日蘭辭典+

17 resultaten voor ‘vorige’
日蘭辭典 (trefwoord)
kyogetsu去月

zn. verleden maand v.; verleden maand; de vorige maand.

zensetsu前節

(前節) zn. eerste lid o.; vorige paragraaf v.

zenshū前週

zn. de vorige week v.

zenpu前夫
zenki前期

zn. vroegere periode v.; vorige termijn m. ¶ 前期議會 de vorige Kamer.

zennen前年

bw. het vorige jaar; verleden jaar. ¶ 前年度 vorig boekjaar.

zennin前任

zn. vroegere betrekking v.; vorig ambt o. ¶ 前任者 ambtsvoorganger. ¶ 前任所 vorige standplaats. ¶ 前任知事 de vorige resident.

zenkō前項
zengō前號

(前号) zn. vorig nummer o.; vorige aflevering v.

zenkai前囘

(前回) zn. vorige keer m.

zenbin前便

zn. vorige brief m.

zencho前朝
tsukiokure no月後れの

bn. van vorige maanden; van verleden maand.

tsukigoshi no月越の

bn. van de vorige maand; van meerdere maanden.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <vorige>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
前回 zenkai vorige; laatste keer; vorige; laatste maal
去る saru (1) verlaten; weggaan (bij; van); vertrekken (bij; van; uit); ervandoor gaan; [gew.] aangaan; ertussenuit knijpen; opstappen; heengaan (van); heenlopen; [i.h.b.] sterven; scheiden (van; uit); [m.b.t. echtgenoot;echtgenote] zich laten scheiden van; zich verwijderen van; aflopen van; weglopen van; verdwijnen; wegkomen; zich wegscheren; [veroud.] zich wegpakken; [inform.] opdonderen; [inform.] ophoepelen; [inform.] opflikkeren; [inform.] oprukken; [w.g.] opdoeken; [studentent.] opzooien; [uitdr.] zich uit de voeten maken; (2) achter zich laten; op [x uur afstand enz.] liggen; afliggen van; verwijderd liggen van; (3) wijken; afnemen; wegtrekken; verdwijnen; overgaan; eindigen; ophouden te bestaan; aflopen; ten einde lopen; voorbijgaan; vergaan; (4) [m.b.t. seizoen;tijdruimte] verstrijken; voorbijgaan; vergaan; [i.h.b.] voorbijvliegen; verlopen; passeren; [fig.] omgaan; [fig.] omlopen; [fig.] omkomen; (5) verwijderen; afhalen; weghalen; wegwerken; uithalen; wegnemen; afdoen; afnemen; verbannen; zich af maken van; (6) zich ontdoen van; bannen; uitbannen; afzetten (van); laten varen; (7) [m.b.t. baan] opgeven; stoppen met; [m.b.t. ambt] neerleggen; verlaten; opzeggen; afstand doen van; bedanken voor; vaarwelzeggen; [m.b.t. toneel] afgaan (van); (8) totaal ~; volledig ~; compleet ~; geheel en al ~; volkomen ~ [voorafgegaan door een ren'yōkei]; (9) jongstleden; [afk.] jl.; laatstleden; [afk.] ll.; ~ dezer; vorige ~; verleden ~; gepasseerde ~
saku vorige; verleden; jongstleden; [afk.] jl.; laatstleden; [afk.] ll.; gister-
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.46 sec. jiten.nl: 14 treffers, warandict: 3 treffers (zoekopdracht: 'vorige'). 
2005-2026