日蘭辭典+

53 resultaten voor ‘recht’
日蘭辭典 (trefwoord)
ken
(権) zn. bevoegdheid v.; macht v.; recht (權利) o. ¶ 立法權 wetgevende macht.
kyojū居住
zn. verblijf o.; ingezetenschap v. ¶ 居住權 recht van verblijf. ¶ 居住者 ingezetene; inwoner. ¶ 居住する wonen; ingezeten zijn. ¶ 居住地 woonplaats.
shihō司法
zn. rechtsbedeeling v.; rechtspraak v.; justitie v. ¶ 司法省 departement van justitie. ¶ 司法大臣 minister van justitie. ¶ 司法官 rechtelijk ambtenaar; de rechtelijke macht (總稱). ¶ 司法權 rechtsbevoegdheid. ¶ 司法解釋 jurisprudentie.
dōtō同等
zn. gelijkheid v.; gelijkwaardigheid v.; gelijke rang m. ¶ 同等の gelijk. ¶ 同等の權利 gelijke rechten. ¶ 同等に op gelijken voet. ¶ 同等者 een gelijke.
sentaku選擇
(選択) zn. keuze v.; optie v. ¶ 選擇するkiezen; de voorkeur geven. ¶ 選擇權 recht van optie. ¶ 選擇したる uitgezocht; wel gekozen.
haita排他
zn. exclusivisme o. ¶ 排他權 uitsluitend recht; monopolie. ¶ 排他主義 exclusivisme; kliekgeest.
shuchō主張
zn. (1) [唱道] pleidooi o.; voorspraak v.; bepleiting v. (2) [持論] opinie o.; meening v. (3) [權利などの] aanspraak v.; bewering v.; handhaving v. (4) [固持] halsstarrigheid v.; volharding v. ¶ 主張する bepleiten; aanspraak maken. ¶ 自説を主張する eigen meening verdedigen; zijn standpunt handhaven. ¶ 無罪を主張する onschuld bepleiten. ¶ 權利を主張する een recht eischen. ¶ 主張者 pleiter; eischer.
hōsō法曹
zn. rechtsgeleerden m.mv.
matomoni正面に
(真面) bw. recht tegenover; vlak in ’t gezicht; rechtstreeks. ¶ を正面に受けて vlak tegen den wind in.
fuken夫權

(夫権) zn. recht van den echtgenoot.

kotowari

zn. (1) [理由] rede v. (2) [正當] billijkheid v.; recht o. ¶ 理を知らぬ onredelijk; niet voor rede vatbaar. ¶ さういふ理はない dat is niet billijk; dat is niet redelijk.

kuse

zn. (1) [習慣] gewoonte v. (2) [特性] eigenaardigheid v.; karaktertrek m. ¶ 癖を直す slechte gewoonte afwennen. ¶ 癖がつく zich aanwennen; de gewoonte krijgen. ¶ 癖がある gewoon zijn; gewend zijn; de gewoonte hebben. ¶ 癖直しをする zijn haar recht strijken. ¶ 癖髮 weerbarstig haar.

kyohi許否

zn. toestemming of niet; al of geen vergunning. ¶ 許否未だ決せず het is nog niet beslist of het toegestaan wordt. ¶ 許否權 het recht van veto.

kyokuchoku曲直

zn. recht en onrecht; gelijk en ongelijk; juistheid en verkeerdheid. ¶ 事の曲直を明かにする ophelderen, wie er in eene kwestie gelijk heeft.

zei

zn. belasting v.; tol m.; schatting (貢) v.; recht o. ¶ 稅をかける recht heffen; belasten. ¶ 人頭稅 hoofdgeld. ¶ 稅額 aanslag. ¶ 稅源 bron van belastingen.

zehi是非

zn. recht en onrecht; juistheid en onjuistheid; bw. stellig; in elk geval; hoe het ook zij. ¶ 是非なき onvermijdelijk. ¶ 是非なく onvermijdelijk; noodgedwongen.

zeihyō稅表

zn. tarief van rechten.

yuzuru讓る

(譲る) i.w. (1) [讓步] toegeven. (2) [劣る] de mindere zijn; zich gewonnen geven. t.w. (3) [讓渡] overdragen; afstaan. (4) [讓る] verkoopen. ¶ 位を讓る afstand doen van den troon. ¶ 權利を讓る rechten afstaan. ¶ 店を讓る winkel overdoen. ¶ 一歩讓らぬ geen duimbreed wijken. ¶ 誰にも讓らない bij niemand achterstaan.

yūsen優先

zn. voorkeur v.; preferentie v. ¶ 優先の preferentieel; bevoorrecht. ¶ 優先權 voorrecht; preferentieel recht.

