日蘭辭典+

12 resultaten voor ‘winter’
日蘭辭典 (trefwoord)
atatakai溫い
(温かい・暖い暖かい) bn. warm; zacht. ¶ 溫い冬 zachte winter. ¶ 溫い同情 warme sympathie;
fuyu
zn. winter m.
yowai弱い
bn. zwak; slap; teer; flauw. ¶ 弱い身體 zwak gestel. ¶ 弱い spoedig zeekziek zijn. ¶ 弱い slecht tegen drank kunnen. ¶ 弱い議論 zwak argument. ¶ の午後の弱い日光 het flauwe licht van de winternamiddag. ¶ 弱者 zwakkeling. ¶ 弱者いぢめ verdrukking der zwakken; negeraar (人); iemand, die misbruk maakt van zijn kracht om zwakkeren onrecht te doen.
wakete別けて

bw. (1) [特に] speciaal. (2) [就中] in het bijzonder; vooral; bovenal. ¶ 今年の冬は別けて寒い het is van den winter bijzonder koud.

TEKST EN UITLEG (trefwoord)
bron:The Tanaka Corpusどんよりとした
どんよりとしたの陰にかすんでいる。 Sora wa donyori to shita fuyu no kage ni kasunde iru. De lucht is wazig door de bedekte winterhemel.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <winter>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
ウィンター wintaa (1) winter; (2) Winter
ウインター uintaa (1) winter-; (2) Winter
冬季 touki winterseizoen; wintertijd; wintergetijde; wintergetij; winter
冬期 touki wintertijd; winterseizoen; winter
fuyu winter
凍傷 toushou [geneesk.] koubulten; winter; [i.h.b.] winterhanden; wintertenen; wintervoeten
霜焼け shimoyake winter; koubulten; [i.h.b.] winterhanden; wintervoeten
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.63 sec. jiten.nl: 5 treffers, warandict: 7 treffers (zoekopdracht: 'winter'). 
2005-2026