日蘭辭典+

31 resultaten voor ‘passage’
日蘭辭典 (trefwoord)
rōka廊下

(廊下) zn. galerij v.; gaanderij v.; overdekte gang v.

kudari

zn. regel m.; passage v.

watari

zn. (1) [渡ること] overtocht m.; overvaart v.; passage v. (2) [舶來] invoer m. (3) [渡板] loopplank v. (4) [直徑] doorsnede v. (5) [交涉] onderhandeling v. ¶ 渡りに船と…¶ する met graagte gebruik maken van. ¶ 渡りをつける tot overeenstemming komen; relatie knoopen.

unchin運賃

zn. vracht v.; vervoerkosten m.mv. ¶ 旅客運賃 reiskosten; passage. ¶ 運賃拂濟 franco. ¶ 運賃保險料込み c.i.f. (kosten, verzekering en vracht inbegrepen). ¶ 運賃前拂 vooraf betaalde vracht. ¶ 運賃元拂 vracht betaald ter plaats van afzending. ¶ 運賃無料 vrij van vervoerkosten. ¶ 運賃率 vrachttarief. ¶ 運賃先拂 vracht betaalbaar ter plaatse van bestemming.

tsūro通路

zn. doorgang m.; passage v.; weg m.; toegang m. ¶ 通路をあけよ laat me eens door!; verspert den weg niet!

