RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <bevestigen>
くっ付ける kuttsukeru (1) vastmaken; bevestigen; vasthechten; aanhechten; aanvoegen; (2) vastlijmen; aanlijmen; vastkleven; vastplakken; aanplakken; aaneenplakken
付 fu (a) overhandigen; geven; schenken; (b) hechten; bevestigen; zich vastzetten; (c) sturen; zenden; bezorgen; (d) aan een ander overlaten; toevertrouwen
叙任する joninsuru aanstellen; benoemen; installeren; bevestigen
吊る tsuru (1) ophangen; hangen; [m.b.t. zwaard] gorden; [m.b.t. legplank] bevestigen; [i.c.m. -ている] dragen; [i.c.m. 首を] zich ophangen; [i.c.m. 首を] zich verhangen; (2) [sumō-jargon] optillen; (3) [m.b.t. wenkbrauwen e.d.] rijzen
固める katameru hard maken; harden; verharden; verstevigen; stijf maken; stijven; verstijven; versterken; bevestigen; vast maken; consolideren; sterken; staven; bekrachtigen; [身を] zich settelen; [荷物を] verzamelen; samenbrengen
固定する koteisuru vastzetten; fixeren; bevestigen; vastleggen; vasthechten; vastklinken; vastslaan; vaststeken; vastspijkeren; verankeren; consolideren
据える;居える sueru (1) plaatsen; installeren; zetten; leggen; stellen; (2) bevestigen; monteren; vastzetten; (3) een functie doen innemen; plaats doen nemen; installeren; bevestigen; aanstellen als; benoemen tot; (4) [目を] vestigen op; fixeren op; concentreren op; [度胸を] vatten; verzamelen; scheppen; [腰を] toeleggen; [腹を] bepalen; besluiten
据え付ける suetsukeru installeren; bevestigen; monteren; vastzetten
断定する danteisuru (1) affirmeren; bevestigen; verzekeren; (2) besluiten; vaststellen; concluderen; tot de slotsom komen (dat); beslissen; decideren; uitmaken
断言する dangensuru verzekeren; staande houden; bevestigen; garanderen; uitdrukkelijk verklaren; gedecideerd zeggen; betuigen; asserteren; affirmeren; getuigen; zweren; bezweren
物語る monogataru (1) vertellen; verhalen; berichten; debiteren; (2) tonen; getuigen van; [heel wat] zeggen over; verklaren; wijzen op; blijk geven van; bevestigen; staven; een teken zijn van; een bewijs zijn van; getuigenis afleggen van; verraden
留める tomeru (1) vastmaken; bevestigen; vastzetten; vastbinden; vastklemmen; vasthechten; vastleggen; fixeren; hechten; op z'n plaats houden; [糸を] afhechten; [編み目を] afkanten; [ロープを] vastsjorren; beleggen; seizen; [鋲で] vastkloppen; vastklinken; [釘で] vastnagelen; vastspijkeren; [ピンで] vastpinnen; [ボタンで] dichtknopen; toeknopen; vastknopen; [ホック;かぎで] aanhaken; vasthaken; dichthaken; (2) ophouden; tegenhouden; aanhouden; vasthouden; gevangen houden; in hechtenis houden; in arrest houden; in verzekerde bewaring houden; detineren; [学校で] laten nablijven; laten schoolblijven; (3) [心;気に] denken aan; ernstig overdenken; in acht nemen; acht slaan op; letten op; in gedachten houden; voor ogen houden; rekening houden met; zich aantrekken; aandacht schenken aan; ter harte nemen; indachtig zijn; gedachtig zijn; onthouden; in het hart prenten; in het gemoed prenten; (4) […に目を] de ogen vestigen op
確証する kakushōsuru bevestigen; confirmeren; bekrachtigen; staven; bewaarheiden; [誓って] beëdigen; beëden
確認する kakuninsuru bevestigen; certificeren; bekrachtigen
肯定する kōteisuru bevestigen; affirmeren; ja antwoorden
装着する sōchakusuru bevestigen; installeren; aanbrengen; uitrusten; voorzien van; monteren
裏付ける urazukeru (1) staven; ondersteunen; funderen; van gronden voorzien; onderbouwen; steunen; schragen; sterken; substantiëren; bewijs leveren; corroboreren; confirmeren; bewijzen; bevestigen; bekrachtigen; (2) voeren; een voering aanbrengen in; van binnen bekleden
言い切る īkiru (1) verzekeren; bevestigen; garanderen; asserteren; (2) uitzeggen; uitspreken; ten einde zeggen; spreken; (3) het einde van de omgang aanzeggen
言明する genmeisuru (1) verklaren; (2) beweren; verzekeren; bevestigen
証明する;證明する shōmeisuru (1) bewijzen; aantonen; tonen; demonstreren; adstrueren; getuigen (van); blijk geven (van); een bewijs zijn van; het bewijs leveren (dat); getuigenis afleggen (van); tot getuigenis strekken (van); hard maken; staven; substantiëren; corroboreren; verifiëren; waarmaken; bewaarheiden; van gronden voorzien; [i.h.b.] prouveren (voor); (2) attesteren; (officieel) verklaren; certificeren; certifiëren; bevestigen
認証する ninshōsuru bevestigen; certificeren; certifiëren; bekrachtigen; attesteren; waarmerken; accrediteren
追認する tsuininsuru bevestigen; ratificeren