日蘭辭典+

46 resultaten voor ‘vrouw’
SUPPLEMENT (titelwoord)
vrouw

(znw, de)
(1) onna no hito 女の人; josei 女性 (algemene benamingen); onna 女 (vrouw; geliefde; echtgenote; meid; prostituee); fujin 婦人 (mevrouw; dame(s)); onna no kata 女の方 (dame(s)); joshi (vrouw; mevrouw; meisje; jongedame; dochter). ¶ Er was een vrouw de was aan het ophangen. Onna no hito ga sentakubutsu wo roopu ni hoshite iru tokoro datta. 女の人が洗濯物をロープに干しているところだった。 (TA) ¶ De werkende vrouw. Hataraku josei [fujin]. 働く女性[婦女]。 ¶ De vrouwenbeweging. Josei [fujin] undou. 女性[婦人]運動。 ¶ Mevrouw Bruce was de eerste vrouwelijke piloot die de tussen Engeland en Japan vloog. Buruusu fujin wa Ei-Nichi-kan wo tonda saisho no josei pairotto de atta. ブルース婦人は英日間を飛んだ最初の女性パイロットであった。 (TA)
(2) tsuma (echtgenote); kanai 家内 (mijn vrouw); nyoubou 女房; waifu ワイフ(([mijn,zijn]) vrouw [echtgenote]). ¶ Mijn echtgenote is Chinees. Watashi no tsuma wa Chuugokujin desu. 私のは中国人です。 ¶ Mijn vrouw is dokter. Kanai wa isha desu. 家内は医師です。 ¶ Zijn vrouw heeft het thuis voor het zeggen. Kare wa nyoubou no shiri ni shikarete iru. 女房の尻にしかれている。 (TA)

onna no hitootoko no hito
joseidansei
onnaotoko
joshidanshi
tsumaotto
waifuhazu

日蘭辭典 (trefwoord)
onna
zn. vrouw v.; meid (下婢) v. ¶ になる huwbaren leeftijd bereiken. ¶ に迷ふ dol verliefd zijn op een vrouw. ¶ vrouwelijk. ¶ の世界 de vrouwenwereld. ¶ 道樂 lichtmisserij; hoerenjagerij. ¶ acteur, die vrouwerollen speelt. ¶ 嫌ひ vrouwenhater. ¶ 狂 lichtmisserij; hoerenlooperij; verslaafdheid aan de vrouwen. ¶ 食ひ souteneur. ¶ 臭い vrouwelijk; verwijfd. ¶ 兄弟 zusters. ¶ 給仕 kellnerin; kamermeisje. ¶ の子 meisje. ¶ らしい vrouwelijk. ¶ 政治 vrouwenregeering. ¶ 役者 actrice; tooneelspeelster. ¶ gemakkelijke helling. ¶ 好き liefhebber van de vrouwen.
josei女性
zn. vrouwelijk geslacht. o.; vrouwelijkheid v.
ubau奪ふ

(奪う) t.w. rooven; ontrukken; wegpakken; ontnemen. ¶ 奪ひ去る er van door gaan met. ¶ 王位を奪ふ van den troon stooten. ¶ を奪はれる door een vrouw betooverd zijn.

itazuraいたづら
(いたずら, 悪戯, 惡戲, 徒, 徒ら) zn. (1) [惡戲] ondeugendheid v.; kwajongensstreek m. (2) [徒爲] nutteloosheid v. (3) [淫蕩] geiligheid v.; gemeenigheid v.; wulpschheid v. ¶ いたづらな (惡戲な) ondeugend; kwajongensachtig; (徒爲な) nutteloos; noodeloos; (淫蕩な) geil; onzedelijk. ¶ いたづらに (面白半分に) voor de grap; uit gekheid; zoo maar; (徒爲に) vergeefs; nutteloos. ¶ いたづらをする (わるさする) gekheid maken; kwajongensstreek uithalen; stoeien; spelen. ¶ いたづら者 ondeugd; vrouw van losse zeden (不品行な) ¶ 徒になる op niets uitloopen. ¶ いたづら盛り de ondeugende leeftijd. ¶ いたづら兒 ondeugd; kwajongen.
zennyo善女

zn. vrome vrouw v.

yuwatabi岩田帶

(岩田帯) zn. lendedoek voor zwangere vrouwen.

yūfukan有夫姦

zn. overspel eener gehuwde vrouw.

yome

zn. bruid v.; jonge vrouw v.; schoondochter (息子の妻) v. ¶ 嫁を取る gaan trouwen. ¶ 嫁にやる uithuwelijken; ten huwelijk geven.

