日蘭辭典+

16 resultaten voor ‘trouwen’
日蘭辭典 (trefwoord)
kekkon結婚
zn. huwelijk v. ¶ 結婚さす uithuwelijken. ¶ 結婚する huwen; trouwen. ¶ 結婚披露 huwelijksreceptie; bruiloft. ¶ 婚約 verloving; engagement. ¶ 結婚huwbare leeftijd. ¶ 結婚申込 huwelijksaanzoek. ¶ 結婚式 trouwplechtigheid. ¶ 結婚指環 trouwring.
morau貰ふ
t.w. (1) [受ける] ontvangen; krijgen. (2) [......して貰ふ] gedaan krijgen; i.w. behandeld worden. ¶ 妻を貰ふ een vrouw krijgen; trouwen. ¶ 養子を貰ふ een kind adopteeren. ¶ 病氣貰ふ ziek worden. ¶ 靴を修繕して貰ふ schoenen laten repareeren. ¶ 選擧して貰ふ gekozen worden. ¶ 醫者に見て貰ふ dokter consulteeren.
issho ni一緖に
(一緒に) bw. (1) [共に] tezamen met; met. (2) [同時に] tegelijkertijd. ¶ 一緖に住む samenwonen. ¶ 一緖になる zich vereenigen; trouwen (夫妻になる). ¶ 一緖にする mengen; vereenigen; huwen (結婚).
yome

zn. bruid v.; jonge vrouw v.; schoondochter (息子の妻) v. ¶ 嫁を取る gaan trouwen. ¶ 嫁にやる uithuwelijken; ten huwelijk geven.

tsuma

zn. vrouw v.; echtgenoote v. ¶ 妻を取る getrouwd zijn. ¶ 妻を迎へる trouwen; een vrouw nemen.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <trouwen>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
一緒にする isshonisuru (1) samenvoegen; bij elkaar doen; bijeenvoegen; paren; combineren; (2) samenbrengen; koppelen; aaneenkoppelen; [i.h.b.] in de echt verbinden; trouwen; (3) verwarren; door elkaar halen; in dezelfde categorie plaatsen; op een lijn stellen; gelijkstellen; in een adem noemen; [i.h.b.] over één kam scheren; op één hoop gooien; onder één noemer brengen
一緒になる isshoninaru (1) tot een geheel worden; samenklonteren; samensmelten; zich samenvoegen; (2) trouwen; in het huwelijk treden; man en vrouw worden
妻帯 saitai (1) het sluiten; aangaan van een huwelijk; het huwen; trouwen; (2) gehuwde staat; huwelijkse staat
妻帯する saitaisuru een huwelijk sluiten; aangaan; in het huwelijk treden; trouwen; huwen; in de echt treden
婚姻する koninsuru trouwen; huwen; in het huwelijk treden; in de echt treden; zich in de echt begeven; een huwelijk aangaan
嫁ぐ totsugu huwen; trouwen; in het huwelijk treden
嫁入りする;娵入りする yomeirisuru trouwen; in het huwelijk treden; huwen
添う;副う sou (1) begeleiden; vergezellen; meegaan; [w.g.] accompagneren; (2) zich schikken naar; zich voegen naar; gehoorzamen; voldoen aan; gehoor geven aan; vervullen; bevredigen; beantwoorden aan; handelen overeenkomstig ~; tegemoet komen aan; waarmaken; tevredenstellen; (3) huwen; trouwen; in de echt treden; gaan; in het huwelijk treden; een echtpaar; koppel worden
片付く katazuku (1) in orde gebracht worden; opgeruimd worden; (2) opgelost worden; tot een einde gebracht worden; (3) trouwen
結婚させる kekkonsaseru (1) uithuwelijken; uithuwen; aan de man brengen; (2) trouwen; in de echt verbinden; verenigen; [min.] koppelen; aaneenkoppelen
結婚する kekkonsuru huwen; trouwen; in het huwelijk treden; in de echt treden; in het huwelijksbootje stappen; elkaar het jawoord geven; [uitdr.] een boterbriefje halen; [uitdr.] de huwelijkshaven binnenlopen; [uitdr.] in de huwelijkshaven aanlanden
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.74 sec. jiten.nl: 5 treffers, warandict: 11 treffers (zoekopdracht: 'trouwen'). 
2005-2026