日蘭辭典+

53 resultaten voor ‘net’
日蘭辭典 (trefwoord)
ami
zn. net o. ¶ を張る netten uitzetten (漁を); net opzetten (テニスのを).
amidana網棚
zn. rek o.; net o.
adakamo
(も) bw. (1) [丁度] juist; net. (2) [さながら] als of; gelijk; om zoo te zeggen. ¶ も好し juist bij tijds; op het nippertje;
assarishitaあっさりした
bn. net; eenvoudig; licht. ¶ あっさりした食事 eenvoudig eten; lichte maaltijd; burgerpot. ¶ あっさりした家 een net huisje. ¶ あっさりした繪 een eenvoudig schilderijtje. ¶ あっさりした een gedekte kleur; een niet opvallende kleur. ¶ あっさりと言ふ rondweg zeggen; ronduit zeggen.
ima
bw. (1) [現今] nu; thans; op ’t oogenblik; tegenwoordig; heden ten dage. (2) [直に] dadelijk; onmiddellijk. (3) [たった] zoo even; zoo juist; daar net. (4) [更に] nog; nogeens; nog meer. ¶ tegenwoordig; huidig; bestaand. ¶ から van nu af aan; voortaan; in ’t vervolg. ¶ までも tot nu toe; nog altijd. ¶ では dezer dagen; tegenwoordig; in den laatsten tijd. ¶ 迄 tot dusverre; tot nu toe. ¶ voorlopig; op het oogenblik; zooals de toestand nu is. ¶ 迄にない事件 iets, dat nog nooit is voorgekomen. ¶ かと in groote spanning. ¶ に始めぬ van ouden datum. ¶ に zoo dadelijk. ¶ に見ろ je zult het dadelijk zien. ¶ にも降りさうです het ziet er uit of het zoo dadelijk zal gaan regenen. ¶ 少し下さい geef mij nog wat. ¶ 二寸長く切って下さい snijd het twee duim langer af. ¶ 一つの方を下さい geef mij liever de andere.
donshūno-uo呑舟の魚
zn. groote visch m. ¶ 呑舟の魚を逃がす groote visschen ontsnappen aan het net (kleine dieven worden gepakt, groote laat men loopen).
chōdo丁度

bw. juist; precies; net. ¶ 丁度其時 juist op dat oogenblik. ¶ 丁度zoo even. ¶ 丁度五時に precies om vijf uur. ¶ 丁度眞中に precies in het midden. ¶ 丁度にして置く een ronde som er van maken.

kosoこそ

bw. inderdaad; juist; net. ¶ それこそ私の尋ねて居た物だ dat is net, wat ik zocht! ¶ 彼こそ適任なれ hij is juist de geschikte man voor die betrekking.

koto

zn. (1) [事物] ding o.; voorwerp o. (2) [事件] zaak v.; aangelegenheid v. (3) [事實] feit o. (4) [出来事, 事變] voorval o.; gebeurtenis o. (5) [仕事] taak v. (6) [事情] omstandigheden v.mv. (7) [經驗] ondervinding v. ¶ の事 wat betreft..... ¶ 事なく zónder moeilijkheden. ¶ 事處に行った事があるか ben je daar wel eens geweest? ¶ 私の事ですか bedoel je mij?; moet je mij hebben? ¶ 一分の事で汽車に乘り遲れた ik was net één minuut te laat voor den trein. ¶ 事を缺く gebrek hebben aan.

kozapparishita小ざっぱりした

bn. keurig; net.

zama

(様) zn. toestand m. ¶ それは何という樣だ wat zie je er uit! ¶ 樣見る net goed!; je hebt je verdiende loon.

utsu打つ

t.w. (1) [打つ] slaan. i.w. (2) [拍手] (in de handen) klappen. t.w. (3) [發砲] schieten. (4) [攻擊] aanvallen. (5) [鐘を] luiden. (6) [電報を] verzenden. i.w. (7) [博奕] dobbelen. t.w. (8) [網を] werpen; gooien. (9) [碁能] spelen. (10) [鍛へる] harden. (11) [打込む] inslaan. ¶ 釘を打つ spijker inslaan. ¶ 網を打 net werpen. ¶ 太鼓を打つ trommelen. ¶ 仇を討つ zich wreken. ¶ 田を打つ sawah bebouwen. ¶ 幕を打つ tent opslaan. ¶ 手金を打つ handgeld betalen. ¶ もんどり打つ saltomortale maken. ¶ 電報を打つ telegram zenden; telegrafeeren.

tsuiつい

bw. (1) [僅々] alleen maar; zoo juist; net; pas. (2) [圖らず] onopzettelijk; toevallig. ¶ つい先程 zoo even. ¶ つい此の近所に vlak bij. ¶ つい此間會たばかりだ ik heb hem nog pas ontmoet.

