日蘭辭典+

52 resultaten voor ‘zijde’
日蘭辭典 (trefwoord)
ankoku暗黑
(暗黒) zn. duisternis v.; donkerheid v.; donkerte v. ¶ 暗黑donker; pikdonker; stikdonker. ¶ 暗黑面 de donkere zijde.
anoyoあの世
zn. hiernamaals o. ¶ あの世から van gene zijde van het graf.
hōmen方面
zn. (1) [方向、側] richting v.; zijde v.; kant m. (2) [見地] oogpunt o. ¶ 各方面より van alle kanten. ¶ 問題のすべての方面硏究する een kwestie van alle zijden bezien. ¶ 東京方面へ in de richting van Tokyo. ¶ 教育方面より見れば uit een opvoedkundig oogpunt. ¶ 此の方面は不案内でず ik ben in deze buurt niet bekend.
ichimen一面
zn. (1) [一方] een zijde v. (2) [一帶] de geheele oppervlakte v. ¶ 新聞一面 de eerste bladzijde van een courant. ¶ 一面識ある oppervlakkig kennen; een enkele maal ontmoet hebben.
hai-suru排する
t.w. (1) [打勝つ] overwinnen; i.w. te boven komen. t.w. (2) [押開く] openduwen; forceeren. (3) [排斥] uitsluiten; ter zijde zetten. ¶ 困難を排する moeilijkheden overwinnen.
naname
(斜め) zn. scheefheid v.; schuinte v. ¶ 斜の schuin; scheef; hellend. ¶ 斜に傾く hellen; schuin staan. ¶ 斜に見る van ter zijde aanzien; een schuinen blik slaan.
kumisuru與する

(与する) i.w. deelnemen aan; de zijde kiezen van; betrokken zijn in.

yoseru寄せる

t.w. (1) [片寄せる] op zijde zetten. (2) [加へる] totaliseeren. (3) [集める] verzamelen; samenroepen. (4) [攻める] aanvallen. (5) [書を] zenden; inzenden. ¶ 身を寄せる vertrouwen op; zich onder bescherming stellen van. ¶ 思を寄せる zijn hart verliezen aan. ¶ 皺を寄せる rimpels trekken. ¶ 眉を寄せる wenkbrauwen fronsen. ¶ 皆よせていくら hoeveel is het bij elkaar?

yokomuki橫向

(横向) zn. zijdelingsche richting v. ¶ 橫向の寫眞 fotografie van op zijde; portret “en profil.”

yokoyari橫槍

(横槍) zn. speer van ter zijde; (話の) interruptie v.; inmenging v. ¶ 橫槍を入れる interrompeeren; opmerkingen maken.

yokote橫手

(横手) zn. zijde v. ¶ 橫手に naast. ¶ 橫手の家 huis naast de deur; naaste buurman.

yokotsura橫面

(横面) zn. gezicht van op zijde; profiel o.

yokoppara橫腹

(横腹) zn. zijde v. ¶ 橫腹が痛む pijn in de zij hebben.

yoko

(横) zn. zijde v.; flank v.; breedte v.; wijdte v.; dwarsrichting v. ¶ 橫の dwars; horizontaal. ¶ 橫に over dwars; in de breedte; zijwaarts. ¶ 橫に切る dwars doorsnijden. ¶ 橫に線を引く horizontale lijn trekken. ¶ 橫になる gaan liggen. ¶ 橫にする neerleggen. ¶ 橫から van ter zijde. ¶ 橫から口を出すな bemoei je er niet mee.

yokoai橫合

(横合) zn. flank v. ¶ 橫合から uit de flank; van ter zijde.

yōgo擁護

zn. bescherming v.; steun m.; pleidooi o.; verdediging v. ¶ 擁護する beschermen; verdedigen; steunen; pleiten voor; de zijde kiezen van.

wakime脇目

zn. zijdelingsche blik m.; blik van ter zijde; oog van een toeschouwer (人目). ¶ 脇目も振らず zonder den blik of te wenden. ¶ 脇目から見れば uit het oogpunt van een buitenstaander beschouwd.

waki

zn. (1) [胸] zijde van de borst. (2) [側] kant m. bw. (3) [他所] elders. ¶ 脇に行く op zijde gaan. ¶ 脇の zijdelingsch; ander; van ter zijde; van den anderen kant. ¶ 脇に(そばに) naast; ter zijde van; op zijde; (腋下に) onder den arm; in de zijde. ¶ 脇に寄る op zij gaan. ¶ 脇へ座る naast iemand gaan zitten. ¶ 脇に抱へる onder den arm dragen. ¶ 人を脇へ連れて行く iemand ter zijde nemen. ¶ 話を脇へそらす het gesprek op een ander onderwerp brengen. ¶ 流を脇へ向ける stroom afleiden. ¶ 脇の目で見る als omstander aanzien; van ter zijde zien.

wakibara脇腹

zn. zijde v. ¶ 脇腹が痛む pijn in de zij hebben.