yokorenbo橫戀慕

(横恋慕) zn. liefde voor de vrouw (den man) van een ander; ongeoorloofde liefde v.

yōjo妖女

zn. betooverende vrouw v.; heks v.; sirene v.

yōfu妖婦
uwaki浮氣

(浮気) zn. luchthartigheid v.; lichtzinnigheid v.; zedeloosheid v.; ontrouw v. ¶ 浮氣をする zich misdragen; echtgenoot bedriegen. ¶ 浮氣つぽい lichtzinnig; zedeloos; ontrouw; onkuisch. ¶ 浮氣者 lichtmis (男); (女) vrouw van slechte zeden; scharreltje; snol.

umazume不產女

(不産女) zn. onvruchtbare vrouw v.

ukare浮れ

zn. jool m.; joligheid v.; feestvreugde v.; fuif v. ¶ 浮れ人 fuiftype; lichtmis. ¶ 浮れ節 vroolijk lied. ¶ 浮れ女 hoer; snol. ¶ 浮れ男 lichtmis. ¶ 浮れる losbandig leven leiden; aan den rol zijn; aan de fuif zijn. ¶ 女に浮れる verliefd zijn op een vrouw.

uchikata內方

(内方) zn. uw vrouw v.; mevrouw v.

uchi

(内) zn. (1) [内部] binnenste o.; binnenkant o. (2) [家宅] huis o.; woning v. (3) [家族] familie v.; gezin o. (4) [夫] mijn man m. ¶ 内で thuis; binnenshuis; binnen. ¶ の中で onder; tusschen; in; te midden van. ¶ 内の者 mijn familie; mijn vrouw. ¶ 内に (在宅) thuis; in huis. ¶ の内に binnen. ¶ 今週の中に binnen deze week; van de week. ¶ 夜の中に gedurende de nacht. ¶ 時のたつ中に na verloop van tijd. ¶ 彈雨の中に onder een kogelregen. ¶ 近い中に eerstdaags; binnen kort. ¶ 若い中に in de jeugd; op jeugdigen leeftijd. ¶ 内ほどよい所はない oost west thuis best. ¶ 御主人はおうちですか is mijnheer thuis? ¶ 日の出ない中に vóór zonsopgang.

tsuresou連添ふ

i.w. getrouwd zijn; man en vrouw zijn.

tsureai連合

(連れ合い) zn. echtgenoot m.; man m.; echtgenoote v.; vrouw v.; echtpaar (夫婦) o.

tsumako妻子

zn. vrouw en kinderen; gezin o.

tsuma

zn. vrouw v.; echtgenoote v. ¶ 妻を取る getrouwd zijn. ¶ 妻を迎へる trouwen; een vrouw nemen.

tsūjiru通じる

i.w. (1) [通過] passeeren; voorbijgaan. (2) [精通] grondig op de hoogte zijn; t.w. kennen. i.w. (3) [了解] verstaan worden; gangbaar zijn. (4) [姦通] onzedelijke betrekkingen hebben; liaison hebben. (5) [內應] in ’t geheim in verbinding staan t.w. (6) [通過さす] laten passeeren; doorlaten. (7) [連絡] verbinden. (8) [知らす] laten weten; bekend maken. ¶ 都市には鐵道が通じてゐます de voornaamste steden zijn door spoorwegen verbonden. ¶ 蘭語に通じる goed Hollandsch kennen. ¶ 英語の通じない處はない Engelsch wordt overal verstaan. ¶ 敵に通じる in geheime relatie staan met den vijand. ¶ 女と通じる scharrelen met een vrouw. ¶ 橋を通じる door een brug verbinden; brug slaan. ¶ 電流を通じる stroom sluiten. ¶ 意志を通じる bedoeling bekend maken. ¶ 電話が通じない de telefoon geeft geen gehoor.

SUPPLEMENT (trefwoord)
kono yoこの世
(frase) het leven; de wereld; de aarde; het leven op aarde. ¶ ああこのためにどれほど多くの悲しいことがこの世起こることであろうか! Aa, kane, kane! Kono kane no tame ni dore hodo ooku no kanashii koto ga kono yo ni okoru koto de arō ka! Ach, geld, geld! Hoe vaak zal het (wel niet) zijn dat trieste dingen in dit leven gebeuren omwille van dat geld! (tweet) ¶ この世新しいものはない。 Kono yo ni atarashii mono wa nai. Niks nieuws onder de zon. (TTC) ¶ この世で一番の幸せ者だ。 Kare wa kono yo de ichiban shiawase mono da. Hij is de gelukkigste man op aarde. (TTC) ¶ 詩人この世を男がを見つめるように見つめる。 Shijin wa kono yo wo otoko ga onna wo mitsumeru yō ni mitsumeru. Een dichter kijkt naar de wereld zoals een man naar een vrouw kijkt. (TTC)

