
日
蘭
蘭
辭
典
典
日蘭辭典+
日蘭辭典 (trefwoord)
kansō・感想
SUPPLEMENT (trefwoord)
kansō・感想
(znw, suru-ww) Iets over een bepaald onderwerp voelen en denken; een indruk hebben; gedachten hebben; gevoel hebben; reactie; ¶ …という感想を抱く ...to iu kansō wo idaku denken dat; het gevoel hebben dat ¶ それの感想は? Sore no kansō wa? Wat denk je ervan? (TTC) ¶ ゲームについてのご感想は? Gāmu ni tsuite no go-kansō wa? Wat vindt u van het spel? (TTC) ¶ 彼はその詩の感想を述べた。 Kare wa sono shi no kansō wo nobeta. Hij vertelde wat voor indruk het gedicht op hem maakte. (TTC)
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <indruk>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
イメージ imeeji (1) beeld; conceptie; denkbeeld; idee in de geest; (2) indruk; impressie; bepaald beeld over iets; iemand
インプレッション inpuresshon impressie; indruk
印象 inshou indruk; impressie
印 in (1) zegel; stempel; cachet; merk; (2) [boeddh.] mudrā; symbolisch handgebaar; (3) afdruk; print; (4) indruk; impressie; (5) India; [afk.] Ind.
心持ち kokoromochi (1) karakter; aard; mood; stemming; gemoedsgesteldheid; geestesgesteldheid; gemoedstoestand; houding; (2) gevoel; indruk; (3) een beetje; iets; wat; een kleinigheid; ietsje; een stukje
感 kan gevoel; emotie; indruk
感じ kanji (1) gevoel; (2) indruk
感動 kandou indruk; emotie; aandoening; opwinding
感想 kansou gedachte; indruk; mening
感触 kanshoku (1) gevoel bij aanraking; [m.b.t. stof] greep; (2) indruk; gevoel
感銘;肝銘 kanmei indruk; impressie
所感 shokan (1) [boeddh.] effect; gevolg; uitkomst van een daad; (2) verwerving; verkrijging; (3) gedachte; indruk; impressie; mening
所見 shoken (1) zienswijze; visie; kijk; denkbeeld; inzicht; opvatting; mening; opinie; oordeel; beschouwing; aanmerking; (2) [geneesk.] advies; deskundigenmening; diagnose; bevinding; indruk; observatie
栄え hae (1) eer; glorie; roem; (2) indruk; voorkomen; aanblik; (3) uitstraling; prestige; charme; aantrekkelijkheid; pracht
様子 yousu (1) toestand; situatie; staat; omstandigheden; stand van zaken; gesteldheid; het hoe; (2) schijn; voorkomen; uiterlijk; aanblik; aanzien; karakter; air; uitzicht; indruk; habitus; (3) reden; grond; (4) teken; blijk; aanwijzing; symptomen
様 you (1) voorkomen; het eruitzien; aanblik; indruk; (2) [aangehecht aan de ren'yōkei]; (3) zó(danig) dat ~; (in) voege (dat) ~; opdat ~; teneinde dat ~; met het doel dat ~; om ~; zoals ~; naar ~; (4) op ~ wijze; naar de wijze van ~; à la ~; à l'instar ~; ad instar ~; in de stijl van ~; in de vorm van ~; -achtig
模様 moyou (1) patroon; dessin; tekening; motief; (2) aanzicht; voorkomen; aanblik; indruk; teken; toestand; gesteldheid; omstandigheden; stand van zaken
気持;気持ち kimochi gevoel; gewaarwording; indruk
気 ke (1) tendens; karakter; (2) zweem; air; spoor; teken; (3) stemming; mood; (4) weersgesteldheid; (5) kwaal; (6) aanstalten tot bevallen; [i.h.b.] wee; [~が付く] in de kraam komen; (7) [aangehecht aan werkwoorden en keiyōshi] onbestemd; vaag; (8) [aangehecht aan keiyōshi;werkwoorden en keiyōdōshi] er de schijn van hebben dat …; (9) [aangehecht aan naamwoorden;de ren'yōkei van werkwoorden en de stam van keiyō(dō)shi] -achtig; zwemend naar; (a) gas; (b) gevoel; stemming; (c) schijn; indruk; air; (d) kwaal
風情 fuujou (1) smaak; charme; elegantie; (2) aanblik; voorkomen; sfeer; indruk
Tijd: 1.72 sec. jiten.nl: 7 treffers, warandict: 20 treffers (zoekopdracht: 'indruk').
2005-2026