SUPPLEMENT (trefwoord)
atama ga ii頭がいい
(ook kort: 頭いい atama ii) uitdr. adj. intelligent; verstandig; scherpzinnig; slim; schrander; ontwikkeld; begaafd; knap. ¶ 彼女と同じくらい頭がいい。 Kanojo wa kare to onaji kurai atama ga ii. Zij is net zo slim als hij. (TTC) ¶ なるほどは頭がいいかもしれませんが、よく不注意な誤りをします。 Naruhodo kare wa atama ga ii ka mo shiremasen ga, yoku fuchūi na ayamari wo shimasu. Wel, het zou dan wel zo kunnen zijn dan hij slim is, maar hij maakt vaak fouten door niet op te letten. (TTC) ¶ は大学生ではないが大学生より頭いい。 Boku wa daigakusei de wa nai ga daigakusei yori atama ii. Ik studeer niet, maar ik ben slimmer dan een student. (TTC) ¶ 頭がいいかもしれないが、人間的に嫌われる。 Atama ga ii ka mo shirenai ga, ningenteki ni kirawareru. Kan zijn dat hij [ze] slim is, maar op het menselijke vlak roept hij [ze] afkeer op. (blog)
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <net>
きちんとした kichintoshita keurig; net; ordelijk; goed verzorgd
こそ koso (1) [nadrukpartikel] net; precies; juist; uitgerekend; bij uitstek; in het bijzonder; (2) [concessief partikel dat een contrast voorafgaat]; (3) [nadrukpartikel dat een onvoltooid gelaten zin besluit (aposiopesis)]
さっぱり sappari (1) verschrikkelijk; echt erg; (2) keurig; net; netjes; [gew.] deftig; (3) verfrist; opgefrist; opgeknapt; opgekikkerd; [i.h.b.] opgelucht [i.c.m. shita した]; (4) openhartig; vrijmoedig; oprecht; frank; rechtuit; rondborstig [i.c.m. shita した]; (5) [m.b.t. culinaria] eenvoudig; licht gekruid [i.c.m. shita した]; (6) compleet; totaal; helemaal; in het geheel; volkomen; volledig; gans [i.c.m. to と]
さっぱりした sapparishita (1) schoon; proper; net; keurig; ordelijk; (2) [性格の] openhartig; eerlijk; oprecht; rondborstig; (3) [食物の味の] eenvoudig; klassiek; gewoon
そっくり sokkuri (1) geheel; al; volledig; helemaal; totaal; compleet; in zijn geheel; totaliteit; met ~ en al; intact; integraal; zoals het is; (2) precies lijken op; als twee druppels water lijken op; sprekend lijken op; iem. gelijken op een prik; in alles lijken op; het evenbeeld zijn van; precies; exact; net; op-en-top
たった今 tattaima (1) nu meteen; zo meteen; (2) net; pas; daarnet; zo-even; zojuist; zonet; zopas
ちゃんとした chantoshita keurig; ordelijk; geordend; net; gepast; passend; juist; fatsoenlijk; welvoeglijk; betamelijk; [~職業] vast; [~妻] wettig
ばかし bakashi (1) [drukt een vage maat uit] zo'n; zowat; ongeveer; omtrent; (2) [drukt beperking uit] enkel; slechts; (3) […た~] [drukt uit dat een handeling er kort geleden opzit] pas; net; zonet; zo-even; zojuist; daarnet
ぴたり pitari (1) zonder tussenruimte; hecht; dicht; strak; nauwsluitend; vlak (tegen); naadloos [op elkaar aansluiten]; potdicht; hermetisch; (2) precies; net; perfect; krek; exact; juist; op de kop af; geknipt; als gegoten; (3) plots; ineens; opeens; plotseling; abrupt; op slag
グリッド guriddo (1) rooster; traliewerk; (2) [bouwk.] raster; (3) [radio] net; netwerk; (4) [autosport] startplaats; startopstelling
チャンネル channeru (1) kanaal; net; [oneig.] programma; [oneig.] omroep; [oneig.] zender; [oneig.] station; (2) [maatwoord voor communicatiekanalen]
ニート nīto (1) jongere zonder baan; opleiding of werkervaringsplek; (2) [geneesk.] thermogenese via niet-sportgerelateerde activiteiten; NEAT [= non-exercise activity associated thermogenesis]; (3) keurig; net; netjes
ネット netto (1) net; (2) haarnet; (3) netwerk; (4) netto; (5) [golf] net score; (6) internet; net
