日蘭辭典+

8 resultaten voor ‘openleggen’
日蘭辭典 (trefwoord)
kokoro
zn. hart o.; ziel v.; geest m.; innerlijk o.; inborst v. ¶ の狹い kleinzielig; bekrompen. ¶ 正しい het hart op de rechte plaats. ¶ を合わせ eens van zin. ¶ に印す in het hart griffen. ¶ 開く zijn hart openleggen. ¶ を入かへる zich beteren. ¶ から van ganscher harte. ¶ は in zijn hart; in den grond. ¶ 人のを汲む zich verplaatsen in de gevoelens van een ander. ¶ ありげの vol beteekenis. ¶ をやすめる zich geruststellen. ¶ 引く aantrekken; verleiden. を落着ける tot bezinning komen. ¶ を用ゐる aandacht schenken aan. ¶ を盡す zijn best doen. ¶ 置なく naar hartelust; ronduit (率直に); vrijelijk. ¶ の儘に geheel vrijwillig; uit vrijen wil.
waru割る

t.w. (1) [分ける] verdeelen. (2) [離す] scheiden. (3) [裂く] splijten; scheuren; klooven. (4) [毀す] breken; kraken. (5) [混入する] mengen; vermengen. (6) [除する] deelen. ¶ 二つに割る in tweeën verdeelen. ¶ 木を割る hout klooven. ¶ 竹を割る bamboe splijten. ¶ 胡桃を割る noot kraken. ¶ 水を割る met water vermengen; aanlengen; verdunnen. ¶ 心の底を割る eerlijk opbiechten; hart openleggen. ¶ 割り盡し得べき deelbaar.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <openleggen>
吐露する torosuru blootleggen; openleggen; uiten; uitdrukken; lucht geven aan; luchten
広げる;拡げる hirogeru (1) openspreiden; openvouwen; openslaan; openleggen; ontvouwen; ontplooien; uiteenvouwen; uitslaan; uitvouwen; [i.h.b.] uitpakken; [i.h.b.] ontrollen; (2) uitspreiden; uitbreiden; expanderen; uitstrekken; extenderen; (3) verwijden; verbreden; verruimen; vergroten; wijder maken; breder maken; ruimer maken; groter maken; (4) uiteenspreiden; uiteenbreiden; uiteenleggen; verspreiden (over); spreiden
taku (a) openen; openleggen; baan breken; (b) een rubbing maken; (c) vallen; ten onder gaan
暴露する bakurosuru (1) onthullen; openbaren; ontsluieren; openleggen; blootleggen; reveleren; aan het licht; daglicht brengen; ontmaskeren; voor de dag halen; [m.b.t. geheim] prijsgeven; verraden; (2) blootstellen; [fotografie] exposeren
開拓する kaitakusuru ontginnen; ontwikkelen; bebouwbaar maken; in cultuur brengen; aan snee bren­gen; in exploitatie brengen; tot bouwland omploegen; ontsluiten; openen; openleggen; [veroud.] aanbouwen; [fig.] aanboren
露出する roshutsusuru (1) dagzomen; te voorschijn treden; aan het licht komen; bloot komen liggen; aan de oppervlakte komen; (2) blootstellen; blootgeven; blootleggen; openleggen; ontbloten; onthullen; exponeren; exposeren; aan het licht brengen
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.89 sec. jiten.nl: 2 treffers, warandict: 6 treffers (zoekopdracht: 'openleggen'). 
2005-2026