yō-eki用益

zn. vruchtgebruik o. ¶ 用益權 recht van vruchtgebruik. ¶ 用益者 vruchtgebruiker.

warimodoshi割戾

(割戻) zn. teruggave van betaalde rechten; ¶ 割戻す teruggeven; terugbetalen.

wanryoku腕力

zn. physieke kracht v.; spierkracht v. ¶ 腕力に訴へる zijn toevlucht nemen tot geweld. ¶ 腕力を用ひる geweld gebruiken. ¶ 腕力の制裁を加へる eigen rechter zijn. ¶ 腕力政治 recht aan den sterkste.

tsurube釣甁

(釣瓶) zn. put-emmer m. ¶ 釣瓶落しに recht naar beneden; vertikaal; snel. ¶ 釣瓶擊ち snelvuur.

tsūkō通行

zn. doortocht m.; verkeer o. ¶ 通行止 stremming van het verkeer. ¶ 通行券 pas; vergunning om te passeeren; vrijgeleide. ¶ 通行規則 voorschriften voor het verkeer. ¶ 通行する passeeren; doorgaan. ¶ 通行權 recht van doortocht. ¶ 通行人 voorbijganger. ¶ 通行錢 tolgeld. ¶ 通行稅 reisbelasting; verkeersbelasting.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <recht>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
すっと sutto (1) recht; rank; rankend; steil; straal; (2) vlug; rap; rad; ras; prompt; terstond; meteen; [veroud.] subiet; schielijk; kwiek; [form.] gezwind; [form.] fluks; [arch.] vaardig; (3) plots; plotseling; ineens; opeens
ライト raito (1) licht; (2) recht; gerechtigheid; (3) recht; voorrecht; (4) rechts; rechterkant; rechterzijde; (5) rechtsveld; rechtsvelder; (6) [honkb.] buitenvelder; verrevelder ; (7) politiek rechts; rechtervleugel; conservatieven; (8) licht-; helder-; (9) licht(e) ~
公正 kousei (1) rechtvaardigheid; recht; billijkheid; rechtschapenheid; eerlijkheid; (2) onpartijdigheid; neutraliteit; het onbevooroordeeld zijn; belangeloosheid; het niet tendentieus zijn; (3) rechtvaardig; billijk; rechtschapen; eerlijk; (4) onpartijdig; neutraal; onbevooroordeeld; belangeloos; niet tendentieus
tou (1) wat juist; rechtvaardig; billijk is; recht; gerechtigheid; billijkheid; gepastheid; (2) dit; deze; onderhavig; gegeven; zich voordoend; genoemd; in kwestie; waarover; over wie we het hebben; waar het om gaat; dat aan de orde is; (3) ons; onze
yaku (1) plicht; taak; functie; rol; opdracht; verantwoordelijkheid; pakkie-an; (2) (openbare) betrekking; (regerings)ambt; staatsbetrekking; post; positie [bij het Rijk]; officie; officium; [in zijn] hoedanigheid [van]; portefeuille; baan; job; dienst; (3) toneelrol; rol; (4) vroondienst; corvee; herendienst; hand- en spandienst; (5) cijns; schatting; tiend; belasting; recht; (6) [m.b.t. kaartspel;mahjong] roemer; roem in het kaartspel of bij mahjong; roemkaarten of -schijven; (7) menstruatie; maandbloeding; ongesteldheid; menses; maandstonden; (8) [maatwoord voor taken;functies;(toneel)rollen]
手数料 tesuuryou (1) vergoeding; recht; leges; administratiekosten; (2) provisie; commissieloon; commissie; percent; procent; tantième; [仲立ちの] courtage
ryou (1) materiaal; middel; (a) -kosten; -geld; -tarief; -recht; -last; -loon; -bijdrage
権利 kenri (1) recht; (2) aanspraak; vordering; claim; recht om het bezit of het gebruik van iets te vorderen; (3) bevoegdheid; recht bepaalde handelingen te kunnen uitoefenen; (4) autoriteit; wettige macht; macht; (5) privilege; voorrecht; begunstiging
ken (1) bevoegdheid; macht; (2) recht
正しい tadashii (1) correct; juist; goed; zuiver; waar; recht; [m.b.t. antwoord e.d.] kloppend; (2) correct; juist; gepast; aangewezen; terecht; passend; gerecht; billijk; gerechtvaardigd; rechtmatig; (3) braaf; goed; deugdzaam; rechtschapen
正義 seigi (1) rechtvaardigheid; gerechtigheid; gerechtvaardigdheid; recht; (2) juiste betekenis; correcte betekenis; eigenlijke betekenis
