日蘭辭典+

37 resultaten voor ‘pas’
日蘭辭典 (trefwoord)
ashi
zn. (1) [] voet m. (2) [脚] been o. (3) [動物の] poot m. (4) [器物の支へ] voet m.; poot m.; voetstuk. (5) [步調] stap m.; pas m. (6) [不金] tekort o. ¶ が出る het geld is niet voldoende. ¶ を出す tekort komen. ¶ を揃へる in den pas loopen;
ashibumi足踏
(足踏み) zn. stap m.; pas m. ¶ 足踏する den pas markeeren. ¶ 二度足踏するな ik wil je in mijn huis niet meer zien. ¶ 足踏 markeert den pas!
ashinami足竝
(足並み) zn. pas m. ¶ 足竝を揃へて步く in den pas loopen;
yakudatsu役立つ
umaretate no生れ立ての
umarego生兒

(生児) zn. pas geboren kind o.

tsūkō通行

zn. doortocht m.; verkeer o. ¶ 通行止 stremming van het verkeer. ¶ 通行券 pas; vergunning om te passeeren; vrijgeleide. ¶ 通行規則 voorschriften voor het verkeer. ¶ 通行する passeeren; doorgaan. ¶ 通行權 recht van doortocht. ¶ 通行人 voorbijganger. ¶ 通行錢 tolgeld. ¶ 通行稅 reisbelasting; verkeersbelasting.

tsuiつい

bw. (1) [僅々] alleen maar; zoo juist; net; pas. (2) [圖らず] onopzettelijk; toevallig. ¶ つい先程 zoo even. ¶ つい此の近所に vlak bij. ¶ つい此間會たばかりだ ik heb hem nog pas ontmoet.

