroege leeftijd; kinderjaren; kinderschoenen; (2) kinderlijkheid; infantiliteit; kinderachtigheid; (1) immatuur; onrijp; onvolwassen; groen; onvolgroeid; halfrijp; (2) infantiel; kinderachtig; pueriel; kinderlijk
幼稚な youchina (1) immatuur; onrijp; onvolwassen; groen; onvolgroeid; halfrijp; (2) infantiel; kinderachtig; pueriel; kinderlijk
未熟な mijukuna (1) onrijp; groen; (2) onvolwassen; onvolgroeid; onvoldragen; immatuur; (3) [fig.] groen; onervaren; ongeoefend
nama (1) lef; brutaliteit; vrijpostigheid; onbeschaamdheid; insolentie; schaamteloosheid; impertinentie [verkorting van namaiki 生意気]; (2) tapbier; tappils; bier van het vat; bier uit de tap [verkorting van namabīru 生びーる]; (3) contanten; klinkende munt; contant geld; baar geld; gereed geld; gerede penningen [verkorting van gennama 現生]; (4) rauw; ongekookt; (au) naturel; ongebakken; onbereid; niet gaar; [m.n. van brandhout] groen; [m.n. van uitzending;optreden] live; [m.n. van manuscript] origineel; [m.n. van grondstof] onbewerkt; ruw; ongeraffineerd; [van mening] spontaan; [van informatie] eerstehands; (5) groen; onrijp; onervaren; onbedreven; ongeoefend; primitief; (6) half-; would-be ~ [prefix voor yōgen;ren'yōkei-vormen en meishi]
緑地 ryokuchi groengebied; groen; gebruiksgroen; groenvoorziening; [砂漠の中の] oase
緑色 midoriiro groen; groene kleur
緑色 ryokushoku groen; groene kleur
若い wakai (1) jong; jeugdig; juveniel; (2) pril; immatuur; onvolgroeid; onrijp; ongerijpt; onvolwassen; groen; (3) jong uitziend; fris; (4) [m.b.t. getallen] klein; gering; laag
青い aoi (1) blauw; (2) groen; (3) bleek; witjes; (4) onrijp; groen; (5) onervaren; onbedreven; beginnend
青白 seihaku (1) de kleuren blauw en wit; blauw-wit; (2) de kleuren groen en wit; groen-wit; (3) vaalwit; grauwwit; (4) blauwachtig wit; blauwwit; (5) groenachtig wit; groenwit
ao (1) blauw [= de kleur █]; (2) groen [= de kleur █]; (3) [dierk.] zwarte vachtkleur van een paard; [meton.] zwart paard; moorpaard; moor; (4) [boekdr.] aohon [= naar de oorspr. lichtgroene omslag genoemde boekenreeks binnen het kusazōshi 草双紙-genre;geschreven voor een jong leespubliek;gepubl. te Edo tussen 1745-1774]; (5) aosen [= oud bronzen muntstuk van 4 mon 文]; (6) ao [= pop die de hoofdrol speelt in het noroma-poppenspel]; (7) [dierk.] soort van paling met blauwige rug; (8) [kaartsp.] ao [= naam van een van de kleuren en figuren in het Tenshō-karuta 天正かるた kaartspel]; (9) [kaartsp.] ao [= naam van elk van de drie vijfpuntenkaarten in het hanafuda-kaartspel;voorgesteld door een blauwe papierstrook over een patroon van resp. boompioenen;chrysanten en esdoornbladeren]; [meton.] stel van drie ao-kaarten; (10) [verkeers.] groen licht; (11) [verkeers.] voorlaatste tram; voorlaatste trein; (12) groen; onervaren; ongeoefend; onrijp
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.73 sec. jiten.nl: 11 treffers, warandict: 15 treffers (zoekopdracht: 'groen'). 
2005-2026