日蘭辭典+

10 resultaten voor ‘afleggen’
日蘭辭典 (trefwoord)
kokuhaku告白
zn. bekentenis v. ¶ 告白する bekentenis afleggen; verklaren; opbiechten.
gishō僞證

(偽証) zn. valsche verklaring v.; meineed m. ¶ 僞證する valsch getuigenis afleggen; meineed plegen. ¶ 僞證罪 het misdrijf van meineed.

tsutsumu包む

t.w. (1) [くるむ] inpakken; wikkelen in. (2) [覆ふ] bedekken. (3) [圍む] omringen; omgeven. (4) [隱す] verbergen; verheimelijken; bemantelen. ¶ 紙で包む in papier pakken; met papier omwikkelen. ¶ 喉を包む een doek om den hals doen. ¶ 包まず zonder iets te verbergen; openhartig. ¶ 包まず白狀する volledige bekentenis afleggen.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <afleggen>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
止める yameru (1) ophouden met; stoppen met [werken enz.]; uitscheiden met; beëindigen; nokken met; aftaaien; [het vuren enz.] staken; kappen met; geen [ruzie enz. meer] maken; een eind maken aan; [m.b.t. een gewoonte] afschaffen; afleggen; breken met; terugkeren van; afzweren; er de brui aan geven; [het roken enz.] laten; (2) [m.b.t. een plan] laten varen; laten schieten; opgeven; [m.b.t. een contract] opzeggen; (3) afleren; afwennen; (4) wachten tot de regen enz. voorbij is
脱ぎ捨てる nugisuteru (1) uittrekken; uitdoen; verwijderen; uitgooien; afwerpen; afgooien; uitschieten; [すりっぱを] uitschoppen; [殻を] vervellen; (2) van zich werpen; wegdoen; wegwerpen; afdanken; afleggen; terzijde leggen; aan de kant schuiven; zich ontdoen van; weggooien; wegsmijten; laten vallen; zich bevrijden van; zich losmaken van; afschudden
脱ぐ nugu uittrekken; uitdoen; [z'n hoed enz.] afnemen; afzetten; afdoen; lichten; (zich) ontdoen (van); van het lijf doen; afleggen; [het harnas] afgorden
訪れる otozureru (1) bezoeken; een bezoek brengen; afleggen; (2) aanbreken; zich aanbieden; zich aandienen; zich voordoen
詣でる mouderu (1) z'n opwachting maken bij; op bezoek gaan bij; een bezoek brengen; afleggen; bezoeken; (2) [rel.] te kerk gaan; ter kerke gaan; zich tempelwaarts begeven; kerken; tempelen; op bedevaart gaan; [gew.] beewegen
誓う;盟う chikau zweren; bezweren; plechtig beloven; een eed doen; afleggen (op); onder ede bevestigen; een gelofte doen; afleggen; [i.h.b.] zijn woord geven; [i.h.b.] zich verbinden
走破する souhasuru de volledige afstand aflopen; afleggen
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.43 sec. jiten.nl: 3 treffers, warandict: 7 treffers (zoekopdracht: 'afleggen'). 
2005-2026