日蘭辭典+

46 resultaten voor ‘wel’
日蘭辭典 (trefwoord)
yareやれ
t.w. wel ! och ! hè !
de
vw. en; wel ...... ; dus; toen. ¶ では行かなかった en toen ben ik niet gegaan. ¶ で何様しようと云ふのか wel, wat denk je nu te gaan doen?
naruhodo成程
(成る程) bw. inderdaad; werkelijk; tw. och kom!; wat je zegt! wel wel!
mazu先づ
(先ず) bw. (1) [第一に] in de eerste plaats; om te beginnen. (2) [凡そ] ongeveer; zoo wat; zoo goed als. (3) [では] wel; nu dan. ¶ 先づ第一に in de eerste plaats. ¶ 先づ十里 ongeveer tien mijl. ¶ 先づ見込がない zoo goed als geen hoop. ¶ 先づ水曜として置くwel, zullen we zeggen woensdag?
dōyaraどうやら
bw. vermoedelijk; wel. ¶ どうやら天氣になりそうだ het zal wel goed weer worden. ¶ どうやらかうやら op de een of andere manier; zoo goed en zoo kwaad mogelijk.
māmāまあまあ
tw. wel wel!
sate偖、扠

bw. nu dan; wel; kom aan. ¶ さてこれでお暇致しませう komaan; ik moet eens opstappen.

satemo satemo扠も扠も

tw. wel wel!; och och!

TEKST EN UITLEG (trefwoord)
bron:Aozora Bunko╱Mori Ōgai╱De wilde gans 〈1:10-11〉〈青空文庫〉森鴎外『雁』
先ずざっとこう云う性の尊敬を受け、それに乗じて威福を擅にすると云うのが常である。然るに上条でを利かせている、の壁は頗るを殊にしていた。

Mazu zatto kō yū tachi no otoko ga sonkei wo uke, sore ni jōjite ifuku wo hoshiimama ni suru to yū no ga tsune de aru. Shikaru ni Kamijō de haba ga kikasete iru, boku no kabe tonari no otoko wa sukoburu omomuki wo koto ni shite ita.