SUPPLEMENT (trefwoord)
reitō冷凍
(znw, suru-ww) het koelen of invriezen van voedingsmiddelen en dergelijke om bederf tegen te gaan; 冷凍する reitōsuru koelen; invriezen. ¶ 冷凍庫 reitōko vriezer; vriesvak. ¶ 冷凍 機 reitōki vriezer (specifiek de machine). ¶ 冷凍車 reitōsha koelwagen. ¶ 冷凍食品 reitō shokuhin diepvriesvoedsel; diepvriesproducten. ¶ 冷凍野菜 reitō yasai diepvriesgroenten. ¶ 冷凍食品は必ず解凍してから切って下さい。 Reitō shokuhin wa kanarazu kaitōshite kara kitte kudasai. Bevroren voedsel beslist pas snijden nadat het ontdooid is. (gebruiksaanwijzing) ¶ [Q] すみません凄くアホみたいな質問なんですけどいいですか・・・ 冷凍車っていつも冷凍機使う荷物ばかりじゃ無いですか? [A] ウチは常温で運ぶ荷物もありますよ [Q] Sumimasen, sugoku aho mitai na shitsumon nan desu kedo ii desu ka... Reitōsha tte itsumo reitōki tsukau nimotsu bakarai ja nai no desu ka? [A] Uchi wa jōon de hakobu nimotsu mo arumasu yo [Q] Neemt u me niet kwalijk, mag ik een vraag stellen die enorm stom lijkt? Vervoert de koelwagen altijd lading waarvoor de vriezer gebruikt wordt? [A] Wij hebben ook lading die op normale temperatuur vervoerd wordt. (twitter)
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <pas>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
たった今 tattaima (1) nu meteen; zo meteen; (2) net; pas; daarnet; zo-even; zojuist; zonet; zopas
つい tsui (1) onwillekeurig; onbewust; onopzettelijk; onbedoeld; spontaan; vanzelf; zomaar; (2) buiten z'n wil (om); ongewild; per ongeluk; per abuis; tegen beter weten in; zijns ondanks; (3) pas; vlak; slechts
パス pasu (1) pas; pasje; vrijgeleide; vrijbrief; vrijkaart; toegangsbewijs; ticket; (2) [m.b.t. trein;bus] abonnementskaart; abonnement; seizoenkaart; (3) [sportt.] pass; toegespeelde bal; (4) [kaartsp.] pas; (5) krompasser; meetpasser; buitenpasser; krombeenpasser; taster
パスポート pasupooto paspoort; reispas; pas
丁度 choudo (1) net; juist; precies; exact; pal; stipt; prompt; [volkst.] pront; [m.b.t. uur] klokslag; op de kop af; op de minuut af; blank; sec; (2) net; pas; (3) net; precies als
ima (1) nu; heden; op het ogenblik; thans; tegenwoordig; heden ten dage; (2) dadelijk; zo dadelijk; onmiddellijk; weldra; dra; spoedig; gauw; (3) even tevoren; zojuist; zo-even; daarnet; net; pas; (4) nog; nog eens; nog meer
先日 senjitsu onlangs; laatst; pas; kort geleden; een paar dagen geleden; voor een paar dagen; recentelijk; laatstelijk; [form.] kortelings
先程;先ほど sakihodo pas; net; daarnet; zoëven; zojuist; zonet; zopas; zostraks; korte tijd geleden; geen vijf minuten geleden
sakki pas; net; daarnet; zoëven; zojuist; zonet; zopas; zostraks; korte tijd geleden; geen vijf minuten geleden
初めて;始めて;甫めて hajimete (1) voor het eerst; voor de eerste keer; voor de eerste maal; de eerste keer; eerst; [veroud.;lit.t.] eerstwerf; (2) pas; eerst; niet eerder dan
只今;唯今 tadaima (1) nu; thans; dit ogenblik; heden; tegenwoordig; huidig; momenteel; op het ogenblik; (2) net nu; net op dit moment; ogenblik; pas; zojuist; zo-even; zonet; zopas; zostraks; daarnet; (3) dadelijk; onmiddellijk; direct; zo meteen; met een ogenblikje; elk moment; zo; gelijk; subiet; terstond; aanstonds; binnenkort; spoedig; weldra; [form.] aldra; [form.] alras; [veroud.] instantelijk; (4) terug van weg geweest!; terug thuis!; ben terug!; daar ben ik weer!
大足 ooashi (1) grote voet; (2) grote stap; pas
touge (1) (berg)kam; (berg)richel; (berg)rug; (berg)top; piek; col; [i.h.b.] bergpas; pas; (2) hoogtepunt; toppunt; keerpunt; piek; kritiek stadium; het ergste; het moeilijkste; [m.b.t. ziektetoestand] crisis; [m.b.t. ziektetoestand] acme
旅券 ryoken paspoort; pas; reispas; [arch.] geleide
歩き振り arukiburi manier van lopen; gang; pas; loop; stap; tred; schrede
歩き方 arukikata manier van lopen; gang; pas; loop; stap; tred; schrede
歩調 hochou pas; gang; tred; maat; wandeltempo; tempo
ho (1) stap; pas; schrede; [lit.t.] schred; tred; trede; (2) gang; loop; wandel; [i.h.b.] vooruitgang; stap vooruit; vordering; (3) infanterie; voetvolk [afkorting van hohei 歩兵]; (4) [kwantor om het aantal stappen;passen;schreden enz. te tellen]
水道 suidou (1) waterleiding; [pregn.] leiding; (2) straat; kanaal; nauw; pas; zee-engte; zeegat
