日蘭辭典+

33 resultaten voor ‘boven’
日蘭辭典 (trefwoord)
ue
zn. (1) [頂] top m. (2) [] bovenste gedeelte v.; bovenkant m. ¶ このない喜び grootste vreugde. ¶ いやがにも tot overmaat. ¶ 下からまで van onder tot boven. ¶ の bovenst; hoogst. ¶ の文 bovenstaande zin. ¶ 五つからの子供 kinderen van vijf jaaren ouder. ¶ 丘の huis op den heuvel. ¶ 其の bovendien; daarenboven. ¶ naar boven. ¶ op; bovenop; na (後に). ¶ onder invloed van drank. ¶ 歸京の toen ik in Tokyo terug kwam. ¶ 再考ので bij nadere overweging. ¶ かくなるは nu het zoover gekomen is. ¶ ……のに出る overtreffen; meer zijn dan. ¶ 一番は八つです het oudste kind is acht. ¶ にはある niets is volmaakt; alles is voor verbetering vatbaar.
amari餘り
(余り) vz. & bw. (1) [より以上] meer dan; over; boven. (2) [過度に] te; al te; tezeer; erg; over. (3) [差程] zeer; bijzonder; zoozeer......, dat; zoo......dat. ¶ 餘り……ない niet erg; niet zeer; niet bijzonder; zelden. ¶ 餘り高くて手が屆かぬ zoo hoog, dat men er niet bij kan. ¶ そりゃあんまりだ dat is een beetje te erg.
amaru餘る
(余る) i.w. (1) [殘る] overblijven; te boven gaan; overschieten; resteeren. (2) [目に餘る] te groot om te overzien (餘り大きい); niet om aan te zien (餘りひどい). ¶ 力に餘る boven zijn krachten; boven zijn macht. ¶ 手に餘る niet te bedwingen; niet aankunnen; niet opgewassen zijn tegen.
aomuke-ni仰向けに
bw. met gezicht naar boven; op den rug liggend. ¶ 仰向になって游ぐ op den rug zwemmen. ¶ 仰向に倒れる achterover vallen.
kami
zn. (1) [部] bovenste o.; top m.; hoofd o. (2) [流] bovenloop m. (3) [政府] de regeering v. (4) [長] meerdere m.mv. (5) [天子] keizer m. ¶ の御沙汰 hoog bevel.
masari勝り
zn. superioriteit v. ¶ 勝る overtreffen; beter zijn dan; te verkiezen zijn boven.
zujōni頭上に

bw. boven het hoofd.

zubanukeruづば拔ける

(づば抜ける) i.w. verre uitsteken boven anderen; verreweg het best zijn.

yūyo有餘

(有余) bw. ruim; vz. meer dan; over; boven. ¶ 八百有餘の兵 meer dan achthonderd soldaten; over de 800 soldaten.

yo

(余) zn. rest v.; overige o.; vz. (以上) boven; over; meer dan; na (後). ¶ 十十里餘 meer dan tien mijl. ¶ 雨餘の好晴 zonneschijn na regen. ¶ 餘は拜顏の節萬々可申述候 het overige zal ik u later persoonlijk vertellen.

uwame上目

zn. blik naar boven.

uwate上手

zn. (1) [上の方] bovenste gedeelte o. (2) [上流] bovenloop m. (3) [風上] loefzijde v. (4) [技倆] grooter bekwaamheid v. ¶ 上手に出る de baas zijn. ¶ 上手には上手がある niemand is onovertroffen; er is altijd baas boven baas.

uwamuki上向

zn. (1) [外見] uiterlijk o.; voorkomen o.; schijn m. (2) [相場の] neiging tot stijgen. ¶ 上向の naar boven gericht; (外見) uiterlijk; schijnbaar; stijgend (相場). ¶ 上向の鼻 wipneus. ¶ 上向く neiging vertoonen tot stijgen; oploopen. ¶ 景氣が上向きになつて來た de economische toestand begint er hoopvoller uit te zien.

utsuwa

(器) zn. (1) [容器] vat o. (2) [道具] gereedschap o.; werktuig o. ¶ 水は方圓の器に隨ふ water neemt den vorm aan van het vat, waarin het zich bevindt. ¶ 僕はその器ぢゃありません daartoe ben ik niet in staat; dat gaat boven mijn begrip.

uwa-

vz. boven-; bn. hoogste; bovenste. ¶ 上顎 bovenkaak; verhemelte (口蓋).

utagau疑ふ

t.w. (1) [疑念] betwijfelen; niet vertrouwen; wantrouwen. (2) [嫌疑] verdenken. ¶ 疑ふ餘地なし boven verdenking verheven.

uro雨露

zn. regen en dauw. ¶ 雨露を凌ぐ處もない geen dak boven het hoofd.

unpyō ni雲表に

bw. boven de wolken.

ukideru浮出る

i.w. boven komen drijven; aan de oppervlakte komen (水面に); zich duidelijk afteekenen (明瞭に出る).

ueshita上下

bw. boven en beneden. ¶ 上下にする ondersteboven keeren.

tsuishō o yurusanai追蹤を許さない
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <boven>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
に加えて nikuwaete naast; behalve; benevens; bij; boven; buiten; in aanvulling op
の他に nohokani behalve; buiten; naast; boven; benevens; afgezien van; op … na
アッパー appaa (1) uppercut; opstoot; (2) opper-; boven-
上の ueno boven-; opper-; hoger; supra-
上下 jouge (1) tweedelig pak; jasje en broek; (2) stijging en daling; rijzing en daling; fluctuatie; schommeling; [atr.] op- en neergaand; (3) hoog en laag; hogere en lagere standen; boven- en onderlaag (van de maatschappij; bevolking); klein en groot; geringen en aanzienlijken; meerdere en mindere; regeerders en onderdanen; baas en ondergeschikte; [i.h.b.] alle klassen; standen; [i.h.b.] hiërarchie; [i.h.b.] orde; rangorde; [i.h.b.] sociale status; (4) set van twee boekdelen; volumes I en II; (5) verticaal; [verkeers.] binnenkomend en uitgaand; [verkeers.] beide richtingen
uwa boven-; hoogste; bovenste
以北 ihoku [~の;に;は;で] ten noorden van; benoorden; noordwaarts van; boven
hoka (1) elders; ergens anders; (2) iemand anders; een ander; nog iemand; iets anders; nog iets; daarbuiten; buiten ~; naast ~; boven ~; behalve ~; (3) [benadrukt de afwezigheid van een alternatief]
夜具 yagu (1) boven- en onderbed; slaapfournituren; (2) beddengoed; bedlinnen; [Barg.] bulting
天地 tenchi (1) hemel en aarde; (2) heelal; universum; (3) wereld; schepping; natuur; (4) gebied; terrein; wereld; land; (5) boven- en onderkant
折り重なる orikasanaru (1) boven; op elkaar liggen; (2) [列車が~] ineengedrukt worden
kamishimo (1) boven- en ondergoed; boven- en onderkleren; (2) [Edo-gesch.] kamishimo [= formeel tenue van een samoerai;bestaande uit een kataginu met bijpassende hakama]
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.59 sec. jiten.nl: 21 treffers, warandict: 12 treffers (zoekopdracht: 'boven'). 
2005-2026