
日
蘭
蘭
辭
典
典
日蘭辭典+
日蘭辭典 (trefwoord)
makeru・負ける
i.w. (1) [敗北する] verslagen zijn; nederlaag lijden; overwonnen worden; t.w. het verliezen. i.w. (2) [屈服する] zich gewonnen geven; toegeven. t.w. (3) [價を] laten afdingen; verlagen; reduceeren; verminderen. ¶ 十錢負ける tien cent laten afdingen; het een dubbeltje goedkooper geven. ¶ 五圓に負ける vijf yen laten.
sora・空
zn. hemel m. lucht v.; firmament o.; valschheid (僞) v. ¶ 明るい空 heldere hemel. ¶ 旅の空で in den vreemde; ver van huis. ¶ 空高く hoog in de lucht. ¶ 心も空に verstrooid. ¶ 空負け voorgewende nederlaag. ¶ 空淚 krokodillentranen; gehuicheld verdriet. ¶ 空で讀む uit het hoofd opzeggen. ¶ 空で覺える uit het hoofd leeren. ¶ 心が上の空になる met de gedachten ergens zijn; verstrooid zijn; zitten te suffen. ¶ 空を使ふ doen of men van niets weet; zich van den domme houden.
yuei・輸贏
zn. overwinning of nederlaag.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <nederlaag>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
一蹴 isshuu (1) schop; trap; (2) botte weigering; verwerping; verschopping; (3) pak slaag; rammel; ransel; aframmeling; nederlaag
引け hike (1) sluiting; beëindiging; einde van de werktijd; het verlaten (van school; bedrijf); terugkeer naar huis; [i.h.b.] het te bed gaan; (2) achterstand; verlies; nederlaag; mislukking; (3) [beurst.] beurssluiting; slotkoers; slotnotering; (4) gêne; bedeesdheid; schroom; verlegenheid; minderwaardigheidsgevoel; (5) weeffout; (6) reductie; korting; rabat
敗 hai (1) nederlaag; verlies; (2) [maatwoord voor nederlagen;verloren partijen;wedstrijden]
敗北 haiboku nederlaag; het verslagen worden; klopping; [Belg.N.;spreekt.] pandoering
敗戦 haisen nederlaag; het verslagen worden
負け;負 make (1) verlies; nederlaag; [m.b.t. budo] make; (2) korting; afslag; iets extra's; extraatje; douceurtje; toegift; toemaatje
Tijd: 1.77 sec. jiten.nl: 5 treffers, warandict: 6 treffers (zoekopdracht: 'nederlaag').
2005-2026