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <vrouw>
ウーマン ūman vrouw
クイーン kuīn (1) koningin; (2) [kaartsp.] vrouw; dame; koningin; (3) [schaaksp.] dame; koningin
レディー redī (1) dame; vrouw; lady; (2) kant-en-klaar ~; van tevoren klaargemaakt ~; (3) klaar!; [sportt.] klaar (voor de start)?
人;ヒト hito (1) mens; Homo sapiens; (2) persoon; mens; ziel; sterveling; [oorspr.bijb.] mensenkind; [oneig.] man; [oneig.] vrouw; figuur; individu; type; iemand; (3) karakter; inborst; aard; persoonlijkheid; [i.h.b.] talent; (4) de mensen; hij of zij; iemand anders; de andere; men; je
夫人 fujin (1) vrouw; echtgenote; gemalin; gade; eega; (2) mevrouw; mevr.; mw.; mistress
女の人 onnanohito vrouw
女人 nyonin vrouw; vrouwelijk persoon; vrouwspersoon; vrouwmens
女子 joshi (1) meisje; [attr.] meisjes-; (2) vrouw; [attr.] vrouwelijk ~; [attr.] vrouwen-; [attr.] dames-
女性 josei (1) vrouw; [min.] vrouwspersoon; [Barg.] mos; [Barg.] nekeiwe; (2) de vrouwen; het vrouwelijke geslacht; het vrouwvolk; de meiden; [pej.;bel.] de wijven; het schone; zwakke geslacht; de schone; tweede; andere sekse; (3) [taalk.] vrouwelijk geslacht; [taalk.;Lat.] femininum; [afk.] fem.; [afk.] v.; [afk.] vr.
女房 nyōbō (1) hofdame; hofjonkvrouw; hofjuffer; (2) echtgenote; vrouw; gade; [scherts.] z'n wederhelft
女王 jōu (1) regerend koningin; regerend vorstin; landsvrouwe; (2) [m.b.t. Japan] prinses van keizerlijken bloede; prinses van den bloede; (3) [fig.] koningin; [m.b.t. kaartspel] vrouw; [m.b.t. kaartspel] dame
onna (1) vrouw; (2) meid; dienstbode; (3) liefje; geliefde; minnares; maîtresse
妻女 saijo (1) vrouw en dochter(s); [verzameln.] de vrouwen; vrouwvolk; (2) vrouw; echtgenote
tsuma (1) echtgenote; vrouw; gade; gemalin; eega; wederhelft; (2) wolfeind; driehoekig zijvlak van een Japans zadeldak (kirizuma-yane 切妻屋根) of wolfdak (irimoya-yane 入母屋屋根); (3) garneersel (bestaande uit rauwkost of zeewier); garnering; garnituur; versiering; [i.h.b.] ~ van het tweede garnituur; bijzaak [alternatieve kanji: 具]; (4) echtgenoot; man; gade; gemaal; eega; wederhelft [epistolaire term waarmee een briefschrijfster haar man aanduidt;spelling: 夫]
fu (1) getrouwde vrouw; (2) vrouw; dame; (a) getrouwde vrouw; (b) vrouw; dame
婦人 fujin vrouw; dame; vrouwelijk persoon
小母さん obasan dame; vrouw; mevrouw (van middelbare leeftijd)
老若男女 rōnyakunannyo man; vrouw; jong of oud
豇豆;大角豆 sasage (1) [plantk.] kousenband; Vigna unguiculata; (2) sasage [= soort van wijdmouwige dameskimono]; (3) [fig.] vrouw
適任 tekinin (1) aangewezen persoon; juiste man; vrouw; (2) geschikt; passend; gepast; geknipt; geëigend; uit het goede hout gesneden; bekwaam; competent; gekwalificeerd
配偶者 haigūsha (1) echtgenoot; wederhelft; gemaal; huwelijkspartner; man; [scherts.;deftig] eega; [scherts.;deftig] eegade; [arch.] gade; [gew.] soos; (2) echtgenote; wederhelft; betere helft; gemalin; huwelijkspartner; vrouw; [scherts.;deftig] eega; [scherts.;deftig] eegade; [arch.] gade; [gew.] soos
鉄人 tetsujin ijzeren hein; zeer sterke man; vrouw
高齢者 kōreisha persoon van gevorderde; hoge leeftijd; bejaarde; bejaard persoon; oude man; vrouw; oudere; senior; 65-plusser
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1. sec. jiten.nl: 23 treffers, warandict: 23 treffers (zoekopdracht: 'vrouw'). 
2005-2026