
日
蘭
蘭
辭
典
典
日蘭辭典+
日蘭辭典 (titelwoord)
chō・疔
zn. steenpuist v.
chō・兆
telw. 1.000.000.000.000; billioen.
chō・兆
zn. voorteeken o.; teeken o.
chō・長
zn. (1) [首領] hoofd o.; chef m.; voornaamste m.; leider m. (2) [長所] verdienste v.; voortreffelijkheid v.
chō・帳
zn. boek o. ¶ 手帳 notitieboek.
chō・潮
zn. getij o.
chō・腸
zn. ingewanden o.mv.; darm m.
chō・蝶
(チョウ) zn. vlinder v.; kapel v.
chō・廳
(庁) zn. (1) [政廳] gouvernement o. (2) [廳舍] Gouvernementsgebouw o.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <chō>
丁 chō (1) [Jap.gesch.] volwassen man tussen de 21 en 60 jaar; (2) even getal; [i.h.b.] even aantal ogen op een dobbelsteen; (3) stadswijk; buurt; chō; (4) [gevoegd voor Sino-Japanse telwoorden] precies; exact; op de kop af; (5) [maatwoord voor gereedschap en wapens;bv. messen;speren;bogen;roeiriemen;spades;schoffels;strijkbouten;vuurwapens]; (6) [maatwoord voor strijk- en snaarinstrumenten;bv. violen;viola's;shamisens;gitaren]; (7) [maatwoord voor geschraagde of getrokken vervoermiddelen;bv. draagstoelen;draagschrijnen;riksja's]; (8) [maatwoord voor staafvormige verbruiksgoederen;bv. inktblokjes;kaarsen]; (9) [maatwoord voor vaten met sake;shoyu e.d.]; (a) even getal; (b) vel gebonden papier; (c) stadswijk; buurt; (d) volwassen man onder het ritsuryō-systeem 律令制; (e) dienstbode; bediende; knecht; (f) kruidnagelboom; Syzygium aromaticum; (g) naam van een zilverstuk uit de Edo-tijd; (h) klanknabootsing voor wapengekletter
兆;徴 chō (1) voorteken; omen; voorbode; (voor)aankondiging; prognosticon; prognosticum; teken (aan de wand); (2) biljoen; tera- [10 tot de macht 12;m.a.w. 1.000.000.000.000]
帳 chō (1) boek; register; de boeken; (2) gordijn; voorhang; scherm
庁 chō overheidsinstelling; overheidsdienst; rijksdienst; rijksinstituut; bureau; instituut; agentschap; dienst
張 chō (1) vertoon; gepronk; extravagantie; (2) [Chin.astron.] Zhāng [= "Gespannen Net";één van de achtentwintig maanhuizen]; (3) [maatwoord voor snaren]; (4) [maatwoord voor bogen]; (5) [maatwoord voor koto's]; (6) [maatwoord voor trommels]; (7) [maatwoord voor gordijnen;netten]; (8) [maatwoord voor papier;huiden]; (9) [maatwoord voor lampions]; (a) bespannen; spreiden; overdrijven; (b) zwellen; (c) staande houden; (d) valgordijn; scherm; (e) provincie Owari
徴 chō (1) ontbieding; (2) voorteken; voorbode; aankondiging; (3) vordering; opeising; (a) ontbieden; vorderen; (b) voorteken; signaal; (c) toelichten
打 chō slaan; kloppen
挺 chō (1) [maatwoord voor gereedschap;wapens (keukenmessen;speren;bogen;pistolen;spanen;spades;schoffels;strijkbouten)]; (2) [maatwoord voor strijk- en tokkelinstrumenten (violen;shamisens;gitaren)]; (3) [maatwoord voor geschraagde;getrokken vervoermiddelen (draagstoelen;palankijnen;riksja's)]; (4) [maatwoord voor staafvormige verbruiksartikels (inktblokjes;kaarsen)]; (5) [maatwoord voor vaten (sakevaten;shoyuvaten)]
町 chō (1) stedelijke gemeente; chō [Japanse administratieve eenheid;kleiner dat een stad (shi 市);groter dan een dorp (son 村)]; (2) stadswijk; buurt; chō [Japanse administratieve eenheid;kleiner dan een stadsdistrict (ku 区);groter dan een wijkdeel (chōme 丁目)]; (3) chō [bep. oppervlakte-eenheid;bedraagt 10 tan 反 (ca. 99,18 are)]; (4) chō [bep. lengte-eenheid;bedraagt 60 ken 間 (ca. 109 meter)]
肇 chō beginnen; begin
腸 chō darm; ingewand; buikingewanden; [m.b.t. dieren] klein geweide; gewei; [m.b.t. vis] grom
蝶 chō vlinder; kapel; dagvlinder; [gew.] panvogel; [gew.] pepel; [gew.] zomervogel
調 chō (1) [ritsuryō] chō [= belasting in natura;bestaande uit handwerk;lokale producten e.d.]; (2) [muz.] toonaard; toonsoort; tonaliteit; (3) [gagaku] klanksoort; (4) [sugoroku] doublet [= gelijke ogen voor iedere steen]; (5) -stijl; -manier; -wijze; -register; (a) evenwicht; proportie; afstemmen; (b) tempo; stemming; (c) timbre; register; (d) [muz.] toonaard; (e) onderzoeken; (f) maken; bereiden; regelen; (g) [ritsuryō] chō-belasting
諜 chō onderzoeken; inlichtingen inwinnen
超 chō (1) ultra-; super-; uiterst …; buitengewoon …; uitermate …; (2) … te boven gaand
重 chō (a) zwaar; (b) belangrijk vinden; respecteren; (c) niet lichtzinnig zijn; (d) overlappen
長 chō (1) hoofd; chef; baas; leider; oudste; aanvoerder; meerdere; meester; directeur; voorzitter; patroon; president; principaal; (2) meerdere in jaren; (3) het beste (onder ~); sterk punt; gunstig element; goede eigenschap; fort; kwaliteit; voordeel; merites; (4) [muz.] majeur; dur
鳥 chō vogel
Tijd: 0.81 sec. jiten.nl: 14 treffers, warandict: 18 treffers (zoekopdracht: 'chō').
2005-2026