Wel, het was normaal dat zo’n soort man respect kreeg en zich daarvan bediende om naar wens zijn invloed uit te oefenen. Echter, als ik het heb over de man die mijn buurman was in Kamijou en daar zijn invloed deed gelden, die had een uitzonderlijke stijl.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <wel>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
ああ aa (1) o; och; ach; wel; eh; zeg; (2) ja; inderdaad; (3) neen; nee; (4) zo; aldus; alzo; zus
あのね anone nou; wel; weet je; kijk eens; luister eens; hoor es; zeg; zeg eens
いで ide (1) komaan; vooruit; allee; welaan; kom op; ju; [veroud.] tsa; (2) zo; goed; bon; (3) jee; jeetje; ai; (4) nee; (5) wel; nu; nou; goed
ええ ee (1) ja; yep; (2) eh; nou; wel; wacht eens; even denken; eens kijken
ええと eeto wel; euh
おやおや oyaoya (1) hé?; o?; wat?; (2) goeie genade!; lieve hemel!; nee maar!; wel; heb je me ooit!; asjemenou!; ach jee!; o nee!; goeie help!; gottegot!; och gunst!; hemeltje!; mamma mia!; olala!
さあ saa (1) komaan!; kom op!; welaan!; [veroud.] tsa!; (2) zo; nou; wel; tja
さて sate (1) trouwens; tussen haakjes; overigens; à propos; terloops (gezegd); dit terzijde; wat ik zeggen wou; in het voorbijgaan; en passant; (2) nu; nou; welnu; zo; wel; tja; (3) maar
して shite en; nu; wel
じゃあ jaa (1) dan; dus; nou (dan); in dat geval; als het zo zit; als dat zo is; (2) nu goed; okay dan; wel; nou (dan); welnu; ziezo; zo [inform.;ter uitdrukking van de aanvang of beëindiging van een handeling]; (3) dag; dááág; de groeten; nou tot ziens; gegroet; tot kijk; tot spoedig; tot gauw; tot later; [inform.] doei; [inform.] tsjuus; [inform.] de mazzel; [inform.] doeg; [inform.] tabee; [inform.] adé; [inform.] aju; [inform.] ajuus; [inform.] saluut(jes) [als afscheidsgroet;gevolgd door ne ね]
じゃ ja (1) dan; dus; nou (dan); in dat geval; als het zo zit; als dat zo is; (2) nu goed; okay dan; wel; nou (dan); welnu; ziezo; zo; (3) in; te [inform.;m.b.t. een plaatsaanduiding]; (4) qua; inzake; voor (zover); wat ~ betreft; wat ~ aangaat; als het op ~ aankomt; waar het ~ betreft; als het op ~ aankomt [inform.]; (5) afgaande op; naar ~ te oordelen; volgens ~ [inform.]; (6) bij [regen enz.]; met; voor [zo'n luttel bedrag enz.] [inform.;m.b.t. beding]; (7) me dunkt; dat ~ [elliptisch voor de informele uitgang ja nai n darō ka じゃないんだろうか]; (8) [onderdeel van de informele negatieve constructie ~ ja (~) nai ~じゃ(~)ない;blijft onvertaald]; (9) dag; dááág; tot ziens; tot kijk; doei; tsjuus; doeg [als afscheidsgroet;gevolgd door ne ね]
せめて semete (1) op z'n minst; minstens; minimaal; wel; toch even; ten minste; allicht; (2) op z'n best; hooguit; hoogstens; in het beste geval; maximaal
そもそも somosomo (1) om te beginnen; in; op de eerste plaats; aanvankelijk; oorspronkelijk; ten eerste; eerst en vooral; in beginsel; in principe; feitelijk; in de grond; au fond; (2) in hemelsnaam; nu dan; wel; nu eigenlijk
だけ dake (1) […~] [drukt mate;omvang uit] wel; maar liefst; zoveel als; (2) […~] [drukt gepastheid uit]; (3) […~] [drukt beperking uit] enkel; alleen; slechts; maar; niet meer dan; niets dan
ちゃんと chanto (1) netjes; fatsoenlijk; keurig; zoals het hoort; goed; prompt; wel; degelijk; fatsoenlijk; terdege; deugdelijk; behoorlijk [vaak door shita した gevolgd]; (2) zeker; precies; exact; perfect
では deha (1) [conclusief voegwoord] dan; dus; nou dan; in dat geval; als het zo zit; als dat zo is; (2) [drukt een begin- of eindpunt uit] nu goed; okay dan; wel; nou dan; welnu; ziezo; zo
はい hai (1) ja; jawel; jazeker; inderdaad; begrepen; okay; o.k.; in orde; akkoord; [scheepv.] tot uw orders; (2) aanwezig; present [bij naamafroeping]; (3) alstublieft; hier; voilà; ziehier; (4) nou; o.k.; wel; zo [om aandacht te trekken]
はて hate (1) hm; mmm; eh; uh; uhm; ahum [= uiting van twijfel of van aarzeling]; (2) wel; eh; maar [= respons op een vraag]
まあ maa (1) wel; kom; komaan; toe; welaan; toch [drukt een uitnodiging of berusting uit]; (2) nou; mwah (vooruit dan maar); laten we zeggen; wel [drukt voorbehoud uit]; (3) o!; hé!; ha; wel verdraaid; nee maar!; lieve hemel [uitroep van verwondering;verrassing enz.;vaak vrouwentaal]
