日蘭辭典+

29 resultaten voor ‘hoogte’
日蘭辭典 (trefwoord)
areあれ
vnw. (1) [] hij (男); zij (女). (2) [事物] het; dat. ¶ あれzoo; zulk. ¶ 或程度迄 tot op zekere hoogte.
aru
(或る) sommig; zeker. ¶ 或程度迄 tot op zekere hoogte. ¶ 或日 op zekeren dag. ¶ 或人 sommige menschen; sommigen; iemand; zeker iemand.
akarui明るい
bn. (1) [明るい] licht; helder. ¶ に明るい goed op de hoogte van; bekwaam in. ¶ ......に明るい人 deskundige. (2) [潔白な] onschuldig.
akaruku明るく
bw. licht; helder; duidelijk. ¶ 明るくなる dagen (夜が明ける); (通曉する) op de hoogte komen van; bekwaam worden in. ¶ 明るくする licht maken. ¶ ランプを明るくする de lamp opdraaien.
yamayoi山醉
(山酔い) zn. hoogte ziekte v.
wataru渡る
t.w. (1) [越えて行く] overtrekken; oversteken. i.w. (2) [渡來する] ingevoerd worden. t.w. (3) [及ぶ] bereiken; i.w. zich uitstrekken. i.w. (4) [繼續] duren. (5) [通ずる] goed op de hoogte zijn van; zich thuisvoelen in. (6) [暮す] leven; t.w. doorbrengen. t.w. (7) [を] oversteken; doorwaden. ¶ 他人渡る in andere handen overgaan. ¶ 二時間に亙る twee uur duren. ¶ 河を渡る rivier oversteken. ¶ 支那から渡った品 een artikel, dat uit China komt.
kōsho高所

zn. hoog punt o.; hoogte v.

kōtei高低

zn. hoogte en laagte; golving v.; op- en nedergang m. ¶ 高低ある oneffen; ongelijkmatig; ongelijk. ¶ 高低なき vlak; gelijk; effen.

kuwashiku詳しく

bw. (1) [詳細] omstandig; nauwkeurig; precies; uitvoerig; in bijzonderheden. i.w. (2) [熟知] goed op de hoogte zijn; goed met. ¶ 委しく述べる in bijzonderheden vertellen; precies vertellen. ¶ 彼は此邊の地理に詳しい hij is in deze streek goed bekend.

yūshikisha有識者

(有識者) zn. man van ontwikkeling; iemand, die goed op de hoogte is; intellectueel m.

uen迂遠

zn. omslachtigheid v. ¶ 迂遠な omslachtig; niet op de hoogte; onwetend. ¶ 迂遠な策 omslachtig plan; onpraktische methode.

tsuntoつんと

bw. hooghartig; uit de hoogte. ¶ つんとする uit de hoogte neerkijken; verwaand zijn.

