
日
蘭
蘭
辭
典
典
日蘭辭典+
日蘭辭典 (trefwoord)
to・と
vw. (1) [及び] en. bw. (2) [さうすると] dan. (3) [假定] indien; als. vz. (4) [一緖に] met. (5) [丁度其時] wanneer; zoodra; toen. ¶ 犬と猫 honden en katten. ¶ 英國との同盟 verbond met Engeland. ¶ 友達と別れる scheiden van zijn vrienden. ¶ 食事が終わると als we klaar zijn met eten; zoodra het eten afgelopen is. ¶ あの人が君の叔父さんと思った ik zag dien man voor je oom aan; ik dacht, dat het je oom was.
SUPPLEMENT (trefwoord)
teishō・提唱
(zn., suru-ww) (1) Het bepleiten [voorstellen; voorstaan; voorstellen; verdedigen; presenteren] van een zaak; voorstel; verdediging; presentatie. ¶ 提唱する teishōsuru [een zaak; iets] bepleiten; voorstaan; voorstellen; verdedigen; presenteren. ¶ 提唱者 teishōsha voorsteller; pleiter; verdediger; presentator. ¶ 彼の学説が初めて提唱された時は、誰もそれを信じなかった。 Kare no gakusetsu ga hajimete teishōsareta toki wa, dare mo sore wo shinjinakatta. Toen zijn theorie voor het eerst werd gepresenteerd vond die geen enkele steun. ¶ 電力不足対策のスーパークールビズとして、ポロシャツやアロハシャツの着用が提唱された。Denryokubusoku taisaku no sūpākūrubizu to shite, poroshatsu ya arohashatsu no chakuyō ga teishōsarete. In het kader van de Super Cool Biz maatregel voor het bestrijden van energietekorten werd het dragen van poloshirts en alohashirts [hawaïshirts] bepleit. [NB Cool Biz en later Super Cool Biz waren initiatieven van de Japanse overheid om bedrijven te stimuleren het mogelijk te maken om de airco op een lagere temperatuur zetten door werknemers zich luchtiger te laten kleden] (2) (a) Het uitleggen [verklaren; uiteenzetten; behandelen] van iets; uitleg; verklaring; uiteenzetting; lezing. (b) specifiek het uitleggen van de doctrines in Zenboeddhisme. ¶ 提唱する teishōsuru uitleggen; verklaren; behandelen; uiteenzetten. ¶ 禅家の提唱 Zenke no teishō Catechetische vraag voor meditatie in Zen.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <toen>
あの頃 anokoro in die dagen; in die tijd; destijds; toen; toenmaals; toentertijd
すると suruto (1) (net; en) toen; (net) op dat moment; waarna; waarop; vervolgens; daarop; daarna; (2) in dat geval; dus; dan; mocht dat het geval zijn; in casu quo; als dat zo is; zo ja; [arch.] alsdan
そこで sokode (1) dan; aldus; dus; daarom; zodoende; vandaar; [form.] derhalve; daardoor; bijgevolg; (2) nu dan; welnu; nou; en dan nu; (3) dan; op dat ogenblik; moment; toen
その頃 sonokoro destijds; in die dagen; tijd; periode; op zekere dag; op dat ogenblik; moment; toen; dan; toentertijd; toenmaals
たら tara (1) [partikel dat een topic met lichte kritiek;minachting of genegenheid aangeeft;vaak ttara ったら gespeld]; (2) wat!; hoe! [uitgang waarmee iems. gebrek aan inzicht bekritiseerd;berispt wordt]; (3) als; wanneer; toen
と to (1) […ぬ~] alvorens; voordat; (2) wanneer; toen
其の時 sonotoki toen; in die tijd; op dat moment; dat (bepaalde) ogenblik; dat tijdstip; dan; destijds; indertijd; toentertijd; toenmaals; te dien tijde
其れから sorekara (1) (en) daarna; (en) toen; daarop; dan; vervolgens; verder; nadien; (2) van toen af; sedertdien; sindsdien; (3) en
否や inaya (1) bezwaar; niet-instemming; afkeuring; weigering; (2) goed- of afkeuring; aanvaarding of weigering; (3) […や~] meteen als; toen; zodra; (4) […や~] wel of niet; al dan niet; (5) neenee; nee toch; (6) nee toch
当代 tōdai (1) huidige tijd; heden; huidige generatie; geslacht; (2) die tijd; dagen; destijds; toen; toentertijd; (3) huidig familiehoofd; huidige meester; pater familias; (4) huidige keizer; deze keizer
当年 tōnen (1) dit jaar; van 't jaar; in het huidige jaar; (2) dat jaar; toen; toentertijd; destijds
当時 tōji (1) die tijd(en); die dagen; (2) toen; destijds; toentertijd; toenmaals; indertijd; (3) heden; thans; tegenwoordig; vandaag; momenteel; nu; in deze tijd; vandaag de dag
時に tokini (1) bijwijlen; van tijd tot tijd; soms; nu en dan; af en toe; bij gelegenheid; (2) toen; in die tijd; destijds; we schrijven nu …; (3) trouwens; à propos; zeg; tussen twee haakjes; overigens; terloops
時;秋 toki (1) tijd; [arch.] stond; (2) tijd; periode; [i.h.b.] seizoen; (3) [in die] tijden; [in die] dagen; toenmalig; (4) allesbeslissend moment; kritiek punt; scharniermoment [spelling: toki 秋]; (5) kans; gunstige gelegenheid; gelegen tijd; (6) [spraakk.] tijd; tempus; (7) geval; keer; gelegenheid; moment; ogenblik; (8) toen; wanneer
暁 akatsuki (1) dageraad; ochtendgloren; morgenrood; aanbreken; krieken van de dag; morgenkrieken; ochtendstond; morgenstond; zonsopgang; morgenschemering; ochtendlicht; (2) wanneer; toen; bij
然うして soushite (1) en; (en) dan; (en) toen; (en) daarna; daarop; vervolgens; (2) (en) zo; aldus; op die manier; op die wijze
頃 koro (1) tijdstip; moment; tijd; (2) terwijl ~; gedurende de tijd dat ~; toen ~; ten tijde dat ~; (3) omstreeks ~; rond het tijdstip van ~
Tijd: 1.06 sec. jiten.nl: 5 treffers, warandict: 17 treffers (zoekopdracht: 'toen').
2005-2026
