
日
蘭
蘭
辭
典
典
日蘭辭典+
日蘭辭典 (trefwoord)
tsureru・連れる
i.w. vergezeld zijn door; in gezelschap zijn van. t.w. medenemen; meebrengen. ¶ 連れて in gezelschap van; (比例) in verhouding tot; naar mate van; (伴奏) begeleid door; in samenspel met. ¶ 世に連れ met den geest des tijds. ¶ 犬を連れて散步する met zijn hond gaan wandelen. ¶ 三味に連れて踊る dansen op de muziek van de samisen. ¶ 人智の進步に連れて naar mate de algemeene ontwikkeling voortschrijdt.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <ontwikkeling>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
プロセス purosesu (1) proces; ontwikkeling; verloop; (2) procédé; methode
伸び nobi (1) groei; ontwikkeling; toename; vooruitgang; (2) het zich uitrekken; het stretchen; (3) rek; rekbaarheid; (4) smeerbaarheid
促成 sokusei [biol.] acceleratie; versnelling van de groei; ontwikkeling
促進 sokushin bevordering; promotie; stimulering; bespoediging; verhaasting; versnelling; behartiging; ontwikkeling
修養 shuuyou ontwikkeling; cultivering; vorming; opvoeding
動き ugoki (1) beweging; verroering; roersel; (2) trend; tendens; ontwikkeling; verandering; (3) teken; indicatie; (4) iems. gangen; iems. doen en laten; iems. handel en wandel; activiteit; manoeuvre
動向 doukou (1) [psych.] conatie; streving; (2) stroming; stroom; tendens; trend; richting; ontwikkeling; tendentie
培養 baiyou (1) [plantk.] cultivering; (2) [fig.] cultivering; ontwikkeling; (3) [biol.] cultuur; kweek
学問 gakumon (1) studie; het studeren; lering; wetenschap; (2) geleerdheid; scholing; ontwikkeling; educatie; (3) (tak van) wetenschap; discipline; vak; leergebied
展開 tenkai (1) ontwikkeling; ontvouwing; (2) verloop; ontwikkeling; evolutie; loop; (3) ontwikkeling; uitwerking; explicitering; uiteenzetting; (4) [wisk.] desintegratie; ontwikkeling; verdere uitwerking; (5) [muziek;m.b.t. thema] uitwerking; [dramaturgie] epitasis; (6) [m.b.t. troepen] het inzetten; deployering; opstelling
成育 seiiku groei; ontwikkeling
成長 seichou (1) groei; wasdom; opgang; (2) groei; ontwikkeling; ontplooiing
振興 shinkou bevordering; promotie; opbouw; ontwikkeling
推移 suii (1) het verstrijken (van de tijd); tijdsverloop; verloop; loop; ontwikkeling; gang; beloop; (2) overgang; verandering; verschuiving; kentering; transitie
文教 bunkyou (1) onderwijs en cultuur; (2) vorming; ontwikkeling; opvoeding
文明 bunmei beschaving; civilisatie; ontwikkeling; cultuur
現像 genzou [fotogr.] ontwikkeling; het ontwikkelen
生い立ち oitachi (1) het opgroeien; opgroeiing; opgroei; ontwikkeling; (2) prille jeugd; jonge jaren; kinderjaren
生化 seika (1) geboorte en groei; ontwikkeling; (2) vorming en verandering; ontplooiing; (3) biochemie; [afk.] biochem.
生育 seiiku (1) geboorte en opvoeding; (2) groei; ontwikkeling
生長 seichou groei; wasdom; ontwikkeling; opgang; [w.g.] was [m.b.t. vegetatie]
発展 hatten (1) ontwikkeling; groei; expansie; ontplooiing; (2) zwier; boemel; frivool vermaak; wuft vertier
発育 hatsuiku groei; ontwikkeling
発達 hattatsu groei; ontwikkeling; [i.h.b.] vooruitgang; [i.h.b.] vordering
立ち dachi (1) het opgroeien; ontwikkeling; (2) [geeft het aantal trekdieren of roeiriemen aan]; (3) -trekken; -lijn; -profiel
経営 keiei (1) beheer; bestuur; leiding; management; bedrijfsvoering; administratie; (2) het ondernemen; bedrijf; (3) ontwikkeling; ontginning; exploitatie; (4) programma; plan; project
経過 keika (1) het voorbijgaan; verloop; verstrijking; (2) verloop; ontwikkeling; voortgang; ontwikkelingsgang; evolutie; beloop; loop
育ち sodachi (1) opvoeding; manieren; (2) groei; ontwikkeling
育成 ikusei (1) kweek; teelt; aankweek; fokkerij; opvoeding; vorming; opleiding; training; ontwikkeling; (2) bevordering; stimulering; ontwikkeling
足取り ashidori (1) manier van lopen; gang; pas; tred; (2) [sumō-jargon] beengreep [het onderuithalen of uit de ring stoten van de tegenstander na vastgrijpen van diens been]; (3) [犯人の] gangen; spoor; [i.h.b.] vluchtroute; (4) traject; proces; vorderingen; evolutie; ontwikkeling; (5) [econ.] trend; tendens; koersbeweging; activiteit; conjunctuur; stemming; markt; (6) [econ.] koersgrafiek; chart; (7) [shamisen-muz.] tempoverandering in het midden van een stuk
造成 zousei [宅地の] ontwikkeling; aanleg; bebouwing; voorbereiding; ontginning
進み susumi (1) voortgang; het voorwaarts gaan; voortschrijding; opmars; (2) vooruitgang; vordering; progressie; (3) ontwikkeling; ontplooiing
進展 shinten (1) ontwikkeling; ontplooiing; (2) vooruitgang; vordering; voortgang; voortschrijding; (3) ontwikkelingsgang; evolutie; wordingsproces
開化 kaika (1) ontwikkeling; verlichting; beschaving; (2) nieuwmodisch; westers
開拓 kaitaku ontginning; ontwikkeling; cultivering; het in cultuur brengen; ontsluiting; openlegging; opening; [veroud.] aanbouw; [fig.] aanboring
開発 kaihatsu ontwikkeling; ontginning; exploitatie; cultivering
養成 yousei opleiding; training; kweek; ontwikkeling; cultivering
首尾 shubi (1) begin en einde; aanhef en slot; (2) ontwikkeling; gang; verloop; [i.h.b.] uitkomst; resultaat; (3) gelegenheid; (4) [Jap. letterk.] zestien-; twaalfdelig kettingvers
Tijd: 1.38 sec. jiten.nl: 2 treffers, warandict: 38 treffers (zoekopdracht: 'ontwikkeling').
2005-2026
