日蘭辭典+

15 resultaten voor ‘wandelen’
日蘭辭典 (trefwoord)
aruku步く
(歩く) i.w. wandelen. ¶ 步いて行く wandelen; te voet gaan. ¶ そろそろ步く langzaam loopen; drentelen. ¶ よちよち步く waggelen. ¶ よろめき步く strompelen. ¶ 街(路)を步く op straat loopen;
asobu遊ぶ
i.w. (1) [遊ぶ] spelen; zich vermaken met. (2) [遊山] wandelen; een uitstapje maken; een wandeling doen. (3) [訪問] op bezoek gaan. (4) [遊惰] luieren. (5) [遊蕩] doordraaien; aan den zwabber zijn; zwabberen. (6) [失業] geen werk hebben; buiten betrekking zijn; leegloopen. ¶ 外國に遊ぶ een reisje maken naar het buitenland. ¶ お隣で遊んで來た ik heb hier naast een praatje gemaakt. ¶ 遊んで居る金はない ik heb geen geld vrij; ik heb geen geld beschikbaar.
agumu倦む
i.w. moede zijn. ¶ 步きあぐむ moede zijn van het wandelen; vervelen (厭きる). ¶ 私は待ちあぐんだ het verveelde mij, te moeten wachten.
hokō步行
(歩行) zn. wandelen o. ¶ 步行する te voet gaan; loopen; wandelen. ¶ 步行鳥 loopvogel.¶ 步行者 voetganger; wandelaar.
ayumu步む
(歩む) i.w. stappen; loopen; wandelen.
yuku行く

i.w. (1) [赴く] gaan; zich begeven naar. (2) [逝く] sterven. (3) [步く] wandelen; loopen. ¶ 外國に行く naar het buitenland gaan. ¶ 行け ga weg! ¶ と一緒に行く vergezellen; meegaan met. ¶ 本通を行く de hoofdstraat volgen. ¶ 同じ道を行く denzelfden weg gaan.

tsureru連れる

i.w. vergezeld zijn door; in gezelschap zijn van. t.w. medenemen; meebrengen. ¶ 連れて in gezelschap van; (比例) in verhouding tot; naar mate van; (伴奏) begeleid door; in samenspel met. ¶ 世に連れ met den geest des tijds. ¶ 犬を連れて散步する met zijn hond gaan wandelen. ¶ 三味に連れて踊る dansen op de muziek van de samisen. ¶ 人智の進步に連れて naar mate de algemeene ontwikkeling voortschrijdt.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <wandelen>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
ハイキングする haikingusuru een trektocht houden; trekken; wandelen
散歩する sanposuru wandelen; kuieren; wat rondlopen; omwandelen; rondwandelen; een wandeling maken; een ommetje maken; [uitdr.] een blokje; eindje; straatje omgaan; [uitdr.] een eindje; straatje omlopen; [uitdr.;i.c.m. 外を] een luchtje scheppen; [uitdr.;i.c.m. 外を] een frisse neus halen
歩く aruku wandelen; lopen; bewandelen; belopen; begaan
歩む ayumu (1) gaan; wandelen; lopen; op stap gaan; stappen; (2) z'n gang gaan; z'n loop nemen; zich ontwikkelen
歩行する hokousuru lopen; gaan; wandelen; te voet gaan
行く;往く;逝く iku (1) gaan; lopen; wandelen; zich begeven naar; aangaan op; (2) naar wens lopen; lekker lopen; goed werken; succesvol zijn; (3) sterven; overlijden; heengaan; (4) klaarkomen; afgaan
逍遥する;逍遙する shouyousuru (1) wandelen; kuieren; slenteren; een ommetje; wandelingetje maken; een frisse neus halen; eropuit trekken; (2) zich ver weg van de aardse sleur amuseren
遊歩する yuuhosuru wandelen; kuieren; slenteren; drentelen; een wandelingetje; ommetje maken; een frisse neus halen; flaneren; eropuit trekken; zich vertreden; promeneren
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.7 sec. jiten.nl: 7 treffers, warandict: 8 treffers (zoekopdracht: 'wandelen'). 
2005-2026