日蘭辭典+

21 resultaten voor ‘antwoorden’
日蘭辭典 (trefwoord)
mondō問答
zn. vragen en antwoorden o.; dialoog v.; samenspraak v.; catechismus (禪宗などの) m.
kōsan降參

zn. (1) [降服] overgave v.; onderwerping v. (2) [閉口] stomheid v.; mond vol tanden. ¶ 降參する zich overgeven; zich gewonnen geven; den strijd opgeven. ¶ 閉口する met stomheid geslagen zijn; niets weten te antwoorden; met den mond vol tanden staan; geen uitweg weten.

kotae

(答え) zn. (1) [返答] antwoord o. (2) [解答] uitkomst v.; antwoord o.; oplossing v. (3) [效用] resultaat o.; uitwerking v. ¶ 答へる antwoorden; beantwoorden; antwoord geven. ¶ に答へて in antwoord op.... ¶ 身體にこたへる van invloed zijn op de gezondheid.

kōtei肯定

zn. bevestiging v. ¶ 肯定的 bevestigend; in bevestigenden zin. ¶ 肯定する bevestigen; „jaantwoorden.

kurushimu苦む

i.w. (1) [痛む] lijden. (2) [悩む] gekweld worden; zuchten onder. ¶ 返答に苦む niet weten, wat te antwoorden.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <antwoorden>
アンケートに答える ankētonikotaeru antwoorden; responderen op een enquête; een vragenlijst invullen
キー (1) [ピアノ;タイプライターの] toets; (2) sleutel; (3) oplossing; verklaring; (lijst met) antwoorden; (4) Key; Francis Scott [Amerikaans jurist;auteur van het Amerikaanse volkslied;1779-1843]; (5) sleutel-; hoofd-; voornaamste …; belangrijkste …; (6) [krassend geluid van een viool]; (7) [schurend geluid van een scharnier]; (8) [krijsend geluid van een adelaar;havik]
回答する kaitōsuru antwoorden
報復する hōfukusuru (1) wraak; revanche nemen; vergelden; zich revancheren; betaald zetten; een koekje van eigen deeg geven; met gelijke munt terugbetalen; (2) represaillemaatregelen nemen; (3) riposteren; antwoorden; repliceren; reageren
fuku (1) [gesch.] vrijstelling van hand-en-spandiensten; (2) fù ䷗ [= "terugkeren";één van de 64 hexagrammen]; (a) terugkeren; (b) terugvallen; weer in z'n oude staat brengen; (c) herhalen; (d) antwoorden; (e) wraak nemen
応じる ōjiru (1) antwoorden; antwoord geven; ten antwoord geven; (2) [m.b.t. handeling;situatie etc.] beantwoorden; reageren op; weerwerk geven; (3) toestemmen; instemmen; akkoord gaan; aanvaarden; honoreren; inwilligen; toestaan; aannemen; consenteren; het groene licht geven voor; (4) solliciteren; zich inschrijven; zich opgeven; zich aanmelden; [w.g.] appliceren; (5) vervullen; voldoen aan; voldoende zijn; tevreden stellen; bevredigen
応ずる ōzuru (1) antwoorden; antwoord geven; ten antwoord geven; (2) [m.b.t. handeling;situatie etc.] beantwoorden; reageren op; weerwerk geven; (3) toestemmen; instemmen; akkoord gaan; inwilligen; toestaan; consenteren; het groene licht geven voor; (4) solliciteren; zich inschrijven; zich opgeven; zich aanmelden; [w.g.] appliceren; (5) vervullen; voldoen aan; voldoende zijn; tevreden stellen; bevredigen
応答する ōtōsuru reageren; antwoorden; gehoor geven; beantwoorden; repliceren; responderen
応酬する ōshūsuru (1) uitwisselen; geven en nemen; wederzijds geven; (2) antwoorden; reageren; reciproceren; (3) drankjes uitwisselen; (4) met gelijke munt betalen; betaald zetten; terugbetalen; vergelden; lik op stuk geven; terugslaan; terugkaatsen
挨拶する aisatsusuru (1) groeten; begroeten; salueren; complimenteren; [i.h.b.] een beleefdheidsbezoek brengen; [i.h.b.] goedendagzeggen; (2) een speech afsteken; speechen; een toespraak houden; een rede houden; een rede uitspreken; een rede uitspreken; een redevoering houden; een paar woorden zeggen; een kort woord spreken; (3) antwoorden; antwoord geven; reageren; zich verontschuldigen; zich excuseren; zijn excuses maken; verlof vragen; permissie vragen; kennisgeven; op de hoogte stellen; aankondigen; verwittigen
答える;応える;報える kotaeru (1) antwoorden; beantwoorden; een antwoord geven op; ten antwoord geven; repliceren; een repliek geven; (2) reageren op; reactie vertonen op; weerwerk geven; (3) oplossen; een oplossing vinden voor; eruit komen; berekenen; (4) belonen; vergelden; vergoeden; als loon geven voor; voldoening geven voor; een wederdienst bewijzen; (5) effect hebben; effect ressorteren; invloed hebben op; beïnvloeden; aangrijpen; aanpakken; treffen; een sterke indruk op het gevoel nalaten; een sterke indruk op het gestel maken; moeilijk zijn; hard zijn
答弁する;答辯する tōbensuru antwoorden; repliceren; zich verweren; zich verantwoorden
答礼する tōreisuru (1) tegengroeten; een wedergroet brengen; een groet beantwoorden; [scheepv.] antwoorden; (2) een tegenbezoek brengen
(a) antwoorden; repliceren; (b) antwoord; oplossing
言い返す īkaesu (1) weerwoord geven; antwoorden; de bal terugkaatsen; repliceren; van repliek dienen; riposteren; terugwerpen; (2) nog eens zeggen; herzeggen; herhalen; weerzeggen
返事する;返辞する henjisuru antwoorden; (een) antwoord geven; repliceren; responderen; reageren; beantwoorden; [arch.] bescheid geven; [i.h.b.] rescriberen
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.64 sec. jiten.nl: 5 treffers, warandict: 16 treffers (zoekopdracht: 'antwoorden'). 
2005-2026