tsūjiru通じる

i.w. (1) [通過] passeeren; voorbijgaan. (2) [精通] grondig op de hoogte zijn; t.w. kennen. i.w. (3) [了解] verstaan worden; gangbaar zijn. (4) [姦通] onzedelijke betrekkingen hebben; liaison hebben. (5) [內應] in ’t geheim in verbinding staan t.w. (6) [通過さす] laten passeeren; doorlaten. (7) [連絡] verbinden. (8) [知らす] laten weten; bekend maken. ¶ 都市には鐵道が通じてゐます de voornaamste steden zijn door spoorwegen verbonden. ¶ 蘭語に通じる goed Hollandsch kennen. ¶ 英語の通じない處はない Engelsch wordt overal verstaan. ¶ 敵に通じる in geheime relatie staan met den vijand. ¶ 女と通じる scharrelen met een vrouw. ¶ 橋を通じる door een brug verbinden; brug slaan. ¶ 電流を通じる stroom sluiten. ¶ 意志を通じる bedoeling bekend maken. ¶ 電話が通じない de telefoon geeft geen gehoor.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <hoogte>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
ピッチ pitchi (1) intensiteit; tempo; (2) [honkb.] worp; pitch; (3) [muz.] toonhoogte; hoogte; (4) regelmatige afstand; verhouding; [すくりゅーの] spoed; [歯車の] steek; (5) [bergsport] pitch [= afstand tussen twee zekeringspunten]; (6) [voetb.;hockey] terrein; sportterrein; veld; grasmat; (7) pek; (8) personal handyphone system; PHS
レベル reberu (1) niveau; peil; hoogte; plan; echelon; (2) horizontaal vlak; een waterpas vlak; (3) waterpas; waterpasinstrument
丘陵 kyuuryou heuvel; hoogte; kop(je); boekit; [Ind.N.;soldatent.] tjot; [lit.t.;veroud.] kling
dai (1) hoog gebouw; toren; gebouw vanwaar men een mooi uitzicht heeft; belvedère; (2) [Jap.gesch.] censoraat; (3) [Chin.gesch.] ministerie; (4) plateau; plaat; blad; tafel; bank; onderstel; bed; onderstuk; verhoging; stellage; stander; standaard; statief; voetstuk; voet; steun; bok; schraag; ezel; sokkel; piëdestal; pedestal; basement; grondstuk; postament; platform; podium; optrede; estrade; [宝石の] montering; zetting; beslag; montuur; vatting; kas; (5) schenkblad; presenteerblad; dienblad; [meton.] etenswaar; maaltijd; (6) tableau van gerechten versierd met heilbrengende decoratie; (7) plat van geta waarop men loopt; (8) portier van een badhuis; badmeester; (9) draagbaar waarmee reizigers een rivier overgezet worden; (10) hoogvlakte; plateau; tafelland; hoogte; heuvel; (11) basis; grondslag; fundament; draagvlak; (12) [plantk.] onderstam (bij het enten); (13) kolf; handvat; (14) [scheepv.] langsligger; (15) [gokken] gespreide inzet; (16) [meetk.] afgeknotte piramide; kegel; (17) [meetk.] drager van een rechte; (18) [wisk.;functieleer] drager; (19) Dai [= hoogland op de Tōkaidō 東海道-route tussen Kanagawa 神奈川 en Hodogaya 程け谷]; (20) [maatwoord dat een vage leeftijds-;prijs- of tijdsaanduiding aangeeft] iets boven de …; tussen de … à …; iets meer dan …; een dikke …; in de …; [Belg.N.] kaap van …; (21) [maatwoord voor plateaus en meubelstukken]; (22) [maatwoord voor taarten en rond gebak]; (23) [maatwoord voor grote muziekinstrumenten]; (24) [maatwoord voor wagens;voertuigen;sleeën;liften]; (25) [maatwoord voor machines;apparaten;toestellen]; (26) [maatwoord voor gerechten in een kom;vaatwerk]; (27) [drukw.] [maatwoord voor katernen van 16 of 32 vellen]; (a) plateau; plaat; (b) basis; grondslag; (c) hoogvlakte; plateau; (d) hoogbouw; toren; (e) overheidsbureau; ministerie; hoge ambtenaar; (f) beleefdheidsterm voor de aangesprokene
天竺 tenjiku (1) India; (2) hemel; (3) hoogte; top; (4) [verk.] soort ruwe katoenen stof van Indiase origine; (5) [prefix dat de uitlandse;niet-Japanse origine van het grondwoord aangeeft]; (6) te heet; te pikant
