
日
蘭
蘭
辭
典
典
日蘭辭典+
日蘭辭典 (trefwoord)
aitō・哀悼
sora・空
zn. hemel m. lucht v.; firmament o.; valschheid (僞) v. ¶ 明るい空 heldere hemel. ¶ 旅の空で in den vreemde; ver van huis. ¶ 空高く hoog in de lucht. ¶ 心も空に verstrooid. ¶ 空負け voorgewende nederlaag. ¶ 空淚 krokodillentranen; gehuicheld verdriet. ¶ 空で讀む uit het hoofd opzeggen. ¶ 空で覺える uit het hoofd leeren. ¶ 心が上の空になる met de gedachten ergens zijn; verstrooid zijn; zitten te suffen. ¶ 空を使ふ doen of men van niets weet; zich van den domme houden.
urei・憂
zn. (1) [愁] verdriet o.; droefenis v. (2) [憂] zorg v.; bezorgdheid v.; vrees v. ¶ 愁に沈む in diepe droefheid zijn. ¶ 水難の憂がある wij zijn bevreesd voor overstrooming; er is gevaar voor watersnood. ¶ 憂顏 lang gezicht.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <verdriet>
哀れ aware (1) medelijden; medeleven; begaanheid; deernis; compassie; mededogen; ontferming; erbarmen; deelneming; (2) ellende; (3) droefheid; smart; leed; triestheid; verdriet; aandoenlijkheid; (4) gevoel; sentiment; ontroering; pathos; (5) beklagenswaardig; meelijwekkend; deerniswekkend; erbarmelijk; (6) ellendig; belabberd; beroerd; armzalig; zielig; jammerlijk; (7) triestig; triest; droevig; smartelijk; aandoenlijk; aangrijpend; pakkend; (8) gevoelvol; ontroerend; pathetisch
哀傷 aishō (1) smart; pijn; verdriet; leed; (2) rouw; (3) [m.b.t. Jap.dichtkunst] elegisch genre; (4) [nō-jargon] mineure toonsoort [één der vijf toonsoorten in de school van Zeami 世阿弥]
哀悼 aitō (1) verdriet; smart; rouw; leedwezen; leed; droefenis; droefheid; [lit.t.] treurnis; [gew.] spijt; [gew.] treur; (2) condoléance; condoleantie; rouwbeklag; deelneming; medeleven; sympathie
哀惜 aiseki rouw; droefheid; smart; verdriet; droefenis
哀愁 aishū (1) droefheid; bedroefdheid; verdriet; treurigheid; droefgeestigheid; [lit.t.] treurnis; [form.] droefenis; pathos; [form.] smart; pijn; [gew.] treur; (2) [eigenn.] Waterloo Bridge [1940;Amerikaanse film]
嘆き nageki verdriet; smart; droefheid; hartenleed; leed
悔しがる kuyashigaru het spijtig; erg; jammer vinden; betreuren; teleurgesteld zijn; zich opvreten van spijt; verdriet; zich ergeren
悲しさ kanashisa verdriet; droefheid; smart; leed; bedroefdheid; droefenis
悲しみ kanashimi verdriet; leed; lijden; smart; droefheid; bedroefdheid; pijn; [arch.;lit.t.] wee
悲傷 hishō (1) kwetsing; kwelling; kwellage; (2) smart; verdriet; pijn; trauma; grief; [veroud.] kwel
悲哀 hiai verdriet; smart; treurigheid; treurnis; droefheid; droefenis
悲嘆 hitan (1) verdriet; smart; kwelling; leed; pijn; smart; lijden; droefheid; bedroefdheid; droefenis; rouw; [lit.t.] treurnis; [gew.] treur; (2) rouwklacht; weeklacht; lamentatie; jammerklacht
悲 hi (1) [boeddh.] medelijden; karuṇā; (a) droevig; betreuren; verdriet; (b) erbarmen; medelijden
愁傷 shūshō leed; verdriet; smart; droefheid; droefenis; rouw
憂い urei (1) zorg; bezorgdheid; ongerustheid; vrees; angst; (2) verdriet; droefheid; smart; leed; triestheid; kommer; [lit.t.] droefenis
憂え uree (1) zorg; bezorgdheid; angst; ongerustheid; vrees; (2) verdriet; smart; droefheid; leed; pijn; kommer; triestheid; [lit.t.] droefenis; (3) klacht; verzuchting; (4) rouw
憂き uki smart; wee; verdriet; droefenis; triestheid; ellende
憂さ usa zorgen; nood; leed; verdriet; smart; kommer
無念 munen spijt; verdriet; teleurstelling; misnoegen; gekwetstheid; verbitterheid; verbittering
痛み itami (1) (lichamelijke) pijn; lichamelijk lijden; (2) (psychologische) smart; leed; kwelling; verdriet; (3) beschadiging; schade; kneuzing; (4) rotting; ontbinding; bederf; corruptie
苦悩 kunō lijden; pijn; leed; smart; verdriet; kwelling; foltering; [veroud.] kwel
苦痛 kutsū (1) lichamelijk lijden; pijn; zeer; (2) psychisch lijden; leed; lijden; smart; droefnis; verdriet
Tijd: 1.36 sec. jiten.nl: 6 treffers, warandict: 22 treffers (zoekopdracht: 'verdriet').
2005-2026
