日蘭辭典+

31 resultaten voor ‘bestemming’
日蘭辭典 (trefwoord)
ikisaki行先
(行き先) zn. bestemming v.; plaats van bestemming; doel van de reis.
atedo當途
(当て所) zn. doel o.; bestemming v.
atedokoro當所
(当所、当て所) zn. doel o.; bestemming v.; atena も見よ.
hōkō方向
zn. (1) [方面] richting v. (2) [進路] koers m. (3) [目的] doel o.; bestemming
haitatsu配達
zn. bezorging v.; bestelling v. ¶ 配達する bestellen; bezorgen. ¶ 郵便配達 brievenbesteller. ¶ 配達先 bestemming; adres. ¶ 配達高 (新聞の) oplage.
yukisaki行先

zn. bestemming v.; plaats, waarheen iemand gegaan is.

yukidokoro行所
yuki

zn. bestemming v. ¶ 下草行はお乘換へ voor Asakusa overstappen.

unchin運賃

zn. vracht v.; vervoerkosten m.mv. ¶ 旅客運賃 reiskosten; passage. ¶ 運賃拂濟 franco. ¶ 運賃保險料込み c.i.f. (kosten, verzekering en vracht inbegrepen). ¶ 運賃前拂 vooraf betaalde vracht. ¶ 運賃元拂 vracht betaald ter plaats van afzending. ¶ 運賃無料 vrij van vervoerkosten. ¶ 運賃率 vrachttarief. ¶ 運賃先拂 vracht betaalbaar ter plaatse van bestemming.

tsuku著く

(著く) i.w. aankomen; t.w. bereiken. ¶ 目的地に著く bestemming bereiken. ¶ 家に著く thuiskomen.

tsukaisaki使先

zn. bestemming van een bode; plaats waar men een boodschap moet brengen.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <bestemming>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
使途;支途 shito bestedingswijze; aanwendingswijze; manier van spenderen; bestemming
充当 juutou (1) toewijzing; besteding; aanwending; bestemming; allocatie; (2) [psych.] cathexis
先方 senpou (1) partner; tegenpartij; wederpartij; comparant ter andere zijde; [i.h.a.] hij; zij; ze; [postwezen] ontvanger; bestemmeling; (2) [~に] vooruit; voorop; voor de boeg; (3) bestemming; eindpunt; [i.h.b.] reisbestemming; reisdoel
saki (1) (puntig) uiteinde; eind; punt; spits; tip(je); top(je); [m.b.t. processie enz.] kop; hoofd; (2) toekomst; wat komen moet; wat te wachten staat; vooruitzicht; aspect; verschiet; wat de toekomst in petto heeft; [fig.] voorland; (3) vervolg; wat volgt; wat later komt; volgende gebeurtenis; (4) wat verder; wat voorop; (5) plaats van bestemming; -bestemming; (6) wederpartij; (onderhandelings)partner; de ander; (7) [attr.] vorig; voormalig; vroeger; voorgaand; voorafgaand
向き muki (1) richting; ligging; oriëntatie; positie; gerichtheid; (2) bestemming; geschiktheid; aangewezenheid; bedoeling; (3) betrokkene; belanghebbende; mensen die ~; (4) opvliegendheid
宛て先 atesaki (1) adres; bestemming; (2) geadresseerde; adressaat; [Belg.N.] bestemmeling
宿命 shukumei lot; bestemming; beschikking; noodlot; fatum
届け先 todokesaki (1) geadresseerde; adressaat; [Belg.N.] bestemmeling; ontvanger; [i.h.b.] geconsigneerde; (2) plaats waarnaartoe de aangifte; rapportering gestuurd dient te worden; adres van de ontvanger; bestemming
当て所 atedo doel; bestemming; oogmerk
指定 shitei aanwijzing; bepaling; bestemming; vaststelling; designatie; [jur.] appointement
okite (1) regel; voorschrift; wet; gebod; bepaling; verordening; statuut; (2) maatregel; beschikking; instructie; (3) regeling; behandeling; omgang; procedure; regelgeving; reglement; code; (4) overeenkomst; afspraak; (5) verwachting; plan; voornemen; (6) houding; stemming; instelling; gemoedsgesteldheid; (7) lot; bestemming
haka (1) quotum; (2) doel; bestemming; (3) vordering; vooruitgang
目的 mokuteki doel; oogmerk; [veroud.] oogwit; bedoeling; doelstelling; intentie; voornemen; streefdoel; doeleinde; plan; opzet; objectief; onderwerp; streven; mikpunt; bestemming; einddoel
約束 yakusoku (1) belofte; toezegging; z'n gegeven woord; afspraak; overeenkomst; verbintenis; engagement; akkoord; deal; pact; schikking; contract; convenant; [jur.] convenu; koop; [Lat.] pactum; (2) afspraak; afspraakje; rendez-vous; ontmoeting; date; (3) regel; conventie; gewoonte; gebruik; bepaling; voorschrift; (4) lot; noodlot; fatum; bestemming; beschikking; Gods voorzienigheid; Gods wegen; (5) bundeling; opbinding; (6) reservering van een geisha
行き先 ikisaki (1) bestemming; reisbestemming; doel; reisdoel; destinatie; (2) waar iem. zich ophoudt; verblijfplaats; (3) toekomst
行き先 yukisaki (1) bestemming; reisbestemming; doel; reisdoel; destinatie; (2) waar iem. zich ophoudt; verblijfplaats; (3) toekomst
行く先 ikusaki (1) bestemming; eindpunt; doel; (2) plaats waar iem.; iets zich bevindt; (3) toekomst; wat te gebeuren staat
行く先 yukusaki (1) bestemming; eindpunt; doel; (2) plaats waar iem.; iets zich bevindt; (3) toekomst; wat te gebeuren staat
送り先 okurisaki bestemming; geadresseerde; adressaat; ontvanger; [Belg.N.] bestemmeling; [i.h.b.] geconsigneerde; [i.h.b.] consignataris
運命 unmei lot; bestemming; noodlot; fatum; fortuin; lotsbeschikking; levenslot
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.85 sec. jiten.nl: 11 treffers, warandict: 20 treffers (zoekopdracht: 'bestemming'). 
2005-2026