よもや yomoya (1) [~…ない] zeker niet; onmogelijk; zeer onwaarschijnlijk; (2) misschien; wellicht; allicht; mogelijk; vermoedelijk; waarschijnlijk; denkelijk; wel
アア;唖々;嗚呼 aa (1) zo; dermate; dusdanig; (2) (alleen 唖々) kra kra [nabootsing van het geluid dat de kraai maakt]; (3) (alleen 嗚呼) o; ah; och; ach; aha; helaas; eilaas; (4) (alleen 嗚呼) hei; hé; zeg; hoi; hè; dag; hallo; (5) (alleen 嗚呼) ja; yep; hm; oké; OK; in orde; akkoord; afgesproken; (6) (alleen 嗚呼) hm; wel; eh; (7) (alleen 嗚呼) ai; au; (8) (alleen 嗚呼) oef; poe; hé; pf; oeh; bah
一丁;一挺;一梃 itchou (1) [鋤~] één spade; één ploeg; [鍬~] één schoffel; [鋸~] één zaag; [櫓;櫂~] één roeiriem; één roeispaan; [槍~] één speer; [銃~] één geweer; [墨~] één inktblokje; [三味線~] één shamisen; [剃刀~] één scheermesje; [蝋燭~] één kaars; [鋏~] één schaar; (2) [駕籠~] één palankijn; [人力車~] één riksja; (3) [料理肴~] één portie; één schotel; één bord; één bestelling; [酒~] één glas; (4) [豆腐~] één blok; (5) [書物の] boekblad; (6) [将棋~] één partijtje; één spelletje; (7) [楊弓;大弓で] score van honderd; (8) [ton.] ratelslag [kondigt een coup de théâtre of het einde van het stuk aan]; (9) welnu; wel; nu; nou
i (1) put; waterput; (2) bronput; bronwel; wel
何せ nanse in elk geval; hoe dan ook; nu eenmaal; tenslotte; immers; wel; nou
何と nanto (1) hoe; op welke wijze; (2) wat!; hoe!; zo'n!; (3) hoezo; (4) allemachtig; asjemenou; hemeltje; menslief; wow; [Belg.N.] amai; (5) wel
dore (1) welke (ervan); wat; (2) nu dan; welnu; zo; nou; wel; goed
健康 kenkou (1) (goede) gezondheid; welzijn; welvaren; welbevinden; welstand; (2) gezond; niet ziek; wel; in een toestand van welzijn; in orde
其れで sorede (1) daarmee; (2) (en) dus; zodoende; bijgevolg; (en) daardoor; derhalve; daarom; vandaar; dientengevolge; om die reden; op grond daarvan; (3) en toen?; en dan?; en vervolgens?; wel; wat dan?
其れでは soredeha (1) dus; dan; in dat geval; (2) wel; okay dan; nu goed; nou (dan); welnu; ziezo; zo [ter uitdrukking van de aanvang of beëindiging van een handeling]; (3) tot dan; tot ziens; dag [als afscheidsgroet]
多分 tabun (1) waarschijnlijk; wellicht; allicht; misschien; denkelijk; vermoedelijk; wel; (2) veel; heel wat; ruim voldoende; in ruime; hoge; grote; sterke; belangrijke mate; genoeg; ruimschoots; rijkelijk; niet afgemeten; grotendeels; [form.] grotelijks; (3) royaal; gul; flink; fors; ferm; ruim; mild; rijkelijk; omvangrijk; aanzienlijk
如何して doushite (1) waarom; waartoe; om welke reden; hoe komt het dat ~; (2) hoe; op welke wijze; hoezo; (1) wel; in feite; eigenlijk; feitelijk; (2) integendeel; juist niet
如何;何う dou (1) hoe; op welke wijze; (2) wel; hoe; wat [vind je van ~]
少なくとも sukunakutomo minstens; ten minste; niet minder dan; wel; minimaal; op zijn minst; het minste dat ~; (al)licht; althans
既に;已に sudeni (1) reeds; al; al eerder; onderhand; [form.] bereids; (2) tevoren; eerder; voordien; vroeger; vooraf; (3) echt; alvast; vast; wel
源泉 gensen bron; wel; oerbron; [fig.] oorsprong; [fig.] bronader; [fig.] bronwel; [fig.] ader
gen (a) waterbron; wel; (b) oorsprong; bron; (c) [Jap.gesch.] Minamoto
確か;慥か tashika (1) zeker; vaststaand; positief; afdoend; gewis; verzekerd; onomstotelijk; onweerlegbaar; ontegenzeglijk; ontwijfelbaar; onmiskenbaar; onbetwistbaar; pertinent; (2) betrouwbaar; te vertrouwen; geaccrediteerd; gewaarborgd; solide; gedegen; authentiek; onfeilbaar; nimmer falend; feilloos; (3) [i.c.m. 頭;気 e.d.] gezond; o.k.; degelijk; wel; in orde; (4) exact; precies; juist; nauwkeurig; (5) zeker; beslist; vast (en zeker); stellig; natuurlijk; inderdaad; toegegeven; ongetwijfeld; met zekerheid; zonder twijfel; naar alle waarschijnlijkheid; gegarandeerd; voorwaar; welzeker; zonder mankeren; [form.] voorzeker; weliswaar; (6) als ik (het) me goed herinner; als ik het wel heb; ik geloof; meen; denk; ik maak me sterk
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 2.06 sec. jiten.nl: 9 treffers, warandict: 37 treffers (zoekopdracht: 'wel'). 
2005-2026