yama (1) berg; gebergte; beboste bergen; bergwoud; bergbos; [vliegert.] knots; (2) aardhoop; aardverhoging; terp; (kunstmatige) heuvel; ophoging; hoogte; [Mal.] boekit; (3) begraafplaats; kerkhof; tumulus; (keizerlijke) grafheuvel; grafterp; (4) mijn; kolenmijn; (5) hoop; stapel; tas; portie; [m.b.t. fruit] partij; [m.b.t. hooi] mijt; [m.b.t. steenslag] kits; [m.b.t. vlas] schelf; [m.b.t. slagroom] toef; zwelling (ten gevolge van een cauterisatiebehandeling); (6) top; bovendeel [bv. bol van een hoed;kop van een schroef;knop op een helm]; (7) hoogtepunt; climax; piek; uitschieter; spits; toppunt; apogeum; zenit; ontknoping [van een stuk]; apotheose; [m.b.t. vertoning] klapstuk; summum; culminatiepunt; keerpunt; uur van de waarheid; moment suprême; finest hour; momentum; beslissend ogenblik; het beste dat men kan doen; (8) wissel op de toekomst; speculatie; giswerk; gok [bv. op de gok blokken]; de sprong [wagen]; sprong in het duister; ongewisse; waagstuk; gissing; bluf; humbug; schijnvertoon; bombast; (9) hevigheid; intensiteit; ergheid; (10) massa; boel; bende; groot aantal; drom; menigte; (11) rots; toeverlaat; idool; voorbeeld; (12) praalwagen in de vorm van een berg; (13) valkuil om evers of herten te vangen; (14) lichtekooi; prostituee; (15) voorraadtekort [i.h.b. tekort aan levensmiddelen]; het uitverkocht zijn; het niet voorhanden zijn; (16) slangwoord voor "misdrijf"; (17) naam voor de Enryakuji 延暦寺 op de Hieizan 比叡山; [i.h.b.] de Hieizan; (18) [maatwoord voor bergen;en i.h.b. bergbossen en mijnen]; (19) [maatwoord voor een voorgeschotelde portie;stapeltje fruit enz.]; (a) berg-; wilde … [voorvoegsel aan een planten- of dierennaam dat aangeeft dat het de wilde variëteit of bergsoort van het grondwoord betreft]; (b) [schertsend;vrijwel betekenisloos achtervoegsel bij bepaalde werkwoorden en adjectieven;werd in de Edo-tijd onder bon-vivants gebruikt]
水準 suijun (1) niveau; peil; standaard; hoogte; plan; [inform.] level; (2) waterpas
soku (a) peilen; de lengte; breedte; hoogte; diepte opnemen; (b) gissen; raden
程度 teido (1) graad; mate; peil; hoogte; uitgebreidheid; omvang; niveau; standaard; stadium; (2) gepaste maat; juiste hoeveelheid; (3) ongeveer; in de orde van; zowat; zo'n; om en (na)bij
高さ takasa (1) hoogte; [muz.] toonhoogte; (2) [m.b.t. geluiden] sterkte; volume; (3) duurte; kostbaarheid
高原 kougen plateau; tafelland; hoogland; hoogvlakte; hoogte
高台 takadai hoogte; verhevenheid; heuvel; hoogland; plateau
高地 kouchi hoogland; plateau; hoogte; heuvel; terreinverheffing; [Ind.N.] bovenland
高度 koudo (1) hoogte; (2) sterkte; kracht; krachtigheid; intensiteit; (3) hoge mate; grote mate; hoog peil; (4) sterk; krachtig; intens; hevig; in hoge graad; in hoge mate; (5) geavanceerd; hoog ontwikkeld; gesofisticeerd; gesofistikeerd; (6) in hoge mate; in grote mate; in hoge graad; in een hoog peil
高所 kousho (1) hoogte; hoge plaats; verhevenheid; (2) [fig.] hoger plan; hoger niveau
taka (1) hoogte; omvang; grootte; aantal; hoeveelheid; (2) bedrag; som; (3) stijging; waardevermeerdering; (4) mate; niveau; (5) [Jap.gesch.] productieniveau; productiepeil; (6) afloop; einde; (7) hoog-
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.71 sec. jiten.nl: 13 treffers, warandict: 16 treffers (zoekopdracht: 'hoogte'). 
2005-2026