uketsuke受附

zn. informatiebureau; bureau van den portier. ¶ 受附掛 portier; concierge. ¶ 受附ける in ontvangst nemen. ¶ 願書は三日以後は受附けず verzoeken na den derden ontvangen worden zonder meer ter zijde gelegd; verzoeken uiterlijk in te dienen den derden van deze maand.

tsumugi

zn. pongee o.; dunne zijde v.

tsumikin積金

zn. fonds o.; bespaard geld o. ¶ 積金する ter zijde leggen; opsparen; reserveeren.

tsumitate積立

(積み立て) zn. reserve v. ¶ 積立金 reserve; reservefonds. ¶ 積立てる op zijde zetten; reserveeren.

tsuku附く

i.w. (1) [附着] kleven; plakken; blijven vastzitten. (2) [味方する] de zijde kiezen van; meegaan met. (3) [價する] waard zijn. t.w. (4) [習癖が] aannemen; i.w. zich aanwennen. i.w. (5) [火が] vlam vatten. t.w. (6) [痕が] achterlaten. (7) [利息が] opbrengen; opleveren. ¶ 惡錢身に附かず gestolen goed gedijt niet. ¶ 肉が附く dik worden. ¶ 敵方に附く overloopen naar den vijand. ¶ 一つが十錢につく ze kosten 10 sen per stuk. ¶ 惡い癖はつき易い slechte gewoonten worden gemakkelijk aangeleerd. ¶ 著物に火がついた zijn kleeren vlogen in brand. ¶ 電氣がついて居る het electrisch licht is aan. ¶ 年七分の利が附く 7% per jaar interest geven. ¶ 床に足跡がつく voetstappen op den vloer achterlaten.

TEKST EN UITLEG (trefwoord)
bron:Aozora Bunko╱Mori Ōgai╱De wilde gans 〈1:8〉〈青空文庫〉森鴎外『雁』
時々はその箱火鉢の向側にしゃがんで、世間話の一つもする。

