日蘭辭典+

15 resultaten voor ‘meebrengen’
日蘭辭典 (trefwoord)
tsurekomu連込む

(連れ込む) t.w. meebrengen.

tsureru連れる

i.w. vergezeld zijn door; in gezelschap zijn van. t.w. medenemen; meebrengen. ¶ 連れて in gezelschap van; (比例) in verhouding tot; naar mate van; (伴奏) begeleid door; in samenspel met. ¶ 世に連れ met den geest des tijds. ¶ 犬を連れて散步する met zijn hond gaan wandelen. ¶ 三味に連れて踊る dansen op de muziek van de samisen. ¶ 人智の進步に連れて naar mate de algemeene ontwikkeling voortschrijdt.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <meebrengen>
しょっぴく shoppiku (1) gevankelijk heenbrengen; meenemen; meebrengen; opbrengen; (2) [犯人を] oppakken; oppikken; inrekenen; arresteren; in de kraag vatten; in z'n kraag grijpen
伴う tomonau (1) meebrengen; meenemen; meegaan [met zijn tijd enz.]; (2) met zich meebrengen; met zich brengen; impliceren; meeslepen; in zijn gevolg hebben; gepaard gaan met; vergezeld gaan van; vergezellen; samengaan met; begeleiden; gelijk optreden met; hand in hand gaan; [m.b.t. moeilijkheden;risico] eraan verbonden zijn; (3) in overeenstemming zijn met; passen bij; samengaan met; overeenstemmen met; overeenkomen met; stroken met; aansluiten bij; harmoniëren met
将来する shōraisuru (1) brengen; komen met; meebrengen; aanbrengen; (2) teweegbrengen; veroorzaken; aanrichten; uitlokken; [i.h.b.] zich op de hals halen; [i.h.b.] op zich halen; [i.h.b.] over zich afroepen
引き連れる hikitsureru meenemen; meebrengen; zich laten vergezellen door; in gezelschap gaan van
引っ張る;引張る hipparu (1) trekken (aan); rukken (aan); halen; (2) spannen; strak trekken; aantrekken; (3) [een arrestant e.d.] opbrengen; meebrengen; [naar het politiebureau enz.] meenemen; (4) uitstellen; [de tijd enz.] rekken; [iem.] aan het lijntje houden; (5) [honkbal] naar links uithalen [of naar rechts in het geval van een linkshandige slagman]; (6) [tot toetreding enz.] overhalen; [naar de overwinning] brengen
持って来る mottekuru meebrengen; aanbrengen; brengen; halen; komen aanzetten met
持って行く motteiku (1) (met zich) meenemen; meebrengen; (2) wegnemen; wegbrengen; wegdragen
持参する jisansuru meenemen; meebrengen; met zich brengen; komen met
携帯する keitaisuru bij zich dragen; meebrengen; meenemen; bij zich hebben; bij de hand hebben; op zak hebben
携行 keikō het meenemen; meebrengen
携行する keikōsuru meenemen; meebrengen
連れ込む tsurekomu (1) meebrengen; meenemen; (2) (een meisje; scharrel) oppikken en meenemen; opscharrelen
齎す motarasu brengen; aanbrengen; meebrengen; opleveren; aanrichten; aandoen
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.61 sec. jiten.nl: 2 treffers, warandict: 13 treffers (zoekopdracht: 'meebrengen'). 
2005-2026