ネットワーク nettowāku (1) netwerk; (2) [tv] net
ピッタリ pittari (1) zonder tussenruimte; hecht; dicht; strak; nauwsluitend; vlak (tegen); naadloos [op elkaar aansluiten]; potdicht; hermetisch; (2) precies; net; perfect; krek; exact; keurig; juist; op de kop af; geknipt; (3) plots [afgelopen]; ineens; opeens [tot stilstand gekomen]; plotseling; abrupt; op slag
メッシュ messhu (1) maas; steek; (2) weefsel met mazen; net
丁度 chōdo (1) net; juist; precies; exact; pal; stipt; prompt; [volkst.] pront; [m.b.t. uur] klokslag; op de kop af; op de minuut af; blank; sec; (2) net; pas; (3) net; precies als
ima (1) nu; heden; op het ogenblik; thans; tegenwoordig; heden ten dage; (2) dadelijk; zo dadelijk; onmiddellijk; weldra; dra; spoedig; gauw; (3) even tevoren; zojuist; zo-even; daarnet; net; pas; (4) nog; nog eens; nog meer
先程;先ほど sakihodo pas; net; daarnet; zoëven; zojuist; zonet; zopas; zostraks; korte tijd geleden; geen vijf minuten geleden
sakki pas; net; daarnet; zoëven; zojuist; zonet; zopas; zostraks; korte tijd geleden; geen vijf minuten geleden
即ち;則ち;乃ち;輒ち;便ち sunawachi (1) namelijk; met andere woorden; ofwel; oftewel; dat is; te weten; dat wil zeggen; dat betekent; en wel; wel te verstaan; tenminste; id est; hoc est; videlicet; [afk.] nl.; [afk.] m.a.w.; [afk.] d.i.; [afk.] t.w.; [afk.] d.w.z.; [afk.] i.e.; [afk.] h.e.; [afk.] vdt.; (2) net; precies; juist; krek; exact; helemaal; niets dan; alleen maar; zonder meer; (3) (en) dan; vervolgens; (meteen) daarop; (onmiddellijk) daarna
宛ら sanagara (1) onveranderd; intact; status quo; als tevoren; (2) integraal; onverkort; volledig; (3) net; precies; als ware; (4) toch; desondanks; ondanks dat
尋常 jinjō (1) gewoon; alledaags; normaal; gebruikelijk; doorsnee; banaal; (2) [~な顔立ち] aantrekkelijk; knap; (3) sportief; elegant; fair; (4) keurig; fatsoenlijk; net; respectabel; (5) behoorlijk; degelijk; (6) [Jap.gesch.] lagere school; basisschool; basisonderwijs
折り目正しい orimetadashii (1) net; keurig; netjes; welgemanierd; goed­ge­ma­nierd; be­leefd; beschaafd; fat­soen­lijk; welopgevoed; wel­le­vend; (2) formeel; vormelijk
正に;当に;応に;方に;将に masani (1) precies; juist; exact; net; (2) zeker; waarachtig; heus; echt; waarlijk; inderdaad; voorzeker; voorwaar; regelrecht; (3) net nu; op de kop af; thans; op het punt [staan te]; op de rand [staan van]; (4) in goede orde; naar behoren; behoorlijk
清潔 seiketsu (1) reinheid; netheid; properheid; zindelijkheid; zuiverheid; (2) rein; net; schoon; proper; zindelijk; zuiver; puur; hygiënisch; (3) integer; zuiver (op de graat); clean; onbesproken; keurig; eerlijk; onberispelijk; smetteloos; [fig.] koosjer
清潔な seiketsuna (1) rein; net; schoon; proper; zindelijk; zuiver; puur; hygiënisch; (2) integer; zuiver (op de graat); clean; onbesproken; keurig; eerlijk; onberispelijk; smetteloos; [fig.] koosjer
漸と yatto (1) eindelijk; na lange tijd; op het einde; uiteindelijk; goed en wel; ten langen leste; ten slotte; als slot; finaal; (2) ternauwernood; op het nippertje; (nog maar) net; eventjes; amper; pas ~; koud ~; nauwelijks ~; nog net (op tijd); nog juist (op tijd); op het laatste moment; op het laatste ogenblik; op het laatste nippertje; nipt; op het kantje (af); bij het walletje langs; weinig schelend; op het randje af; bijna te laat; kantje boord; met de hakken over de sloot; ei zo na; (3) met (grote) moeite; met pijn en moeite; moeizaam; node; (4) veel; een hoop; een heleboel; een massa; een boel; een overvloed; een grote hoeveelheid; heel wat; overvloedig; aardig wat; behoorlijk wat; (5) veruit; verreweg; verre