Ook zal hij af en toe aan de tegenoverliggende zijde van de stoof neerhurken om een praatje te maken.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <zijde>
サイド saido (1) kant; zijde; zij; (2) [sportt.] ploeg; team; (3) bij-; neven-
シルク shiruku zijde; zij; zijden weefsel
一方 ippō (1) zijde; ene kant; andere kant; (2) partij; ene partij; andere partij; (3) enkele reis [in tegenstelling tot een reis heen en terug]; (4) [in combinatie met een voorafgaand werkwoord dat niet in de verleden tijd staat] blijven …; niets anders doen dan …; enkel maar …; (5) aan de ene kant; enerzijds
側面 sokumen (1) zijde; zij; kant; zijkant; flank; (2) aspect
kawa (1) zijde; zij; kant; rij; (2) [時計の] kast; omhulsel
gawa (1) kant; zijde; zij; wand; (2) partij; iems. aanhang; (3) [m.b.t. horloge] kast; omhulsel
soku (a) zijde; kant; (b) zijkant; flank; (c) hellen; neigen; (d) getint; vaag
側;傍 soba (1) zijde; zij; kant; flank; langs …; (2) nabijheid; buurt; naast …; bij …; aan …; nabij …; nabijgelegen …; dichtbij …; dichtbijgelegen …; naburig …; (3) [RTK~から] zodra (als); meteen (toen; als)
傍ら katawara (1) zijde; zij; kant; zijkant; (2) naast; buiten; behalve; daarnaast; daarbuiten; [gew.] nevens; [gew.] neffens
(a) zijde; kant; (b) bijkomstig; secundair
友禅 yūzen (1) yūzen-verfmethode [= zijdeverftechniek met rijstpasta-coating]; (2) yūzen-weefsel; [i.h.b.] zijde; kimono met yūzen-druk; (3) Yūzen
弱点 jakuten zwakke plek; plaats; zwak; teer punt; zwak; achilleshiel; zwakheid; kwetsbare plaats; zijde; gevoelige; pijnlijke; zere plek; gebrek; tekortkoming
te (1) hand; [volkst.] jat; [inform.] klauw; krauwel; [Barg.] fietsen; (2) arm; (3) poot; [i.h.b.] voorpoot; (4) handvat; oor; (5) [meton.] hand; arbeidskracht; kracht; hulpkracht; hulp; helper; (6) [meton.] iems. handen; iems. bezit; (7) handschrift; schrift; (8) middel; truc; foefje; manoeuvre; techniek; (9) verwonding; wond; (10) [将棋の] zet; (11) [トランプの] hand; kaarten; (12) richting; kant; zijde; (13) soort; slag; merk; (14) vaardigheid; bekwaamheid; (15) betrekking; band; (16) hand-; handgemaakt; handgemaakte …; (17) hand-; meeneem-; (18) [~keiyōshi;keiyōdōshi] [beklemtonend voorvoegsel]; (19) in de richting van …; -waarts; (20) [noemt een zekere kwaliteit]; (21) [RYK~] -er [achtervoegsel waarmee nomina agentis gevormd worden]; (22) [maatwoord voor shogi-;schaakzetten]
(1) richting; kant; zijde; ~ heen; -waarts; [mijner-;jouwer-;enz] -zijds; (2) vlak; (competentie)gebied; terrein; domein; (3) veeleer ~; aan de ~ kant; eerder ~ (dan ~); wat beter; verkieslijker enz. is [verwijst vaak naar het voorkeursalternatief]; (4) kwadraat; tweede macht; vierkant; (5) methode; manier; wijze
横手 yokote (1) zijde; kant; zijkant; (2) [banistiek] stokzijde; (3) Yokote
yoko (1) horizontale richting; zijdelingse richting; dwarse richting; dwarste; transverse richting; transversale richting; (2) zijde; zij; boord (van een schip); (3) breedte; wijdte; (4) buitenaf; (a) zijde; horizontaal
tan (1) gebrek; onvolkomenheid; tekortkoming; fout; mankement; tekort; behepsel; euvel; zwakke plek; plaats; zijde; zwak punt; manco; defect; [form.] feil; (2) [muz.] mineur; (3) tanka [verkorting van tanka 短歌]; (4) kort; kortstondig
短所 tansho gebrek; onvolkomenheid; tekortkoming; fout; mankement; tekort; behepsel; euvel; zwakke plek; plaats; zijde; zwak punt; zwakte; zwakheid; nadeel; ongunstige factor; min(punt); tegen; deficiëntie; imperfectie; onvolmaaktheid; manco; defect; [form.] feil
ha (1) rand; kant; boord; zoom; zijde; (2) rest; wat overblijft; (a) rand; rest
筋;条 suji (1) vezel; draad; [oneig.] zeen; [oneig.] pees; [oneig.] spier; (2) ader; (3) aanleg; talent; gave; (4) lijn; streep; voor; vore; (5) [geneal.] lijn; linie; afstamming; afkomst; komaf; descendentie; bloed; (6) draad; plot; intrige; verwikkeling; rode draad; verhaallijn; (7) rede; logica; ratio; zinnigheid; (8) [確かな;信頼すべき~] zijde; bron; kringen; (9) traject; tracé; (10) [囲碁;将棋の] cruciale zet; (11) [maatwoord voor langgerekte objecten zoals rivieren;obi's;lijnen;rookkolommen;wegen enz.]
kinu (1) zijdevezel; (2) zijdeweefsel; zijde; zij
yoku (1) vleugel; vlerk; wiek; (2) vliegtuigvleugel; draagvlak; draagvleugel; (3) [mil.] flank; zijde; (4) [dierk.;plantk.] vleugelachtig; vleugelvormig object; vleugeltje; (5) propellerblad; rotorblad; (6) [Chin.astron.] Vleugels; Yì [= één van de achtentwintig maanhuizen]; (7) [maatwoord voor vleugels of gevogelte]; (8) [maatwoord voor schepen;vaartuigen]; (a) vleugel; (b) vliegtuigvleugel; (c) vleugelachtig; vleugelvormig object; (d) ondersteunen
脇;腋;掖;傍;側;ワキ waki (1) zijde; zij; zijkant; flank; (onder de) oksel; (2) zijde; kant; (3) [nō-jargon] bijrol; bijfiguur; deuteragonist; waki; (4) tweede strofe in een Japans kettinggedicht (renga 連歌)
gen (1) [scheepv.] boord; scheepsboord; zijde; zij; scheepszijde; (2) [plantk.] [花弁の] rand; boord; zoom; limbus; (a) scheepsboord
hen (1) buurt; omgeving; omtrek; wijk; gebied; gewest; omstreek; rondte; nabijheid; (2) omtrent ~ [drukt een benadering uit]; (3) [wisk.] zijde; rib [van meetkundige figuur]
長所;長処 chōsho (1) sterk punt; sterke kant; zijde; goede; beste eigenschap; kwaliteit; fort; het voor; gunstig element; plus; (2) verdienste; merite; (3) voordeel; pluspunt; winstpunt; aanwinst; [fig.] troef; [gew.;veroud.] avantage
men (1) gezicht; aangezicht; gelaat; figuur; snuit; snoet; smoel; facie; [inform.] toet; [volkst.] snufferd; [volkst.] bakkes; [vulg.] smoelwerk; [volkst.;fig.] postzegel; [Barg.] treiter; [Barg.;volkst.] ponem; [min.] tronie; [Barg.] gebbe; [Barg.] kakement; [slang] fiselefasie; [slang] fiselemie; (2) masker; mombakkes; mom; [Barg.] schiebaart; (3) masker [bij lassen;sport: kendō;honkbal enz.]; (4) pagina (van een krant); bladzijde; (5) [wisk.] oppervlakte; vlak; (6) [technol.] facet [afschuining onder een hoek van 45°]; helling; schuinte; wand; (7) kant; aspect; zijde; latus; vlak; opzicht; gebied; (8) men [klap in het gezicht: bepaalde score in het kendō]; (9) [maatwoord voor vlakke voorwerpen (bv.: spiegels;luiten;suzuri 硯 [inktstenen]; maskers; schaakborden; bundels papier; kaartspelen; tennisbanen e.d.)]
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.25 sec. jiten.nl: 25 treffers, warandict: 27 treffers (zoekopdracht: 'zijde'). 
2005-2026