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <passage>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
一条 ichijou (1) één lijn; streep; baan; striem; straal; streng; sliert; (2) één bepaling; clausule; artikel; passage; (3) die zaak; affaire; dat geval; (4) Ichijō
一節 issetsu (1) passage; passus; fragment; paragraaf; plaats; greep; (2) alinea; (3) strofe; couplet; stanza; (4) [bijb.] vers; (5) lettergreep; woorddeel; syllabe
一過 ikka (1) passage; (2) vluchtige blik; vluchtige doorlezing; (3) ogenblik; oogwenk
人通り;人通 hitodoori passage; verkeer; het gaan en komen van mensen; [i.h.b.] voetgangersverkeer
全文 zenbun (1) integrale tekst; volledige zin; passage; (2) fulltext
ku (1) frase; uitdrukking; (2) passage; zinssnede; lijn; regel; couplet; stanza; vers; (3) haiku; (4) [maatwoord voor een versregel van vijf óf zeven lettergrepen]; (5) [maatwoord voor haiku's en kettinggedichten (renga 連歌)]; (a) term; frase; woordgroep; (b) versregel; regel; (c) frase als eenheid binnen een haiku of kettingvers
rou (1) passage; doorgang; gang; corridor; doorloop; (a) passage; corridor
引用句 inyouku aanhaling; citaat; quotatie; verwijzing; passage
引用文 inyoubun aanhaling; citaat; quotatie; verwijzing; passage
往来 ourai (1) heen-en-weergeloop; komen en gaan; verkeer; va-et-vient; passage; [Belg.N.] trafiek; (2) straat; verkeersweg; (3) het opkomen en verdwijnen; (4) omgang; contact; uitwisseling; (5) correspondentie; briefwisseling; (6) [hand.] lichte schommeling; fluctuatie
所;処 tokoro (1) plaats; plek; stee; oord; zetel [der regering enz.]; gebied; lokatie; ruimte; afstand; ligging; (2) adres; verblijfplaats; (3) [bij iem.] thuis; (4) [~の] streek-; … van het platteland; plaatselijk; plaatselijke; gewestelijk; gewestelijke; (5) deel; gedeelte; stuk; passage; (6) [弱い;強い] punt; kant; trek; (7) positie; rol; (8) omstandigheid; geval; gelegenheid; (9) [maatwoord voor plekken;stuks e.d.]; (10) [maatwoord voor godheden;edellieden e.d.]; (11) [op het] moment [dat …]; de tijd dat …; [op het] punt [staan te …]; [op het] ogenblik [dat …]; (12) een kwestie van …; in de orde van …; (13) dat wat …; datgene wat …; (14) waaraan; waarover; (15) toen …; wanneer …
抄録 shouroku (1) excerpt; uittreksel; passage; (2) samenvatting; resumé; overzicht; epitome; abstract
抜粋 bassui uittreksel; excerpt; extract; fragment; passage; extractie; selectie; bloemlezing; resumé; synopsis; samenvatting
文章 bunshou (1) zin; passage; locus; plaats; tekst; (2) opstel; artikel; schriftstuk; geschrift; [i.h.b.] stijl
dan (1) trap; trede; sport; stap; opstapje; opstap; (2) dan; sterktegraad; meestergraad; graad; klasse; rang; niveau; [fig.] kaliber; (3) schap; plank; laag; verdieping; etage; (4) rubriek; kolom; column; (5) tafel (van vermenigvuldiging); (6) alinea; paragraaf; passage; (7) [ton.] bedrijf; akte; (8) het feit (… te zijn); (9) fase; stadium; geval; moment; situatie; (10) [~ではない;じゃない] mate; kwestie
立ち tachi (1) vertrekj start; afreis; (2) passage; verstrijking; verloop; (3) opbranding; (4) repetitie; proefoptreden; (5) [kabuki] staande opvoering; (6) [kabuki] mannelijke acteurs; (7) [sumō-jargon] afzet; charge; aanval; (8) [emfatisch voorvoegsel]
fushi (1) [plantk.] knoop; nodus; [i.h.b.] stengelknoop; knorf; kwast; knoest; war; noest; kwar; knobbel; gewricht; gewrichtsknobbel; geleding; kneukel; knokkel; knokel; kluwen; knot; knoedel; (2) punt; plek; plaats; passage; locus; (3) moment; gewichtige gebeurtenis; tijdsgewricht; overgangspunt; sluitstuk; (4) [muz.] melodie; toon; noot; [muz.] passage; (5) intonatie; klemtoon; accent; (6) gedroogde bonito (Katsuwonus pelamis); (7) [maatwoord voor knopen;kneukels]
航海 koukai (1) zeevaart; scheepvaart; vaart; navigatie; (2) zeereis; bootreis; scheepsreis; overtocht; passage
航行 koukou vaart; scheepvaart; navigatie; passage; scheepsreis
通り toori (1) straat; verkeersweg; (2) passage; (doorgaand) verkeer; mouvement; doorgang; (3) doorstroming; doorloop; ventilatie; [m.b.t. stem] bereik; doordringendheid; penetrantie; (4) reputatie; populariteit; [m.b.t. handel] goodwill; (5) aannemelijkheid; begrijpelijkheid; (6) zoals; als; naar; volgens; conform; overeenkomstig; in overeenstemming met; gelijkaardig met; op de wijze van; [arch.] gelijk; (7) [maatwoord voor manieren;wijzen;trants;soorten enz.]; (8) [maatwoord voor het aantal keren]; (9) ongeveer; om en bij; om en nabij; circa; plusminus; [inform.] pakweg
通用 tsuuyou (1) gangbaarheid; geldigheid; geldendheid; courantheid; gelding; [i.h.b.] vigeur; (2) circulatie; omloop; (3) algemeen gebruik; (4) doorgang; passage
通行 tsuukou verkeer; passage; doorgang; doortocht
通路 tsuuro passage; doorgang; weg; pad; verbindingsgang; gang; corridor; doorloop; loop; looppad; [i.h.b.] gangpad; [bouwkunst] beuk
通過 tsuuka (1) passage; doorgang; doortocht; overgang; voorbijgang; (2) doorvoer; transito; transit; (3) goedkeuring; aanneming
違約条項 iyakujoukou paragraaf; passage; clausule met strafbepaling; boeteclausule; boetebeding
seki (1) [Chinees drama] bedrijf; akte; (2) [Edo-letterk.] deel; passage
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.47 sec. jiten.nl: 5 treffers, warandict: 26 treffers (zoekopdracht: 'passage'). 
2005-2026