然も samo (1) zo; (2) merkbaar; merkelijk; kennelijk; blijkbaar; (3) net; alsof
白い shiroi (1) wit; blank; [m.b.t. haar] grijs; (2) leeg; blanco; onbeschreven; onbedrukt; oningevuld; opengelaten; (3) net; proper; schoon; rein; zuiver; smetteloos; vlekkeloos; [fig.] onbedorven; [fig.] onschuldig
直ぐ sugu (1) eerlijk; oprecht; waarachtig; integer; fair; (2) meteen; onmiddellijk; ogenblikkelijk; direct; zo; gelijk; dadelijk; onverwijld; schielijk; in een oogwenk; in ééeen tel; [veroud.] subiet; terstond; aanstonds; [form.] fluks; prompt; acuut; stante pede; zonder verwijl; à la minute; op stel en sprong; op een-twee-drie; binnen de kortste keren; in een mum van tijd; in een wip; in een ommezien; cito; [inform.] er vlak bovenop; (3) gauw; spoedig; binnenkort; zo meteen; eerdaags; [form.] dra; [form.] eerlang [in de constructie mō sugu もうすぐ]; (4) vlak; pal; net; juist; recht
網棚 amidana bagagenet; net; bagagerek; rek
ami (1) net; gaaswerk; netwerk; (2) [fig.] net; web; valstrik; strik; klauw; valkuil; list
a net; gaaswerk; netwerk
(1) [anat.] netwerk; plexus; vlecht; vlechting; (2) [fig.] netwerk; web; (a) net; visnet; vogelnet; (b) netwerk; (c) integraal opnemen
ra (1) luchtig; dun weefsel; gaas; (2) zijdegaas; dunne; fijne zijde; (3) penis; (a) net; met een net vangen; (b) in een rij staan; rij vormen; (c) gaas; (d) wentelen; (e) fonetisch teken met uitspraak "ra"
行き届く ikitodoku (1) zorgvuldig zijn; nauwgezet zijn; nauw nemen; strikt zijn; gewetensvol zijn; (2) aandachtig zijn; oplettend zijn; op kleinigheden letten; op details attent zijn; (3) zorgzaam zijn; attent zijn; (4) perfect zijn; af zijn; volledig zijn; volmaakt zijn; [手入れが] goed onderhouden zijn; verzorgd zijn; [掃除が] net; proper; keurig zijn; in orde zijn; [設備が] volledig toegerust; uitgerust zijn; van al het nodige voorzien zijn; [客扱いが] een goede service verlenen; (5) grondig zijn; nauwkeurig zijn; uitvoerig zijn
行き届く yukitodoku (1) zorgvuldig zijn; nauwgezet zijn; nauw nemen; strikt zijn; gewetensvol zijn; (2) aandachtig zijn; oplettend zijn; op kleinigheden letten; op details attent zijn; (3) zorgzaam zijn; attent zijn; (4) perfect zijn; af zijn; volledig zijn; volmaakt zijn; [手入れが] goed onderhouden zijn; verzorgd zijn; [掃除が] net; proper; keurig zijn; in orde zijn; [設備が] volledig toegerust; uitgerust zijn; van al het nodige voorzien zijn; [客扱いが] een goede service verlenen; (5) grondig zijn; nauwkeurig zijn; uitvoerig zijn
許り bakari (1) […~] [drukt een beperking;begrenzing uit] slechts; alleen maar; enkel; (2) […~] [drukt een benadering uit] zo'n …; zowat …; ongeveer …; omtrent …; rond de …; om en bij de …; … of zo; (3) […たばかりに] [drukt met nadruk een reden uit] door; wegens; (4) […(ぬ/ん)ばかり] [drukt een toestand uit die elk moment kan gebeuren] op het punt …; (5) […たばかり] [drukt een handeling uit die pas voltooid is] net; pas; juist; (6) […とばかり/とばかりに] [drukt een beklemtoning uit]
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.28 sec. jiten.nl: 14 treffers, warandict: 39 treffers (zoekopdracht: 'net'). 
2005-2026