
日
蘭
蘭
辭
典
典
日蘭辭典+
日蘭辭典 (trefwoord)
kokuhaku・告白
zn. bekentenis v. ¶ 告白する bekentenis afleggen; verklaren; opbiechten.
waru・割る
t.w. (1) [分ける] verdeelen. (2) [離す] scheiden. (3) [裂く] splijten; scheuren; klooven. (4) [毀す] breken; kraken. (5) [混入する] mengen; vermengen. (6) [除する] deelen. ¶ 二つに割る in tweeën verdeelen. ¶ 木を割る hout klooven. ¶ 竹を割る bamboe splijten. ¶ 胡桃を割る noot kraken. ¶ 水を割る met water vermengen; aanlengen; verdunnen. ¶ 心の底を割る eerlijk opbiechten; hart openleggen. ¶ 割り盡し得べき deelbaar.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <opbiechten>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
吐く;嘔く haku (1) spuwen; [spreekt.] spugen; opgeven; opspuwen; ophoesten; uitkotsen; (2) braken; overgeven; opgeven; [inform.] kotsen; vomeren; [uitdr.;volkst.] over zijn nek gaan; [uitdr.;volkst.] rendez-vous houden; spelen; [uitdr.] aan Neptunus offeren; (3) uiten; zeggen; uiting geven aan; luchten; slaken; uitdrukken; laten zien; uitspreken; [fig.] spuien; (4) uitstoten; uitwerpen; uitbraken; uitspuwen; [rook enz.] uitademen; [spreekt.] uitspugen; afgeven; afscheiden; van zich doen uitgaan; (5) [泥を] bekennen; opbiechten; toegeven; doorslaan; [Barg.] kotsen; [Barg.] poekelen; [Barg.;uitdr.] poep van zeike gaan
告白する kokuhakusuru (1) bekennen; erkennen; toegeven; belijden; avoueren; [愛を] verklaren; (2) biechten; opbiechten
懺悔する zangesuru (1) [rel.] biechten; opbiechten; belijden; (2) [rel.] berouw hebben (over); berouwen
打ち明ける uchiakeru toevertrouwen; in vertrouwen mededelen; opbiechten; lucht geven aan; [心を] luchten
白状する hakujousuru bekennen; toegeven; erkennen; opbiechten
自白する jihakusuru bekennen; toegeven; belijden; avoueren; opbiechten
Tijd: 1.44 sec. jiten.nl: 2 treffers, warandict: 6 treffers (zoekopdracht: 'opbiechten').
2005-2026