法学 hougaku [jur.] recht; rechten; rechtenstudie; rechtsgeleerdheid; rechtswetenschap; juridische wetenschap; [veroud.] jurisprudentie
法律 houritsu wet; rechtsregel; recht; wetgeving; [form.] lex; [form.] jus
直ぐ sugu (1) eerlijk; oprecht; waarachtig; integer; fair; (2) meteen; onmiddellijk; ogenblikkelijk; direct; zo; gelijk; dadelijk; onverwijld; schielijk; in een oogwenk; in ééeen tel; [veroud.] subiet; terstond; aanstonds; [form.] fluks; prompt; acuut; stante pede; zonder verwijl; à la minute; op stel en sprong; op een-twee-drie; binnen de kortste keren; in een mum van tijd; in een wip; in een ommezien; cito; [inform.] er vlak bovenop; (3) gauw; spoedig; binnenkort; zo meteen; eerdaags; [form.] dra; [form.] eerlang [in de constructie mō sugu もうすぐ]; (4) vlak; pal; net; juist; recht
choku (1) recht; (2) rechtvaardig; (3) rechtuit; openhartig; gezellig; (4) rechtstreeks; onbelemmerd; (a) recht; (b) oprecht; echt; (c) rechtstreeks; direct; (d) meteen; onmiddellijk; dadelijk; (e) waarde; (f) dienst; dienstverlening
真っ直ぐ;真直ぐ;真っ直;真っすぐ massugu (1) rechtheid; rechte richting; (2) recht; vlak; rechtlijnig; rechtop; rechtopstaand; overeind; rechtaan; rechtaf; rechtdoor; rechtuit; rechtstreeks; direct; regelrecht; linea recta; verticaal; loodrecht; ongebogen; straal; sluik [haar enz.]; (3) oprecht; eerlijk; rechtschapen; rechtdoorzee; rondborstig; openhartig
真っ直ぐな massuguna (1) recht; vlak; rechtlijnig; rechtopstaand; rechtstreeks; direct; regelrecht; verticaal; loodrecht; ongebogen; straal; sluik [haar enz.]; (2) oprecht; eerlijk; rechtschapen; rechtdoorzee; rondborstig; openhartig
真っ直ぐにする massugunisuru rechtmaken; recht; rechtop zetten; rechtop doen staan; overeind doen staan; rechten
真面 maomote [~に] recht; lijnrecht; precies tegenover; pal van voren; vlak in het gezicht; en face; vis-à-vis
真面 matomo (1) [~に] pal van voren; vlak in het gezicht; en face; recht; lijnrecht; precies tegenover; (2) keurig; correct; eerlijk; rechtgeaard; ernstig; zichzelf respecterend; normaal; (3) degelijk; fatsoenlijk; passend; netjes; behoorlijk; gepast
ma (1) het ware; waarheid; werkelijkheid; (2) oprecht ~; eerlijk ~; rechtvaardig ~; waar ~; (3) recht ~; juist ~; vlak ~; precies ~; exact ~; puur ~; zuiver ~; (4) gewone ~; echte ~ [prefix voor planten- en dierennamen]
神権 shinken (1) goddelijk gezag; goddelijke autoriteit; (2) door God gegeven gezag; recht; godsrecht
税金 zeikin belasting; last; cijns; recht; impost; leges; retributie; [arch.] schatting
zei belasting; taks; heffing; recht; impost
gi (1) gerechtigheid; recht; rechtvaardigheid; gerechtvaardigdheid; gerechtige zaak; (2) betekenis; inhoud; zin; strekking; (3) band; betrekking; relatie; (4) aangetrouwd; behuwd-; schoon-; (5) kunst-; vals
諸に moroni recht; precies; pal; vlak; zonder te missen
資格 shikaku (1) hoedanigheid; (2) recht; aanspraak; claim; (3) bevoegdheid; kwalificatie; competentie; capaciteit; [meton.] brevet; (4) kwalificatie; vereiste; eis
道理 douri (1) rede; logica; gezond verstand; (2) recht; redelijkheid; billijkheid; (3) rechtvaardigheid; gerechtigheid; gerechtvaardigdheid; (4) waarheid
roku (1) zes; (2) vlak; effen; (3) recht; correct; (4) gelijkmoedig; kalm; rustig; ontspannen; (5) vredig; vreedzaam; (6) [~ない] niet zoals het hoort; niet voldoende; niet degelijk; (a) land; vasteland; (b) gewoon; alledaags
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.46 sec. jiten.nl: 24 treffers, warandict: 29 treffers (zoekopdracht: 'recht'). 
2005-2026