洗い立て araitate [~の] pas; vers gewassen
漸と yatto (1) eindelijk; na lange tijd; op het einde; uiteindelijk; goed en wel; ten langen leste; ten slotte; als slot; finaal; (2) ternauwernood; op het nippertje; (nog maar) net; eventjes; amper; pas ~; koud ~; nauwelijks ~; nog net (op tijd); nog juist (op tijd); op het laatste moment; op het laatste ogenblik; op het laatste nippertje; nipt; op het kantje (af); bij het walletje langs; weinig schelend; op het randje af; bijna te laat; kantje boord; met de hakken over de sloot; ei zo na; (3) met (grote) moeite; met pijn en moeite; moeizaam; node; (4) veel; een hoop; een heleboel; een massa; een boel; een overvloed; een grote hoeveelheid; heel wat; overvloedig; aardig wat; behoorlijk wat; (5) veruit; verreweg; verre
瀬戸 seto (1) straat; engte; kanaal; nauw; nauwte; pas; (2) laatste; beslissende ogenblik; kritieke; cruciale moment; (3) Japans porselein; Seto-aardewerk; (4) Seto [stad in het noorden van de pref. Aichi 愛知]
許り bakari (1) […~] [drukt een beperking;begrenzing uit] slechts; alleen maar; enkel; (2) […~] [drukt een benadering uit] zo'n …; zowat …; ongeveer …; omtrent …; rond de …; om en bij de …; … of zo; (3) […たばかりに] [drukt met nadruk een reden uit] door; wegens; (4) […(ぬ/ん)ばかり] [drukt een toestand uit die elk moment kan gebeuren] op het punt …; (5) […たばかり] [drukt een handeling uit die pas voltooid is] net; pas; juist; (6) […とばかり/とばかりに] [drukt een beklemtoning uit]
足並み ashinami (1) pas; gang; stap; tred; maat; wandeltempo; (2) eendracht; eensgezindheid; eenstemmigheid; gelijkgestemdheid
足付き ashitsuki (1) tred; manier van lopen; gang; pas; (2) meubel op poten; (3) kosten; geld; centen
足取り ashidori (1) manier van lopen; gang; pas; tred; (2) [sumō-jargon] beengreep [het onderuithalen of uit de ring stoten van de tegenstander na vastgrijpen van diens been]; (3) [犯人の] gangen; spoor; [i.h.b.] vluchtroute; (4) traject; proces; vorderingen; evolutie; ontwikkeling; (5) [econ.] trend; tendens; koersbeweging; activiteit; conjunctuur; stemming; markt; (6) [econ.] koersgrafiek; chart; (7) [shamisen-muz.] tempoverandering in het midden van een stuk
ashi (1) [anat.] been; poot; [inform.] stelt; [烏賊;蛸の] arm; tentakel; (2) [anat.] voet; (3) mannelijk geslachtsdeel; derde been; (4) [fig.] poot; onderstel; stut; [山の] voet; [旗の] vlucht; (5) [wisk.] voet; voetpunt; (6) onderste gedeelte van een Chinees karakter; (7) ashikanamono [= metalen ringen aan een zwaardschede ter bevestiging van rijgsnoeren]; (8) stap; tred; schrede; pas; gang; loop; tempo; (9) [paardensport] [馬の] gang; snelheid; (10) [scheepv.] vaart; snelheid; (11) [scheepv.] levend werk [= deel van een schip dat zich in het water bevindt]; diepgang; (12) [scheepv.] stabiliteit; stijfheid; (13) [客の] bezoek; aanloop; opkomst; klandizie; (14) [犯人の] gangen; spoor; [i.h.b.] vluchtroute; (15) aanwijzing; spoor; aanknopingspunt; (16) [雨;雲;風の] drift; gesteldheid; (17) vervoer; transport; vervoermiddel; transportmiddel; [meton.] gelegenheid; (18) transportkosten; vervoerkosten; vervoerprijs; reiskosten; (19) geld; geldmiddelen; middelen; (20) [武士の] dotatie; apanage; toelage; (21) rente; interest; intrest; (22) verlies; derving; tekort; gebrek; [i.h.b.] schuld; (23) [beurst.] koers; marktbeweging; trend; tendens; (24) [食べ物の] houdbaarheid; (25) [餅の] kleverigheid; plakkerigheid; (26) [酒の] kwaliteit; karakter; (27) [網目の] maaswijdte; (28) [柿葺きで] overstek [= afstand waarmee de ene dakspaan over de andere uitsteekt]; (29) poppenspeler die het voetenwerk van een marionet bedient; (30) prostituee; liefje; (31) circa …; ongeveer …
関門 kanmon (1) grenspost; grensovergang; pas; poort; controlepost; checkpoint; (2) [fig.] horde; hindernis; hinderpaal; barrière; obstakel; beproeving; drempel; (3) [beurst.] peil; niveau; (4) Kanmon [Shimonoseki 下関 en Moji 門司 (stadsdeel van Kitakyūshū 北九州) als samenwerkende partners]
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.41 sec. jiten.nl: 9 treffers, warandict: 28 treffers (zoekopdracht: 'pas'). 
2005-2026