11 resultaten voor ‘ongelijk’
日蘭辭典 (trefwoord)
kōtei・高低
zn. hoogte en laagte; golving v.; op- en nedergang m. ¶ 高低ある oneffen; ongelijkmatig; ongelijk. ¶ 高低なき vlak; gelijk; effen.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <ongelijk>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
De weergave van het Japans van de resultaten hieronder is gespeld in een vorm van
waapuro-spelling. De spelling komt overeen met de originele spelling in
hiragana in het Japans. De verschillen met de
Hepburn-spelling van de overige resultaten zijn eenvoudig:
| spelling |
uitspraak |
| uu |
lang aangehouden /oe/ (Hepburn spelling: ū) |
| ou |
lang aangehouden /o/ (Hepburn spelling: ō) |
| (soms, als in 酔う you "dronken zijn") uitspraak: /o/ + /oe/ |
| ei |
lang aangehouden /ee/ (dit is identiek in Hepburn spelling) |
| ha |
/ha/ (identiek aan Nederlands en Hepburn spelling) |
| alleen voor het partikel は: uitspraak /wa/ |
| he |
/he/ (identiek aan Nederlands en Hepburn spelling |
| alleen voor het partikel へ: uitspraak /e/ |
[verberg]
不均衡な fukinkouna disproportioneel; onevenredig; buitenproportioneel; ongeproportioneerd; buiten verhouding; ongelijk; niet in evenwicht; uit balans; onevenwichtig; scheef; scheefgegroeid; ongebalanceerd
不揃い fuzoroi (1) onvolledigheid; onvolkomenheid; gebrekkigheid; (2) ongelijkheid; uiteenlopendheid; onsamenhangendheid; ongelijkmatigheid; ongelijkvormigheid; onregelmatigheid; (3) onvolledig; incompleet; niet compleet; vol leemten; onvolledig; onvolkomen; gebrekkig; fragmentarisch; niet voltallig; (4) ongelijk; uiteenlopend; verschillend; onsamenhangend; zonder eenheid; geen geheel vormend; niet bijeenbehorend; niet bij elkaar passend; door elkaar; onuitgezocht; ongesorteerd; ongeordend; disparaat; ongelijkmatig; ongelijkvormig; onregelmatig
凸凹の dekobokono oneffen; ongelijk; hobbelig; grillig; bultig; ruw; onregelmatig; ongelijkmatig
凹凸のある outotsunoaru ongelijk; oneffen; geaccidenteerd; hobbelig; ruw
参差 shinshi (1) ongelijk; niet uniform; ongelijksoortig; (2) gemengd; bont; (3) tegenstrijdig; inconsistent; uiteenlopend; contradictorisch; contradictoir; (4) ontgoocheld; ontnuchterd; teleurgesteld
粗い arai (1) grof; niet fijn; ruw; fors; (2) ruw; niet glad; ruig; hobbelig; ongelijk; hard op het gevoel [m.b.t. oppervlak;huid etc.]
Tijd: 1.38 sec. jiten.nl: 5 treffers, warandict: 6 treffers (zoekopdracht: 'ongelijk').
2005-2026